Opinie

Onbegrepen

Grunberg in New York

Er wordt een storm verwacht. Ons wordt aangeraden onze telefoons op te laden en de koelkast kouder te zetten, mocht de stroom uitvallen.

De stroom valt niet uit, voorlopig nog niet althans.

Op maandagochtend zie ik in de Citibank op de hoek van de 40ste Straat en Park Avenue voor een geldautomaat een verder keurige jongeman, hij lijkt niet op een dakloze, met zijn broek op de enkels en een pincet in zijn hand. Hij is bezig haren op zijn bovenbeen eruit te trekken. Misschien is het de storm.

Je kunt het ook waanzin noemen, maar ik denk dat zijn gedrag door mij gewoon niet wordt begrepen. Nooit eerder zijn we zo onbegrepen geweest.

Ik doorkruis de stad alsof ik hier net ben komen wonen, elke buurt wil ik opnieuw ontdekken, niets wil ik missen. Tegenover Grand Central Station nemen daklozen het over, ze bouwen kastelen van kartonnen dozen en winkelwagentjes.

Maandagmiddag is de storm nog niet gaan liggen. Times Square is leeg, maar dan duikt een man op in een bodywarmer met een fototoestel. Hij ziet eruit als een toerist, de laatste toerist in New York. ‘Stay there’, roept hij tegen mij. Ik blijf staan en hij begint me te fotograferen. Ik vraag niet waarom. Op Times Square hangen overal posters waarop staat: ‘Embrace the Absurd’. Als burgerplicht iets is heden ten dage, dan wel dat, het absurde omarmen, met de enige hartstocht die die naam verdient, die van de waanzinnige. De laatste toerist gebaart dat ik door kan lopen, hij steekt zijn duim op.

Op de hoek van het plein draai ik me om, onze blikken kruisen elkaar. De laatste toerist kijkt gelukzalig. Hij twijfelt niet langer, hij weet dat elk moment de Messias de hoek om kan komen en op Times Square zal verschijnen.