Ollongren doet ‘moreel appèl’ op verhuurders, maar verbiedt huisuitzettingen niet

De teruggekeerde minister wil huurders geen extra hulp bieden in de coronacrisis. Ze vroeg verhuurders wel om zich coulant op te stellen.

Kajsa Ollongren woensdag in de Kamer. De minister was maandenlang afwezig, na een operatie aan haar bijholtes. Foto ANP Bart Maat
Kajsa Ollongren woensdag in de Kamer. De minister was maandenlang afwezig, na een operatie aan haar bijholtes. Foto ANP Bart Maat

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) doet een „moreel appèl” op verhuurders om rekening te houden met de economische gevolgen van de coronacrisis voor huurders. Ze wil de sector echter niets opleggen door huisuitzettingen of huurstijgingen te verbieden, vertelde ze woensdag in de Tweede Kamer.

Volgens Ollongren slaat een bevriezing of verlaging van de huren „een financieel gat” in de kas van de verhuurders en worden huurders voldoende beschermd door een speciale spoedwet waarover de Kamer donderdag stemt. Die wet maakt het mogelijk aflopende huurcontracten eenmalig met drie maanden te verlengen, om te voorkomen dat huurders in crisistijd op zoek moeten gaan naar een nieuwe huurwoning. Huurders kunnen hun contract daardoor in elk geval verlengen tot 1 juli – eind mei beslist Ollongren of het voorstel langer gaat gelden.

Dat was te karig, vond een groot deel van de oppositie. „In een moreel appèl kun je niet wonen”, schamperde Henk Nijboer (PvdA). Alexander Kops (PVV) deed Ollongrens voorstel af als „een kleine pleister op een gapende wond”. Ook de SP en GroenLinks willen dat Ollongren actie onderneemt door de huren te bevriezen. De oppositiepartijen voorzien een cocktail van problemen als verhuurders hun prijzen verhogen en getroffen huurders tegelijkertijd hun inkomsten door de crisis zien verdampen.

„Waarom wachten tot het misgaat?”, vroeg Paul Smeulders (GroenLinks) zich af. „Dit is de wereld op zijn kop.”

Welwillendheid

Anders dan veel coronadebatten gaat het ditmaal niet om geld. Niemand in de Kamer verwacht dat het kabinet in de huurdersmarkt financieel bijspringt, zoals bij de steunpakketten van miljarden euro’s voor werkgevers en werknemers die Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) de afgelopen weken aankondigden. De vraag is eerder: hoeveel dwang moet of mag de overheid op de woningmarkt uitoefenen? Oftewel: de vragen die al voor de coronacrisis het woondebat beheersten.

Als het ligt aan Ollongren, die de Kamer voor het eerst in een half jaar toesprak na een lange afwezigheid wegens ziekte, is het antwoord: zo min mogelijk. Het oplossen van financiële problemen bij huurders regelt ze liever „aan de voorkant”, door via het steunpakket hun inkomens op te vangen. Door op grote schaal de huren te bevriezen, vreest ze, komen corporaties en verhuurders minder toe aan hun andere taken: het bouwen van nieuwe woningen en het ‘vergroenen’ van hun bestaande woningbezit.

Lees ook: Geen toeristen meer? Dan maar een 'gewone' huurder

Ook een voorstel om huisuitzettingen voorlopig te voorkomen, mede gesteund door coalitiepartij ChristenUnie, wees Ollongren van de hand. Ze hoopt dat de coronacrisis er niet toe leidt dat huurders op straat belanden, verklaarde ze, maar vertrouwt liever op de welwillendheid van verhuurders zelf. „Het is niet zo dat wij hier problemen signaleren maar dat de partijen die uiteindelijk daar over gaan, daar niet gevoelig voor zijn.” De minister hield het daarom bij een oproep aan de sector: „Help mee, dat is in ieders belang.”

Het onbegrip tussen Ollongren en de oppositie op het woondossier, ondanks corona en een half jaar afwezigheid, bleef daarmee onveranderd overeind. Sandra Beckerman (SP) proefde „heel weinig ruimte” bij coalitie en het kabinet, stelde ze vast. „Heel veel huurders komen nu in de knel en denken: was ik maar een vliegtuigmaatschappij, dan zou het wellicht makkelijker gaan.”