Brieven

Covid-19 en corona

Het virus dat niet genoemd mag worden?

Foto AFP

Het is een bekend cultureel verschijnsel en geliefd voer voor antropologen: het verduisteren van een naam. Om de grootsheid te benadrukken, of uit godvrezende angst. We doen het bij buitengewoon belangrijke mensen in culturele, politieke of religieuze zin. Of omdat we het uitspreken van een woord te spannend vinden. Zo hebben we lang kanker ‘K’ genoemd, tuberculose ‘TB’ en noemden we aids maar liever helemaal niet. Joden noemen hun God ‘Jahweh’. Maar dat mogen ze zo niet opschrijven of uitspreken. Ze schrijven ‘JHWH’ en zeggen ‘Adonai’. Moslims mogen de naam van de profeet wel noemen of schrijven, maar alleen als zij er „Vrede zij met Hem” achteraan zeggen. In de Harry Potter-verhalen is de slechte Voldemort „Hij die niet genoemd mag worden”, omdat hij je anders naar de Dark Side kan halen. Het niet noemen, coderen of verheiligen van een naam zien we in alle culturen en volken op aarde en gaat gepaard met ontzag, onderdanigheid, het uit handen geven van controle. Sinds een paar dagen hoor ik mensen om mij heen, artsen, kranten en politici minder vaak ‘corona’ zeggen en vaker ‘Covid-19’. Een verklaring kan natuurlijk zijn, dat we nu beter geïnformeerd zijn. ‘Corona’ verwijst naar het virus, ‘Covid-19’ naar de ziekte. Het klinkt klinischer, medischer en voorkomt dat we beladen termen als ‘het China-virus’ bezigen. Maar ergens... als antropoloog en niet-medicus blijf ik me afvragen of we de grimmigere en verhullender term nu wellicht ook gebruiken om dat we de grootsheid van dit virus eindelijk goed snappen en diep buigen.


antropoloog