De Californische aanpak van het coronavirus is onderbelicht

Leven en werken in Silicon Valley Californië nam het coronavirus sneller serieus dan New York, zag Marietje Schaake. Dat scheelt levens.

Illustratie Pepijn Barnard

Bijna dagelijks vragen vrienden en familie of ik me zorgen maak over de ontwrichting in de VS door het coronavirus. „Wat zal je blij zijn dat je naar Nederland kwam tijdens de lockdown. Het is een hel in Amerika zie ik.” Ze wijzen op het bizarre en veelzeggende verschil tussen de rijen voor coffeeshops in Nederland, en de rijen voor wapenwinkels in de Verenigde Staten. Velen zagen ook gouverneur Cuomo van New York, met zijn dagelijkse persconferenties over de ramp die zich in zijn staat voltrekt, in gesprek met zijn broer die journalist is bij CNN of live op sociale media. Voor miljoenen Amerikanen werd Cuomo zo, met zijn emotionele pleidooien voor meer beschermingsmiddelen en hulp, de officieuze woordvoerder van de oppositie tegenover het falende Witte Huis.

Ook zonder pandemie is goed nieuws nauwelijks nieuws, maar het is opmerkelijk hoe groot de verschillen zijn in aantallen besmettingen en doden tussen de Oostkust en de Westkust. Het verhaal over de aanpak van het coronavirus in Californië en de rest van de Westkust is tot nog toe onderbelicht gebleven. Dat komt wellicht doordat de spotlight van de Amerikaanse nieuwsmedia doorgaans op de Oostkust gericht staat; politiek is Washington DC, de beurzen openen ’s ochtends op Wall Street.

In Californië werden snel en vroeg maatregelen getroffen. Burgemeester London Breed riep op 26 februari de noodtoestand uit in San Francisco. Dat leek vooral een politieke stap, om extra middelen vrij te spelen van de federale overheid, maar het blijkt nu cruciale tijdwinst te hebben opgeleverd. De afkondiging gebeurde in de week waarin diverse technologiebedrijven al besloten delegaties terug te trekken van een grote cybersecurityconferentie in het centrum van de stad. Het complex waar die bijeenkomst plaatsvond, is nu het coördinatiecentrum vanwaaruit IC-bedden en hulp voor daklozen wordt geregeld.

„Ben je in paniek?”, vroegen familie en vrienden in Nederland met een ondertoon van ironie toen ik eind februari vertelde over mijn bescheiden voorbereidingen op een eventuele lockdown. Misschien was ik wel zo snel veramerikaanst dat ik alles nu ook zelf overdreef, bespeurde ik.

Californië was een andere wereld, zeker vergeleken bij Nederland op dat moment. Op Stanford zetten we als eerste Amerikaanse universiteit de colleges online voort, grote techbedrijven lieten personeel thuis werken. Van oudsher wonen aan de Westkust veel mensen met Aziatische wortels. Tussen Wuhan en San Francisco vlieg je rechtstreeks, en dat leidde behalve tot zorgen ook tot het delen van ervaringen uit China. Door de bosbranden van vorig jaar hadden veel mensen al N95-mondkapjes in huis, en bedrijven konden voorraden doneren. Apple verdeelde 9 miljoen kapjes; 100.000 kwamen ervan naar Nederland. Facebook gaf er 720.000 weg.

Nog voor het eerste lokale sterfgeval gemeld werd, gingen op 16 maart de shelter in place-maatregelen in voor Californiërs. New York volgde op 22 maart met een lockdown. Die week lijkt nu een wereld van verschil te maken, in combinatie met andere factoren die Californië uniek maken. Tot op heden zijn er vijftien bevestigde Covid-19-doden in San Francisco, en 687 in de hele staat. Californië heeft 2,5 keer zoveel inwoners als Nederland. Door het lage aantal sterfgevallen kunnen nu beademingsapparaten naar New York worden gestuurd.

Opmerkelijk is dat in Silicon Valley pas in een later stadium over apps in de strijd tegen het virus is gesproken. Concurrenten Apple en Google kondigden afgelopen vrijdag samenwerking aan bij een nieuw protocol om coronavirusuitbraken te monitoren. Andere appbouwers kunnen daarop dan een eigen toepassing ontwikkelen.

Tot nu toe keek Nederland vooral naar Azië om te zien hoe je het virus met succes bestrijdt. Misschien is het ook hier tijd serieuzer aandacht te besteden aan de Californische aanpak.

Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër, werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Ze schrijft een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.