Backstage voelde hij zich thuis

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Ries Vernooij (1960-2020) liet bij muziekcentrum Vredenburg achter de schermen alles op rolletjes lopen.

Ries Vernooij met zijn zoons Siemen (links) en Jurre in 2017.
Ries Vernooij met zijn zoons Siemen (links) en Jurre in 2017.

Op de lagere school in ’t Goy, een dorpje bij Utrecht met zo’n achthonderd inwoners, hadden de zeven kinderen uit het katholieke boerengezin Vernooij „een bepaalde reputatie”, vertelt Gijs, de middelste zoon. „Die kunnen niet leren, werd er gezegd. Ries was de oudste bij ons thuis. Hij kreeg vwo-advies, maar na drie maanden op het St-Gregorius College kwam er een brief dat hij niet aan de eisen voldeed. Een rare administratieve fout, bleek later, maar men liet het er maar bij.” Na de lts deed Ries de schildersvakschool en kon hij aan het werk. Op zijn zeventiende verhuisde hij naar een eigen huurwoning. „Mijn broer wilde zelfstandig zijn”, zegt Gijs. „Het boerderijleven vond hij helemaal niks.”

Niet dat het er ongezellig was. De rolverdeling was traditioneel: vader Vernooij beheerde de vee- en fruitteelt, moeder overzag „de krabbenmand”. Gijs: „We zaten qua leeftijd héél dicht op elkaar, maar we konden het goed met elkaar vinden. Overdag waren we lekker buiten. De boerderij was een ontmoetingspunt voor alle vriendjes uit het dorp. Op zaterdag kookte mijn moeder voor vijf man extra.”

In de puberteit begon een leven van losbandigheid en intense vriendschappen, vertelt jeugdvriendin Marja van Doorn. „Ons weekend begon op woensdag met een drankje in de voetbalkantine van VV ’t Goy, waar Ries ook speelde. We waren gek van muziek: Claw Boys Claw, het vroege UB40, punkrock... We gingen samen naar concerten en tentfeesten. FC Utrecht was ook een must: toen de jongens eenmaal konden rijden werd er geen wedstrijd overgeslagen. Ries had een oude Audi.”

Na zijn vervangende dienstplicht („Mijn broer weigerde een wapen vast te houden”, aldus Gijs) en sociale academie De Horst in Driebergen, waar hij zijn links georiënteerde kijk op de maatschappij verder verbreedde, verhuisde Ries Vernooij als eerste van zijn vriendengroepje naar Utrecht, de grote stad. Het werd zijn nieuwe thuis.

Ries Vernooij rond 1969.

„Ik dacht meteen: hé, hier hebben we iets bijzonders”, zegt Peter Smids, oud-directeur van muziekcentrum Vredenburg. In 1986 solliciteerde Ries als schilder bij het technisch team van wat toen nog een muziek- en congrescentrum in opbouw was. „Hij was intelligent, met zo’n wakkere blik in zijn ogen, en hij maakte ondubbelzinnig duidelijk dat hij hogerop wilde. Ik geloof dat hij misschien één keer een pot verf heeft aangeraakt. Hij bleek een aanwinst als podiumtechnicus. Licht, geluid, de logistiek backstage – hij kon het al of hij leerde het. Sociaal was hij ook uiterst vaardig. Klassieke coryfeeën zijn lastig in de omgang, maar Ries behandelde muzikanten en dirigenten met begrip en respect. Hij had een artistiek hart.”

In de liefde bleef Ries zoekende – hij richtte zich op zijn werk, zijn vrienden en de muziek en was beducht voor het ‘huisje-boompje-beestje’ dat hij uit ’t Goy zo goed kende. Dat veranderde toen hij Hiltje Karenbeld ontmoette, een studente psychologie die een paar avonden per week in Vredenburg werkte. „Het was een leuk team”, vertelt ze. „Na het werk bleven we vaak nog wat drinken in de artiestenfoyer, of we gingen de stad in. In 1992 raakten Ries en ik een keer langer in gesprek, en toen waren we het helemaal eens: relaties, daar begonnen we niet meer aan. Al die verwachtingen en verplichtingen... Maar we vonden elkaar te leuk. Binnen een jaar woonden we samen, en we zijn altijd bij elkaar gebleven. It was meant to be.”

Na jaren van grote vrijheid, met volop cultuurbezoek en een aantal verre reizen, kregen Hiltje en Ries twee zonen: Siemen (2004) en Jurre (2007). Voor Ries viel hun komst samen met een piek in werkdruk: hij werkte sinds 1999 bij De Ysbreeker in Amsterdam, waar hij als hoofd techniek de complexe overgang naar het nieuwe Muziekgebouw aan ’t IJ overzag. „In Vredenburg is Ries zich precies gaan realiseren wat een muziekfaciliteit nodig had”, zegt Peter Smids. „Al die kennis kon hij in Amsterdam toepassen.” Alleen de artiestenfoyer vond hij niet de juiste sfeer hebben.

In 2014 keerde Ries terug op zijn oude stek Vredenburg, inmiddels verbouwd en gefuseerd met Tivoli. Hiltje: „Ries was echt een man van backstage: hij zorgde er achter de schermen voor dat de boel op rolletjes liep, in goede samenwerking. Hij hield de groep bij elkaar.”

Ries’ overlijden na een ongelukkige val van de trap kwam voor zijn familie en zijn collega’s als een enorme schok. De herdenkingsdienst was in de grote zaal van Vredenburg. Een Spotify-lijst met zijn favoriete liedjes wordt nog steeds aangevuld.