Recensie

Recensie Boeken

Het geheim van een tirannieke vader

Natascha Wodin Na de dood van haar vader gaat de Duitse schrijfster Natascha Wodin op zoek naar diens verborgen verleden en beschrijft ze haar ellendige jeugd. (●●●●)

A group of Russian slave workers liberated by the US 7th Army in Wurzburg, July 1945. They are sitting outside the Goebbels House, a propaganda training college. (Photo by Horace Abrahams/Keystone/Hulton Archive/Getty Images)
A group of Russian slave workers liberated by the US 7th Army in Wurzburg, July 1945. They are sitting outside the Goebbels House, a propaganda training college. (Photo by Horace Abrahams/Keystone/Hulton Archive/Getty Images) Horace Abrahams

Je moeder pleegt op 36-jarige leeftijd zelfmoord en je veel oudere vader, met wie je als tienjarig kind achterblijft, is een klootzak. Ook heb je nog een jonger zusje met wie je het absoluut niet kunt vinden. Voor de Duitse schrijfster Natascha Wodin (1945) was het een goede reden om erover te schrijven. Eind 2018 verscheen haar indrukwekkende familiegeschiedenis Ze kwam uit Marioepol, waarin ze het verleden van haar Oekraïens-Russische moeder uitzocht en ontdekte dat die uit een adellijke, door de Russische revolutie vermalen familie stamde. In het vervolg Ergens in dit duister gaat ze op zoek naar haar Russische vader, die in haar jeugd als zanger in een kozakkenkoor over de hele wereld optrad, totdat hij wegens zijn drankzucht werd ontslagen en als fabrieksarbeider eindigde, waardoor hij nog meer ging zuipen.

Met zo’n vader hoeft Wodin zich niet per se te verzoenen, want daarvoor is er te veel gebeurd. Wel wil ze erachter komen waarom hij zo agressief tegen haar deed. En juist dat levert literaire non-fictie van een hoog literair niveau op.

Wodin is geboren in Zuid-Duitsland, waar haar ouders in 1944 als dwangarbeiders belandden. Ze groeit op in kampen voor displaced persons, een opslagkeet en een voor Oost-Europese ex-dwangarbeiders gebouwde woonwijk, waar niemand Duits spreekt. Op school wordt ze gepest. Haar klasgenoten zien haar als een Russische communiste, een kind van de overwinnaar van hun nazi-ouders. Haar enige geluk beleeft ze in die tijd als ze mag aansterken op een boerderij in Franstalig België.

Op de middelbare school ontpopt ze zich als een gewoon meisje, dat in het weekeinde uit dansen gaat en verliefd wordt op mooie jongens. Maar juist dat komt haar op straf van haar vader te staan. Hij slaat haar, sluit haar op, maakt haar hond Ada af (het enige wezen dat van haar hield, schrijft ze) en probeert zich zelfs een keer aan haar te vergrijpen.

Je begrijpt heel goed dat ze opgelucht is als die vader op zijn 70ste – zelf is ze dan 25 – een beroerte krijgt en naar een tehuis moet. Toch is het niet zo simpel als je zou denken. En dat weet Wodin aangrijpend te beschrijven. Want je vader is toch je vader. Daarom gaat ze op zoek naar zijn verleden, wat haar naar Moskou voert, waar ze een argwanende broer van haar vader ontmoet, die een bewonderaar van Stalin blijkt te zijn. Ze ontdekt er van alles en niets, wat het boek een extra lading geeft.

Wie verwacht dat ze opgelucht is als ze een telefoontje krijgt dat haar vader, die inmiddels tegen de negentig loopt, overleden is, komt bedrogen uit. Aan het eind van Ergens in dit duister beschrijft ze bijna vertederend hoe ze op haar vaders sterfbed de gebarsten huid van zijn voeten met crème insmeert. Het is alsof ze dan ineens begrip krijgt voor het verstoorde leven van haar vader en beseft dat zijn agressie voortvloeit uit zijn tijd in het Duitse dwangarbeiderskamp tijdens de oorlog. Haar vader is eindelijk een mens geworden.