Twee bierbrouwers tussen hoop en vrees

Zap Twee Twentse brouwers laveerden in de documentaire ‘Ons bier’ tussen hoop en vrees. Net als RTL Nieuws en het NOS Journaal eigenlijk.

Johan Nijhof en Ruud van de Gevel voor hun brouwerij in 'Ons bier'.
Johan Nijhof en Ruud van de Gevel voor hun brouwerij in 'Ons bier'. Foto KRO-NCRV

Op een hoog plateau heb je twee soorten mensen. De ene soort constateert tevreden dat het pad na de uitputtende klim vlak is en misschien zelfs al wat omlaag gaat. Dat was dinsdag RTL Nieuws, dat hoopvol opende met het nieuws dat de daling van het aantal Covid-19-patiënten op de intensive care door lijkt te zetten.

De andere soort vindt het vooral heel erg hoog, staat te rillen in de kille bergwind en wenst dat hij in het dal een dikkere jas had aangetrokken. Dat was Rob Trip. Zijn NOS Journaal liet de ijskoude wind van de recessievoorspellingen van het IMF hard in het gezicht van de kijker blazen: 7,5 procent economische krimp. Een deskundige van de ING wist nog een opmerking over „misschien sneller opveren” uit een zee van twijfel op te vissen.

Daarna zagen we een strandtenthoudster die haar gesloten terras had gebarricadeerd om ongewenst Paasbezoek te weren. Een winkelier verplaatste een paar kinderschoenen (nooit gedragen) van de ene plaats naar de andere. Komen er nog mensen voor de boel over de kop gaat? Dat een meerderheid van de Tweede Kamer voor een uitverkoopverbod is, klonk als een zijden sjaaltje in een sneeuwstorm.

Bebuikte vijftigers

Ik moest de hele tijd aan Ruud van de Gevel en Johan Nijhof denken, de Twentse bierbrouwers naar wie ik een avond eerder met snel stijgende aanhankelijkheid had gekeken. Zij behoren tot de precoronisten, een mensensoort die langzaam van tv verdwijnt: plannenmakers die gefilmd zijn vóór de virusuitbraak en die nog geen idee hebben van wat hun boven het hoofd hangt.

Ruud en Johan zijn de helden van Olivier van der Zees innemende documentaire Ons bier (KRO-NCRV). Hun bier Huttenkloas „moet hip, fris en trendy worden – maar met mate.” De Almelose reclamejongens weten wel wat Ruud en Johan willen horen. Al jaren brouwen onze helden hun Huttenkloas, maar ondanks de speciaalbierenhype heeft hun bier de weg naar de massa nog niet gevonden.

Héérlijke mannen, zijn het. De gezellig bebuikte vijftigers zijn voor ondernemers wel erg voorzichtig. Ze lijken ook meer van brouwen te houden dan van zakendoen (en evenveel van bier als van brouwen). Het is aandoenlijk om Johan per telefoon wanbetalers omzichtig achter de broek te horen zitten. „Ah, dan klopt dit nummer misschien niet meer.” Zijn vrouw, die meeluistert: „Je moet daar misschien wat harder in zijn.”

Met pijn in het hart nemen de mannen afscheid van hun oude etiket, dat wordt gedomineerd door de houten dwangstoel met spijkerzitting waar de achttiende-eeuwse dief ‘Huttenkloas’ volgens de overlevering honderd dagen op vastgebonden zat. Er komt een open dag in de brouwerij, Johan koopt enkele gegraveerde kaasplanken voor bij de rondleidingen. Plus twee extra lange voor stokbrood – net niet onopvallend genoeg spiekt hij op het prijskaartje.

In China wordt een nieuwe installatie voor 1.500 liter bier besteld, maar vermoedelijk bij het Ikea van het brouwketelwezen. Een toegezegde monteur blijkt niet te komen en een gebruiksaanwijzing ontbreekt. „Het is een grote meccanodoos”, klagen de mannen, maar ze gaan dapper aan het werk. Het wat gladde hoofd inkoop van groothandel Multi Bier („De vorige keer was je verhinderd”, begroet Johan hem fijntjes) wil Huttenkloas eventueel wel bij de Jumbo aanbieden.

Aan het eind van de film gaan de zaken zo goed dat Ruud eigenlijk flink wil uitbreiden. Toch hebben ze, vertelt hij, besloten even op de rem te gaan staan. Wij, verliefde kijkers van Ons bier, konden al raden wie die rem was: Johan. Misschien dat die voorzichtigheid Huttenkloas net door de 7,5 procent krimp kan slepen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.