Reportage

In India rot het voedsel nu weg en wordt transport tegengewerkt

Lockdown India De oogstmachines staan vast, transporten worden tegengehouden, op de markt slinkt het aanbod van groente en fruit. „Waar moeten we ons eten straks vandaan halen als we niet kunnen oogsten?”

Dulari Devi (rechts) met zwager en een andere seizoensarbeider op de rottende champignonoogst.
Dulari Devi (rechts) met zwager en een andere seizoensarbeider op de rottende champignonoogst. Eva Oude Elferink

Het is stil op het veld van Jagmohan Malik (58). Zo stil dat je de wind door de deinende tarwe hoort ruisen. Vredig, maar het klopt niet. Midden april, dan moet Maliks veld in India’s ‘tarweschuur’ Haryana barsten van het leven. Machines die brullen, arbeiders die af en aan lopen. Het oogstseizoen in volle gang.

En nu dit. Malik steekt zijn handen in zijn zakken en slaakt een diepe zucht. „Iedereen is vertrokken”, zegt de boer. Van de tientallen mannen en vrouwen die tot voor kort op zijn veld werkten, zijn er slechts drie over. De rest haastte zich terug naar hun eigen dorpen, bang voor het coronavirus dat in India tot nu toe rond de 400 levens heeft gekost.

Toen premier Narendra Modi vorige maand aankondigde dat het land voor ministens drie weken op slot ging wist de boer al: dit is slecht nieuws. Zijn champignons waren bijna klaar om geplukt te worden en daarna was zijn tarwe aan de beurt. Werk dat normaal wordt gedaan door seizoensarbeiders uit arme deelstaten als Bihar en Uttar Pradesh.

Maliks champignonoogst ter waarde van duizenden euro’s is nu een hoop compost. Met slechts enkele handen over om te plukken en de plots wegvallende interesse van zijn opkoper in Delhi, begon de boel te rotten.

Nu vreest de lokale leider van de boerenvakbond, de Bharatiya Kisan Union, eenzelfde lot voor de tarweoogst in zijn regio. De speciale machines die hij en zijn buren rond deze tijd huren, staan vast in naburige deelstaten. Omdat de lockdown inmiddels tot 3 mei is verlengd, lijkt een tijdige terugkeer van hun arbeiders uitgesloten.

„Wij zorgen ervoor dat iedereen eten op zijn bord heeft”, zegt Malik, zijn ogen tot spleetjes geknepen door de ongenadig felle aprilzon. „Maar waar moet dat straks vandaan komen als wij niet kunnen oogsten en dus ook niet voor volgend seizoen kunnen zaaien?”

Verwarring over lockdown

India’s voedselketen bestaat uit talloze schakels. Zij begint op het land van miljoenen veelal kleine boeren om vervolgens via een wirwar aan tussenhandelaren en groothandelsmarkten te eindigen bij de lokale sabzi walla, de groenteman die met zijn volgeladen kar langs de huizen van de stedelijke middenklasse trekt.

„De lockdown en de angst voor het virus hebben die keten abrupt verstoord”, zegt Siraj Hussain, onderzoeker bij ICRIER, de Indiase Raad voor Onderzoek naar Internationale Economische Relaties. Door een plots gebrek aan arbeiders. Maar ook, zegt Hussain, door verwarring over wat nu precies valt onder ‘essentiële goederen en diensten’. „Deelstaten en districtsbeambten, waaronder de lokale politie, gaven daar allemaal hun eigen invulling aan.”

Waar dat toe leidde, zagen Indiërs op televisie. Beelden van bestuurders die hun volle vrachtwagens langs de snelweg achterlieten, omdat politieagenten weigerden hen door te laten. In een poging zulke situaties te voorkomen, kwam de regering met een reeks nieuwe, meer gespecificeerde richtlijnen. Maar de problemen blijven zich voordoen.

Jagmohan Malik (links) oogst zijn tarwe normaalgesproken met een machine, maar die staat vast in een andere deelstaat. Eva Oude Elferink

„Vrachtwagens die essentiële goederen vervoeren, worden vastgehouden, werknemers krijgen niet de vergunningen die ze nodig hebben en magazijnen en koelopslagfaciliteiten worden dichtgehouden”, sneerde Ajay Bhalla, de onderminister van Binnenlandse Zaken zondag in een brief aan alle deelstaten, geciteerd door The Hindustan Times.

Het vooruitzicht urenlang opgehouden te worden door de politie heeft chauffeurs weinig happig gemaakt nog de weg op te gaan. Te meer omdat de dhaba’s, wegrestaurants waar zij normaal wat kunnen eten, gesloten zijn.

