Een ontslagbrief van tien pagina’s, met twaalf verwijten

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal arbeidsrecht.

Foto Koen Suyk/ANP

Roddels, irritaties, frustraties, leugens en miscommunicatie: voor het bedrijf, dat casino’s met speelautomaten exploiteert, reden om in november 2019 alle medewerkers in de vestiging Valkenburg te spreken. De directeur en de personeelsmanager spreken ook de vestigingsmanager persoonlijk.

Een dag later volgt een tweede gesprek waarin de man gevraagd wordt verlof op te nemen. Ook wordt hem gezegd dat nader onderzoek volgt. Hij neemt verlof, levert zijn spullen in en verwijdert zichzelf uit WhatsAppgroepen.

Twee weken later – de werkgever blijkt alle medewerkers verklaringen gevraagd te hebben – is er weer een gesprek. De vestigingsmanager weet niet dat dit wordt opgenomen. De dag erop meldt hij zich ziek, daags daarna, op 13 december 2019, valt de ontslagbrief op zijn deurmat: tien pagina’s met twaalf verwijten die ontslag op staande voet zouden rechtvaardigen. Hij wil echter zijn baan terug en stapt naar de rechter.

De kantonrechter veegt bijna alle verwijten, waaronder ‘te veel privé bellen tijdens werktijd’ of ‘meer dan vijf sigaretten per dag’, van tafel. Ze zijn vrijwel allemaal niet specifiek, onvoldoende onderbouwd of geen reden voor ontslag op staande voet, hooguit voor een waarschuwing of stevig gesprek.

Bovendien valt het de kantonrechter op dat het bedrijf put uit het heimelijk opgenomen gesprek. Aangezien de man niet van de opname wist, het belang van het gesprek niet duidelijk was en hem woorden in de mond zijn gelegd, acht de rechter deze wijze van bewijsvoering „volstrekt onvoldoende”. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig: op straffe van een dwangsom moet het bedrijf de man weer laten werken, danwel tijdens zijn ziekte begeleiden.