Natascha van Weezel over het jaar waarin haar vader Max overleed

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over muzikanten die romans schrijven, Natascha van Weezel over haar vader en struikrovers in de Prinsenhof.

1. Jean Kwok: De perfecte zus

De derde roman De perfecte zus van de Chinees-Amerikaanse schrijfster Jean Kwok is een realistisch portret van de hardwerkende Chinees-Amerikaanse familie Lee in New York waarvan de oudste dochter Sylvie teruggaat naar Nederland om haar stervende grootmoeder nog te zien. Zij woonde tot haar negende jaar bij haar tante en grootmoeder in een dorpje buiten Amsterdam. Na twee weken in Nederland krijgt de familie Lee het bericht dat Sylvie wordt vermist. Het jongere zusje Amy besluit haar te gaan zoeken en raakt in Nederland verstrikt in een web van familiegeheimen, familietradities en familielijden door discriminatie. In de roman is per hoofdstuk iemand anders aan het woord, waardoor de lezer delen van het verhaal via Sylvie hoort en delen via het zoekende zusje en de achtergebleven moeder. In die korte hoofdstukken verspringt de tijd en verandert de plaats met regelmaat – het lijkt een kunstgreep die vaker wordt toegepast in Amerikaanse romans. Het leest als een gemakkelijke uitweg – is het een advies van de uitgever of een keuze van de schrijver zelf?

Kwok, zelf een ‘immigrantenmeisje uit Hongkong’, liet zich inspireren door haar broer Kwan (even ‘briljant, vriendelijk en gul’ als romanfiguur Sylvie) met wie zij als kind werkte in de kledingfabriek in Chinatown en later studeerde aan een Ivy League universiteit totdat hij om het leven kwam bij een tragisch vliegtuigongeluk.

Jean Kwok: De perfecte zus. Oorspronkelijke titel Searching for Sylvie Lee. Vertaling Iris Bol en Marcel Rouwé. Boekerij, 382 blz. € 19,99

2. Gerard Stout: De Avonden

De Drentse schrijver Gerard Stout schreef een eigen variatie op De Avonden van Gerard Reve (1923-2006). Stout zegt zelf over deze tamelijk brutale exercitie: ‘Telkens las ik een hoofdstuk uit Reves De Avonden, vervolgens schreef ik mijn eigen versie van die dag.’ En waar Reve aan het begin schrijft: ‘Elke gelijkenis van figuren of voorvallen in dit verhaal met werkelijke personen of gebeurtenissen is toevallig’, maakt Stout in zijn De Avonden meteen duidelijk: ‘Alle karakters hebben mijn trekken. Ik heb niemand vooraf geraadpleegd. (…) In mijn versie heb ik skatologie deels aangevuld met al dan niet badinerende beschrijvingen van de seksuele mores rond 2019.’

Net als Reve begint Stout zijn roman op zondag 22 december om kwart voor zes met het ontwaken van ‘de held van deze geschiedenis, Egbert van Freeken’. Geschreven als pastiche dat een eenzelfde soort verhaal oplevert, nu over de verveling van een man in Zuidoost-Drenthe bij wie de radio aanstaat, die korte gesprekken voert met zijn ouders of anderen en steeds komt Reve zijdelings ter sprake. Een ironische poging, dat wel, die toch vooral toont hoe goed Reve was.

Gerard Stout: De Avonden. Ter Verpoozing, 258 blz. € 20

3. Jaap Goedegebuure: Jong in de jaren zestig

In 2018 schreef Jaap Goedegebuure de ‘voorbeeldige biografie’ van schrijver Frans Kellendonk (1951-1990). Nu voegt hij daar een innemend, persoonlijker deel aan toe over de muziek van Frans Kellendonk. De scholier Kellendonk ontmoette op de kostschoolafdeling van het Nijmeegse Sint-Dominicuscollege de muzikale Leonard de Vos. Het waren de jaren zestig en de jongens – net als Goedegebuure zelf – deelden hun liefde voor Bob Dylan en vertaalden niet alleen zijn teksten, maar schreven zelf ook songs die De Vos op muziek zette. Naast de vele brieven en korte briefjes als whatsappjes tussen ‘Kelly’ en Leo en hun bijdragen aan de schoolkranten is Jong in de jaren zestig ook een kleine geschiedenis van de popmuziek waar Kellendonk, aldus Goedegebuure, graag een bijdrage aan zou hebben geleverd.

