Opinie

Woody Allen en de vagina’s-op-pootjes

Joyce Roodnat De autobiografie van Woody Allen – Joyce Roodnat durfde het eerst niet goed aan. Zijn seksisme blijkt ze echter minder erg te vinden dan zijn valse bescheidenheid.

Joyce Roodnat

Hoppekee. 68 miljoen naar Holland Casino . En gelukkig ook wat corona-miljoenen naar de kunsten. Maar we mogen nog niet naar buiten, dus draai ik rondjes om een boek. De autobiografie van Woody Allen. Het is een heksenketel vol seksisme, als ik een stel gerenommeerde Amerikaanse critici goed begrijp. Moet ik dat lezen? Ja. Ik houd van zijn films, ik moet onder ogen durven zien waar ze vandaan komen. Ik duik erin.

Inderdaad, hij levert voluit. Geen vrouw is veilig, ze zijn een „amuse-bouche”, „knappe blauwkousen”, „seksueel radioactief”, en zo meer, veel meer. Maar die felle kritiek vertrouw ik niet. Zijn boek bevat vele grappen die vrouwen reduceren tot vagina’s-op-pootjes. Maar zijn films bulken van dezelfde grappen, zo definiëren ze mannetjes en hun machofrustratie. Hier spreekt niet zo’n mannetje, hier schrijft de gerenommeerde filmer. Klopt, maar zijn ze te scheiden? Ik neem de proef op de som, bekijk Radio Days, erkend autobiografisch en vol onbehoorlijke vrouwen-karikaturen. Ik lach, ik ben niet te houden. Ophouden met lachen, dat vind ik te veel gevraagd.

Ik heb het moeilijker met Allens valse bescheidenheid. Alleen de titel al van dit boek: Apropos of Nothing, terwijl het een en al ‘à propos lekker belangrijk’ is. Erkende literaire meesterwerken als De toverberg doet hij af als niet om door te komen. Twee alinea’s later is hij dat vergeten en adoreert hij Thomas Mann. Filmen? Makkelijk. Zijn films stellen niks voor. Maar Ingmar Bergman vond hem briljant. En Cary Grant. En Tennessee Williams. En Federico Fellini. Niet dat hij dat snapt, maar hij meldt het maar even. Hij denkt blijkbaar dat zijn lezers gek zijn en zijn gekoketteer niet doorhebben. Of hij denkt dat ze gek zijn en erin trappen, kan ook.

En dan de misbruikzaak. Allen zou zijn stiefdochter te na zijn gekomen. Er is geen patroon, dit is een akelig geval van welles-nietes. Ik heb het niet op sensatie, zeker bij dit onderwerp. Ik dwing mezelf het te lezen. Ik voel me vuil, ze zijn allemaal gek.

Lees ook de recensie van ‘Apropos of Nothing’: Woody Allen in zijn biografie: olijk en laconiek, en verbitterd

In een radioprogramma spreekt theatermaakster Laura van Dolron een noodkreet uit over corona-quarantaine. Van Dolron is goed in vervreemdende, zachte zinnen: „In de metro houd ik ervan even een rug te voelen.” Ze kan ook cynisch uithalen. Geinig, dus ik lach. En zij zet al een volgende stap en ontleent aan haar eigen cynisme weer tederheid – die zonder dat cynisme dus niet bestond. Door haar weet ik hoe ik om kan gaan met Woody Allens boek. Ik zie een pedante kwal. En dan zie ik een man die voorbij is en die de vlucht naar voren kiest.

Gelukkig hebben we de films nog. Annie Hall. Hannah and her Sisters. Matchpoint. Of die door de beugel kunnen? Welke beugel?