Drie procent Nederlanders heeft antistoffen tegen coronavirus

Bloedonderzoek Uit een steekproef onder bloeddonoren blijkt dat drie procent van de Nederlandse bevolking antistoffen heeft tegen het coronavirus.

Bloedtransfusiedienst van Sanquin in Amsterdam.
Bloedtransfusiedienst van Sanquin in Amsterdam. Foto Lex van Lieshout / ANP

Drie procent van de Nederlandse bevolking heeft antistoffen tegen het nieuwe coronavirus. Dat maakte RIVM-directeur Jaap van Dissel donderdagmorgen bekend in een technische briefing aan de Tweede Kamer. Het zijn de resultaten van een eerste peiling onder 4.200 mensen die in de week na 1 april week bloed doneerden bij Sanquin. De steekproef zal na vier weken herhaald worden om te zien of er in die tijd meer mensen immuun geworden zijn tegen het virus.

„Deze resultaten geven een beeld van de eerste vier weken van de coronauitbraak in Nederland”, zegt onderzoeksleider Hans Zaaijer, arts-microbioloog bij Sanquin. Drie procent van de mensen met antistoffen tegen corona lijkt nog niet bijster veel als we op groepsimmuniteit willen rekenen voor de Nederlandse samenleving. Maar volgens Zaaijer is het wel ongeveer het getal wat modellenmakers op basis van het aantal bevestigde besmettingen in Nederland verwachten. „Of het voldoende is om de coronamaatregelen te versoepelen moet je mij niet vragen”, zegt Zaaijer, „Ik ben geen epidemioloog.”

Brandschone test

Met de test van Sanquin werd in het laboratorium de concentratie van alle soorten antistoffen tegen het nieuwe coronavirus gemeten. Van een deel van de donors is ook een bloedmonster van voor de corona-uitbraak getest, om te controleren of de test naar behoren werkte. Volgens Zaaijer bleek de uitslag zeer betrouwbaar: „Deze test is brandschoon.”

Vorige week maakten Duitse wetenschappers onder leiding van viroloog Hendrik Streeck van de universiteit Bonn ook de tussentijdse resultaten bekend van een steekproef naar de afweer tegen het nieuwe coronavirus in het dorp Gangelt in de deelstaat Nordrhein-Westfalen. Het dorp had in februari met een grote uitbraak te maken rond carnaval. Anderhalve maand later bleek 14 procent van de deelnemers antistoffen in het bloed te hebben.

De onderzoekers kwamen in Duitsland zwaar onder vuur te liggen, omdat het onderzoek nog maar halverwege was en er geen voldoende duidelijkheid was over de gebruikte methoden. Viroloog Christian Drosten zei bijvoorbeeld te vrezen dat deze uitkomsten een vertekend beeld geven, omdat de onderzoekers de deelnemers per huishouden wierven. Mensen in hetzelfde huishouden hebben meer kans elkaar aan te steken. Bovendien zijn die lokale steekproef niet representatief voor heel Duitsland.

Verspreid over Nederland

De Nederlandse steekproef via de bloedbank is dat wel. Doordat er meer mensen in zitten, verspreid over het hele land heeft de uitkomst meer zeggingskracht. „Het landelijk gemiddelde van 3 procent durfde ik nu al wel te noemen”, zegt Zaaijer „Maar voor betrouwbare uitspraken over de verschillen per regio moeten we zeker 7.000 donoren in de studie hebben voor een goede dekking.” Aannemelijk is dat in de provincie Noord-Brabant het percentage mensen dat besmet is geweest aanzienlijk hoger ligt dan in de noordelijke provincies.

Maar ook de studie van Sanquin is niet volledig representatief voor de Nederlandse bevolking. Bloeddonoren zijn over het algemeen gezond en actief, wettelijk niet jonger dan achttien en over het algemeen al wat ouder. Dat blijkt ook uit de getallen die Van Dissel presenteerde: ruim de helft van de deelnemers was boven de vijftig, terwijl dat aandeel in de algemene bevolking een stuk lager ligt. „Gelukkig is de Sanquin studie groot genoeg om voor elke leeftijdsgroep een betrouwbaar resultaat te verkrijgen”, zegt Zaaijer. De peiling geeft in ieder geval een indruk, zeker als straks ook de verandering na een maand bekeken kan worden.