De staat heeft genoeg voorraden om honderden miljoenen Indiërs negen maanden te voeden

Vakbondsman Malik waarschuwt dat als het zo doorgaat, voedselschaarste kan ontstaan. Zover is het nog niet, mede doordat de grootste afnemers – hotels en restaurants – voorlopig hun deuren gesloten moeten houden.

Bovendien beschikt de staat zelf over pakhuizen vol aan tarwe, rijst en peulvruchten. Die voorraad alleen al is genoeg om honderden miljoenen Indiërs negen maanden van te kunnen voeden, verzekerde de verantwoordelijk minister deze week.

Ook de mandi’s, groothandelsmarkten die een cruciale schakel vormen tussen boeren en consumenten, ontvangen nog iedere dag voorraad. Alleen: steeds minder.

Bij Azadpur Mandi in het noorden van Delhi zijn de voetstappen gehaast. Snel, snel lopen mannen met sjaals voor hun mond en enorme zakken bloemkolen en komkommers op hun hoofd voorbij barricades. Ervoor staan agenten die met houten stokken voorkomen dat ook maar iemand het waagt voor de ingang te blijven dralen. Doorlopen! Nu! Klats.

„Zie je dat?”, vraagt Rajbhan Gupta (48). „Ze slaan ons gewoon.” Beige pantalon, teenslippers, medisch masker voor zijn mond. Op de bagagedrager van Gupta’s fiets balanceert een krat papaya’s die hij in een nabije woonwijk verkoopt. Normaal kocht hij in voor 10.000 roepies (120 euro) en moest hij een autoriksja huren om zijn waar te vervoeren, zegt Gupta.

„Dit is niks”, zegt de verkoper, zijn arm om de met kranten afgeschermde hoop. Duizend roepies, niet meer. „Er is veel minder aanbod.”

Verse toevoer valt weg

Azadpur Mandi geldt als een van de grootste groente- en fruitmarkten in Azië. Maar in de eerste week van de lockdown nam de toevoer van verse waar daar met meer dan de helft af. Drie weken later zijn de volumes een fractie van wat zij waren. Kwamen de vrachtwagens eerst simpelweg niet, nu wordt slechts een klein deel nog doorgelaten.

„De middenklasse in de stad heeft daar tot nu toe weinig van gemerkt”, zegt onderzoeker Hussain. „Boeren, vrachtwagenchauffeurs, marktlui en de arme straatverkopers hebben al het risico op zich genomen om ervoor te zorgen dat er geen tekorten zouden ontstaan.”

Azadpur heeft net als andere mandi’s haar regels recent flink aangescherpt. Zo wordt Gupta voortaan eerst in een tunnel met desinfecterende nevel besproeid voordat hij de markt mag betreden. Handelaren hebben zich nu te houden aan een even-oneven-systeem op basis van hun loodsnummer. Groente mag alleen nog in de ochtend worden verkocht, fruit in de middag.

De gevolgen zijn zichtbaar op straat, waar groente- en fruitkarren met de dag leger komen voorrijden en verkopers hoofdschuddend hun handen omhoog gooien. „Als één schakel in de keten verzwakt, dan verzwakt de hele keten”, zegt Vijay Setia, wiens familiebedrijf rijst exporteert naar klanten in Europa en het Midden-Oosten. Als hij zijn vracht al naar de haven krijgt dan loopt het daar vast. Setia: „De agent die onze verscheping moet regelen is weg en ook de arbeiders zijn verdwenen.”

Fabriek draait op 10 procent

Bovendien, vertelt Setia over de telefoon, is er een tekort aan containers. Nu is de toevoer van zijn Maharani-rijst deze dagen toch beperkt. Zijn fabriek in Haryana werkt nog maar op 5 tot 10 procent van de normale capaciteit. De achtergebleven werknemers werken in twee diensten. Afstand houden, maskers op, handgel mee.

Setia houdt het in de gaten middels foto’s die hem vanuit de fabriek worden gewhatsappt. Zelf mag hij van zijn zoon het huis niet meer uit. Setia is 66, diabeet. „Hij is bezorgd”, zegt de voormalig voorzitter van de Indiase associatie voor rijstexporteurs. „Wij allemaal.”

Terug op het veld van boer Jagmohan Malik, probeert Dulari Devi (40) onder een struik wat schaduw te vinden. Samen met haar zwager, een jongen van negentien met zachte ogen en brede schouders, kwam ze hier in januari aan vanuit Bihar om op de velden te werken. En nu zijn alleen zij en een andere man nog over, de rest is weg.

Zelf wil Devi ook niets liever dan terug. Thuis heeft ze twee kleine kinderen, vertelt ze. Die bellen haar iedere dag huilend op. Maar voor nu kan ze nergens heen. „Nog even”, sust ze telkens voordat ze ophangt. Nog even en ik kom weer thuis.

Lees ook Zijn mensen anders gaan eten door de coronacrisis? Acht vragen over een dreigende voedselcrisis