Pas na felle kritiek kwam minister Van Engelshoven met een steunpakket

Kunst en cultuur De cultuur zucht onder de coronacrisis en smacht naar extra middelen. Minister Van Engelshoven toonde lang geen daadkracht.

Minister Ingrid van Engelshoven heeft het imago dat ze weinig voor elkaar krijgt in ‘haar’ sectoren.
Minister Ingrid van Engelshoven heeft het imago dat ze weinig voor elkaar krijgt in ‘haar’ sectoren. foto ANP/ ROBIN UTRECHT

De stapel brandbrieven op het bureau van minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) wordt steeds hoger.

Al vóór de coronacrisis stroomden de brieven binnen. Van wetenschappers en universiteiten, over de te hoge werkdruk en de verdeling van onderzoeksgelden. Van studentenbonden, over de almaar groeiende studieschulden. En deze week kwamen daar de brieven bij van cultuurinstellingen. Zij vrezen voor hun voortbestaan. Volgens belangenorganisatie Kunsten ’92 loopt de sector door de coronamaatregelen tot 1 juni 969 miljoen euro aan inkomsten mis.

Al die briefschrijvers vragen al jaren hetzelfde: dat de minister voor hen opkomt, voor extra geld knokt en hun financieel lucht geeft. En allemaal klagen ze over het gebrek aan daadkracht. Want dat is het imago dat Van Engelshoven aankleeft: dat ze weinig voor elkaar krijgt voor ‘haar’ sectoren. Studenten en wetenschappers kregen al te horen dat er geen extra geld is. „In de hele samenleving klinkt die roep: voor de zorg, primair onderwijs, klimaat. Ik snap het appèl, maar ik heb het nu even niet en ga het dit jaar van de minister van Financiën ook niet meer krijgen”, zei ze in november tijdens een werkbezoek aan de VU. De afgelopen weken hoorde de culturele sector iets soortgelijks.

Pas woensdagavond kondigde Van Engelshoven een steunpakket aan van 300 miljoen euro. Eerder die dag was ze nog zwaar onder vuur komen te liggen, nadat ze in een interview had gesproken van een „helaas verloren seizoen” voor de kunsten. „Ze stond erbij en ze keek ernaar”, twitterde presentator Cornald Maas. Schrijfster Saskia Noort verweet de minister „geestelijke armoede”. „Beste @ivanengelshoven”, schreef cabaretier Claudia de Breij, „tot nog toe geloofde ik in u. Maar u maakt het nu wel heel moeilijk te geloven dat u voor ons vecht. Wat een lethargische, verslagen houding! Laat u ons echt zo zitten? Zonder geld, maar erger: zonder perspectief en moed?”

Alleen De Breij kreeg een reactie van de minister: „Geloof me, Ik leg me nergens bij neer. Ik ben heel hard bezig met steunmaatregelen en hier komt heel snel duidelijkheid over.” Later die dag kwam die er inderdaad, maar het steunpakket komt rijkelijk laat. Er ligt al ruim een maand een aangenomen motie van de Tweede Kamer om in actie te komen. De indiener ervan was D66, de partij van Van Engelshoven.

Lees ook: hoe de Kamer Van Engelshoven opriep tot actie voor de cultuursector

Het pakket is hard nodig: museum-, bioscoop- en concertzalen zijn leeg en culturele instellingen teren in op hun reserves of zien de bodem van de kas al. Eind maart kondigde Van Engelshoven wel wat eerste maatregelen aan om gesubsidieerde musea wat lucht te geven. Als zij gebruikmaken van een gebouw van het Rijksvastgoedbedrijf wordt hun huur drie maanden opgeschort. Instellingen die subsidie ontvangen, krijgen het geld voor het derde kwartaal als voorschot. Verplichtingen voor die instellingen, zoals prestatieafspraken, worden opgeschort. Daarnaast steunde Van Engelshoven de oproep van cultuurinstellingen aan hun publiek om geen geld terug te vragen voor reeds gekochte kaartjes voor bijvoorbeeld theatervoorstellingen.

Onvrede nam toe

Alles bij elkaar genomen voelde het als onvoldoende en groeide de onvrede in de cultuursector. Dat er voor het bedrijfsleven wél miljarden werden uitgetrokken, wakkerde de frustratie verder aan. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) beloofde „alles op alles” te zetten om KLM te redden. Voor cultuurinstellingen klonken die woorden niet, terwijl zij de afgelopen jaren juist als gevolg van overheidsbeleid geen of maar kleine reserves hebben kunnen opbouwen.

In 2012 bezuinigde VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra twintig procent op de sector. Zijn beleid was erop gericht om de afhankelijkheid van subsidies te verkleinen. Cultuurinstellingen werden voor een belangrijk deel aangewezen op eigen inkomsten. Het leidde tot veel reorganisaties. Een vast contract werd een nog grotere zeldzaamheid dan het al was.

De sector bestaat inmiddels voor zestig procent uit zzp’ers. Zij kunnen in de coronacrisis aanspraak maken op de regeling die het kabinet vorige maand invoerde – inkomensverlies wordt voor drie maanden aangevuld tot het minimumloon. Van Engelshoven noemt het „geen vetpot en niet leuk”. Maar in de cultuursector kan niet iedereen aanspraak maken op de regeling, bijvoorbeeld omdat er gebruik wordt gemaakt van een gecombineerde arbeidsvorm: deels zzp’er en deels in dienst, of een flexcontract. Maar van maatwerk is geen sprake. Dat is nu „ondoenlijk”, zegt Van Engelshoven. Ondernemers in de sector moeten het doen met de generieke maatregelen die het kabinet eerder al aankondigde.

Lees ook: Anderhalve meter afstand houden bij een popconcert?

Zowel bij de zorgen van wetenschappers en studenten als nu in de kunst- en cultuursector valt op dat Van Engelshoven zich eerder analytisch opstelt dan visionair. Ze beschrijft de problemen die er zijn, is empathisch, maar met oplossingen komt ze vaker niet dan wel, of ze komt met oplossingen die niet goed vallen. Zo riep ze in een videoboodschap deze week studenten wier bijbaan is weggevallen op om meer te gaan lenen, al dan niet met terugwerkende kracht.

Toen van Engelshoven in 2017 aantrad als minister klonk er opluchting in zowel de onderwijs- als de cultuurwereld. Een D66’er, de partij die beide onderwerpen hoog op de agenda heeft staan, dat zou goed nieuws zijn. Het maakt de teleurstelling over haar optreden, of eigenlijk het gebrek daaraan, des te groter.