RIVM gaat nadenken over mondkapjes

Kamerdebat Het RIVM en het kabinet willen de bevolking niet adviseren mondkapjes te dragen. Maar de druk van de Tweede Kamer neemt toe.

„Het mondkapje is niet zomaar het alternatief voor de anderhalvemetersamenleving”, zei Rutte tijdens het debat.
„Het mondkapje is niet zomaar het alternatief voor de anderhalvemetersamenleving”, zei Rutte tijdens het debat. Foto Bart Maat / ANP

Hoe kan het toch, vraagt fractievoorzitter Henk Krol van 50Plus, dat Oostenrijk mondkapjes uitdeelt bij supermarkten en in het openbaar vervoer, en Nederland er niet eens genoeg heeft voor het zorgpersoneel? Thierry Baudet van Forum voor Democratie wil weten: „Wordt Nederlanders nu aanbevolen om geen mondkapjes te dragen omdat ze niet zouden werken, of omdat ze schaars zijn?” 

Donderdag vond in de Tweede Kamer weer het wekelijkse coronadebat plaats, voorafgegaan door de briefing met experts. En de mondkapjes waren hét thema van de dag. Woensdag hadden buurlanden België en Duitsland hun inwoners aangeraden buitenshuis mondbedekking te dragen, om het risico op besmetting met het coronavirus te voorkomen. De Kamer wilde weten waarom Nederland daar niet voor kiest – en nam geen genoegen met het antwoord van Jaap van Dissel, chef infectieziektenbestrijding van het RIVM, en later van premier Mark Rutte.

Lees ook: Ook mét mondkapje geldt: houd afstand

Het RIVM heeft zich tot nu toe steeds uitgesproken tegen mondkapjes voor de bevolking. Ze zouden niet effectief zijn en voor „schijnveiligheid” zorgen, zo waarschuwde Van Dissel donderdag opnieuw. Als je ze niet goed draagt, beschermen ze onvoldoende en bij te lang gebruik werken ze niet meer, legde Van Dissel uit. Hij vreest bovendien dat mensen door het dragen van een mondkapje minder voorzichtig worden. „Je krijgt dan mogelijk het probleem dat mensen niet meer thuis blijven als ze ziek zijn. Dat kan gaan vertroebelen.”

Waarom kan Oostenrijk wel mondkapjes uitdelen?

Henk Krol fractievoorzitter 50Plus

Volgens Van Dissel zijn mondkapjes in de openbare ruimte bij de huidige Nederlandse strategie „geen zinvolle toevoeging”. „Als je thuisblijft bij ziekte, de hygiënemaatregelen in acht neemt en anderhalve meter afstand houdt, is het niet nodig.”

Bovendien zijn de mondkapjes voorlopig nog hard nodig in de zorg, benadrukte Van Dissel. „Er is gewoon schaarste, we moeten mondkapjes gebruiken waar ze nodig zijn.” Het zelf maken van mondkapjes vindt Van Dissel niet verstandig. Als mensen thuis met de naaimachine aan de slag gaan, zei hij, levert dat niet automatisch mondkapjes op die door de kwaliteitskeuring heen zouden komen.

Lees ook: In een crisis wint gevoel van ratio

Mochten de tekorten in de zorg zijn verdwenen, dan wil het RIVM best nadenken over de inzet van mondkapjes op andere plekken. Bijvoorbeeld bij de contactberoepen, waarbij anderhalve meter afstand houden niet mogelijk is. Het kabinet wil mondkapjes in dat soort situaties niet „te stellig” afwijzen, zei Rutte. „In een overgangsfase kan het in bepaalde situaties wellicht nut hebben.” Wel waarschuwde hij dat het dragen van „maskertjes” niet alles oplost. „Het mondkapje is niet zomaar het alternatief voor de anderhalvemetersamenleving. Hoe groot is het risico als je in de trein gaat zitten met een mondkapje en de 1,5 meter niet handhaaft?”

Ook de Tweede Kamer vindt dat de schaarse mondkapjes éérst naar het zorgpersoneel moeten. Maar zodra er genoeg zijn, zouden ze breder moeten worden ingezet. Als onderdeel van een exitstrategie, om het opnieuw opstarten van de samenleving te versnellen. Want als één ding duidelijk werd uit het debat, is het dat iedereen snakt naar meer vrijheden en een versoepeling van de lockdown-maatregelen. Als mondkapjes daarbij kunnen helpen, is iedereen voor.