Jaap Goedegebuure: Jong in de jaren zestig. De muziek van Frans Kellendonk. Querido, 155 blz. €15,00

4. Francis Mus (red.): Grondtonen

Andersom kan natuurlijk ook; muzikanten die schrijver worden. Daarvan zijn goede voorbeelden bijeengebracht door literatuurwetenschapper en Leonard Cohen-expert Francis Mus in het prachtig vormgegeven en gebonden Grondtonen waarin romans en theaterstukken van dertig muzikanten uitgebreid worden besproken door verschillende auteurs met steeds daarbij het nummer of album dat legendarisch is voor de artiest. Een kleine greep uit het aanbod: het poëtische proza van Bob Dylan (‘een mentale, op hol geslagen jukebox – als een tekst waarin je voortdurend fragmenten van songs herkent’), de romans van Serge Gainsbourg en Fabrizio De André, de dichtbundel van Art Garfunkel (en over de breuk met Simon), de zeer geprezen korte verhalen van Pepijn Lanen en de sterke memoirs van Patti Smith. Stuk voor stuk, concludeert Mus, blijken het bouwstenen, principes, motieven en ambities die een nieuw licht werpen op het werk van deze artiesten.

Francis Mus (red.): Grondtonen. Als muzikanten schrijvers worden. Spectrum, 382 blz. € 24,99

5. Natascha van Weezel: Nooit meer Fanta

Op 22 maart 2018 hoorde Natascha van Weezel dat haar vader, politicoloog, parlementair journalist en radiopresentator (‘Met het oog op morgen’) Max van Weezel, alvleesklierkanker had met een zeer geringe overlevingskans. Met deze mededeling begint Nooit meer Fanta haar persoonlijke verslag van het jaar waarin haar vader overleed. Hij wilde dat haar maatschappelijke leven door zou gaan, zij zei een belangrijke werkreis af om zoveel mogelijk bij hem en haar moeder journalist Anet Bleich te zijn. Hoe verloopt het leven als je vader van wie je zo veel houdt – en heb je dat wel genoeg laten blijken – dreigt te gaan overlijden? Van Weezel, toen 31, beschrijft het heel persoonlijk en niet zonder ironie: over de ‘drie miljoenste keer op de poliklinische afdeling’ of over de gesprekken aan zijn bed waarbij zij hoopt dat hij vertelt dat hij van haar houdt (‘Lieverd’, zegt papa. ‘Ja’ antwoord ik hoopvol. ‘Kun je mijn iPod aan de oplader doen?’).

Dat de twee zielsveel van elkaar gehouden hebben bleek ook uit de wisselcolumn die zij in 2015 hadden in Het Parool. Wanneer haar vader op 11 april 2019 overlijdt, ervaart zij hoe ‘verwarrend’ het is als je vader een publiek figuur is want ‘dan rouwt het halve land met je mee’. Een jaar later beschrijft zij haar gevoelens uit die tijd om die rouw nog eens te delen.

Natascha van Weezel: Nooit meer Fanta. Het jaar dat mijn vader overleed. Balans, 235 blz. € 19,99

6. Piet Poell: Prinsessen in het prinsenhof

De historische roman Prinsessen in het prinsenhof speelt zich af in het Belgische Maaseik in de achttiende eeuw. Het statige Prinsenhof was een groot houten paleis dat dienst deed als militaire kazerne en na verloop van tijd onderdak bood aan ‘hoeren, madames, struikrovers, smokkelaars, wapenhandelaren, corrupte beambten en verlopen artiesten’. Het boek is verdeeld in drie delen en heeft steeds een andere verteller in een andere tijd: als eerste de verjaagde ‘geile’ (staat vijf keer op de eerste pagina) kloosternon Emma die in 1798 alle romanpersonages introduceert, dan in 1752 haar overgrootvader Jeremy Cardigan en als laatste in 1789 haar grootmoeder Françoise Cardigan.

De schrijver Piet Poell, die vier jaar aan deze omvangrijke roman werkte, wilde laten zien dat corruptie, politieke correctheid, star geloof en andere kleingeestigheden die de samenleving verzieken, verschijnselen van alle tijden zijn en dat de gewone mensen alles op alles moeten zetten om het hoofd boven water te houden. In zijn roman zijn het uiteindelijk de vrouwen, de prinsessen, die de moed erin houden.

Piet Poell: Prinsessen in het prinsenhof. TIC, 535 blz. € 24,90