Sociaal-psycholoog: ‘Het kabinet zou er goed aan doen om mondkapjes aan te raden’

Mondkapjes Duitsland en België adviseren burgers om mondkapjes te dragen, Nederland niet. Angst en behoefte aan zekerheid botsen met ratio.

Een voetganger draagt een masker. Op de achtergrond een muurschildering van Lord of the Rings-karakter Gollum en van Scrat uit de film 'Ice Age'.
Een voetganger draagt een masker. Op de achtergrond een muurschildering van Lord of the Rings-karakter Gollum en van Scrat uit de film 'Ice Age'. Foto Filip Singer/EPA

Ja maar, België en Duitsland doen het ook! Kunnen wij dan met zijn allen niet tóch beter mondkapjes gaan dragen? Dat was de teneur de afgelopen dagen in Nederland – in de samenleving, maar zeker ook tijdens de briefing van het RIVM en het daaropvolgende debat donderdag in de Tweede Kamer.

Premier Mark Rutte zei dat de experts hem tot nu toe vertelden dat afstand houden belangrijker is en dat van het dragen van mondkapjes door de bevolking niet te veel heil moest worden verwacht. „Mondkapjes zijn niet het panacee.” Dit betoog leek niet goed aan te komen, net zoals toen het besluit moest worden verdedigd om de scholen open te laten. De angst voor besmetting bij publiek en parlement was ook toen te groot: actie werd onvermijdelijk. Hoelang het kabinet bij zijn standpunt blijft over het dragen van mondkapjes is na het debat van donderdag onduidelijk.

Hoe werkt zo’n botsing tussen de ratio van het RIVM en de onrust die leeft onder de bevolking? Angst is een heel basale emotie die de mens deelt met alle andere diersoorten, zegt Carsten de Dreu. Hij is hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. „Groepsdieren als mensen houden elkaar in de gaten om te zien of er gevaar dreigt. Dat is de meest effectieve manier om jezelf in veiligheid te kunnen brengen bij een bedreiging. Dus het is niet zo gek als Nederlanders zeggen: wat ze in het buitenland doen, willen wij ook.”

Gevoelens doen ertoe

Apen schreeuwen bij gevaar, mensen delen hun onrust op sociale media, zegt De Dreu. „Dit waarschuwingssysteem is echter niet foolproof. Want wat nou als er alarm geslagen wordt terwijl dat niet nodig is, of in ieder geval niet de hele tijd? Dat is de situatie waarin we nu zitten. We hebben te maken met een onzichtbaar gevaar, wat leidt tot langdurige gevoelens van angst en waakzaamheid. Mensen zijn dan geneigd eerder en heftiger te reageren op impulsen.”

Lees ook: RIVM gaat nadenken over mondkapjes

Deze constatering staat los van de wetenschappelijke discussie of mondkapjes nu wel of niet helpen bij de bestrijding van het virus, benadrukt De Dreu. „Met een rationeel betoog kun je uiteindelijk niet op tegen de angst van mensen en hun behoefte aan zekerheid. Wij lijken op de Duitsers, we voelen ons verwant met hen, dus willen we hetzelfde als in Duitsland.”

Het kabinet zou er daarom goed aan doen om het dragen van mondkapjes aan te raden, of op zijn minst te gedogen zodra de beschikbare voorraad het toelaat, zegt Hans van de Sande. Hij is gespecialiseerd in crowdmanagement, massahysterie en massapsychologie en was tot zijn pensionering verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Ik citeer graag de negentiende-eeuwse Britse premier Benjamin Disraeli. Als die kritiek kreeg over het feit dat hij zijn oren te veel liet hangen naar de publieke opinie, zei hij: natuurlijk luister ik naar het volk, ik ben immers hun leider.”

Van de Sande benadrukt dat luisteren naar de bevolking juist goed is voor het gezag van een crisismanager. „Mensen hebben dan het idee dat hun gevoelens ertoe doen. Dat zorgt ervoor dat ze beter naar die leider luisteren als er een opoffering van ze gevraagd wordt. Rutte doet het wat dat betreft heel goed de afgelopen tijd.”

Lees ook: Kun je corona krijgen uit kleine ademdruppeltjes?

Zolang de media het publiek bedelven onder berichtgeving over het coronavirus en de mensen zelf elkaar via Facebook en Twitter bestoken met paniekerig onzinnieuws – denk aan de angst dat 5G-masten zouden bijdragen aan de verspreiding van het virus – heeft het niet veel zin voor het RIVM en het kabinet om met statistieken te wapperen, denkt Van de Sande. „Feit is dat we voorlopig nog geen controle hebben over het virus. Dan is het belangrijk dat je van tijd tot tijd handelend optreedt, zodat je in ieder geval de illusie van controle creëert. Dat schept vertrouwen en geeft ook de ruimte om maatregelen later weer terug te draaien of nog eens aan te scherpen.”

Kamerdebat pagina 6