Opinie

Jongste broertje

Dagboek Coronavirus

Onze lieve werkster Elena komt al weken niet meer bij ons en evenmin bij haar andere klanten. Ze heeft geen ander inkomen. Vanochtend ging ik naar Piazza San Matteo, waar zij woont, om haar een enveloppe te geven met het geld dat ze anders deze maand zou hebben verdiend en een beetje extra.

We stonden met mondkapjes voor op drie meter afstand van elkaar in de zon op het plein. Ze vertelde dat haar lievelingsoom zaterdag was overleden. Hij had een chronische longziekte, kreeg acute ademhalingsproblemen en was naar het ziekenhuis gegaan. De test op het virus was negatief. Maar hij moest in het ziekenhuis blijven en een paar dagen later was de nieuwe test positief, waarna het snel was gegaan. Ze had geen afscheid meer kunnen nemen. Er zou geen begrafenis komen.

Hij was het jongste broertje van haar moeder, die op Sardinië woont en aan het dementeren is. Elena had besloten haar moeder niets te vertellen, want een van haar mooiste herinneringen is dat ze haar kleine broertje in haar armen wiegde.

„Het moeilijkste is”, zei Elena, „dat ik nu niet dicht bij iemand kan zijn.”

De regering heeft een noodfonds beschikbaar gesteld voor mensen die in acute financiële problemen komen. Zelfstandigen hebben recht op een eenmalige toelage van zeshonderd euro, maar het computersysteem kan de hoeveelheid aanvragen niet bolwerken. De gemeente Genua heeft voedselbonnen uitgedeeld aan 33.000 personen, terwijl er 43.000 aanvragen waren goedgekeurd. Maar de gemeente heeft maar 3 miljoen euro beschikbaar en kan de overigen niet bijstaan.

Ik zag een keurig meisje, dat ik me goed met een cocktail kon voorstellen, kleding opvissen uit de vuilcontainer tegenover ons huis. Ik kon niet beoordelen of ze dat deed omdat ze tot armoede was vervallen of omdat ze het funshoppen miste.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.