‘Belasting kan best omhoog voor multinationals’

Belastingheffing Het vestigingsklimaat blijft aantrekkelijk als de belasting voor grote bedrijven omhoog gaat, stelt een speciale commissie.

Door de coronacrisis is het rustig bij de kantoren aan de Zuidas in Amsterdam.
Door de coronacrisis is het rustig bij de kantoren aan de Zuidas in Amsterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De belastingheffing op multinationals in Nederland kan omhoog, zonder dat daarmee het gunstige vestigingsklimaat wezenlijk wordt aangetast. Deze conclusie trekt een fiscale onderzoekscommissie die op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek deed naar de manier waarop Nederland multinationale ondernemingen belast. Zeker 600 miljoen euro extra winstbelasting zou kunnen worden opgehaald.

De politieke en maatschappelijke verontwaardiging loopt geregeld hoog op als het gaat over de belastingen voor het internationale bedrijfsleven. Premier Rutte kwam in grote politieke problemen met zijn voorstel de dividendbelasting voor multinationals af te schaffen (hij haalde uiteindelijk bakzeil). Het Nederlands-Britse olieconcern Shell, dat miljardenwinsten maakt, bleek niet of nauwelijks belasting te betalen in Nederland. En ongeveer een jaar geleden werd Nederland formeel aangemerkt als belastingparadijs door het Europees Parlement.

Lees ook dit verhaal over Starbucks: Hoe een koffieketen de fiscale praktijk veranderde

Verliezen ‘uitsmeren’

De Kamer zette een commissie aan het werk met de betrekkelijk onmogelijke opdracht om het fiscale stelsel voor multinationals eerlijker te maken en tegelijkertijd het gunstige vestigingsklimaat te behouden. Die commissie, onder voorzitterschap van voormalig topambtenaar op Financiën Bernard ter Haar, kwam met zeven concrete aanbevelingen, langs twee hoofdlijnen.

De eerste hoofdlijn is dat bedrijven die in Nederland winst maken, ook in Nederland belasting dienen te betalen. De commissie stelt onder meer voor om de ‘verliesverrekening’ van een bedrijf te beperken tot maximaal de helft van de winst. Nu kunnen bedrijven hun verliezen over jaren uitsmeren en van hun latere winsten aftrekken waardoor ze per saldo soms jarenlang geen winstbelasting betalen.

Lees ook dit verhaal over het vestigingsklimaat: Nederland rolt de oranje loper uit

De tweede hoofdlijn betreft het verkleinen van de verschillen tussen de Nederlandse en de buitenlandse fiscale regels voor bedrijfswinsten. Zo kan gekeken worden naar de beperking van de renteaftrek in Nederland.

Op internationaal vlak is er sowieso de meeste winst te behalen, zegt commissievoorzitter Ter Haar in een toelichting. „Een harmonisatie van de belastinggrondslag voor bedrijven kan daarbij van groot belang zijn. Hetzelfde geldt voor de invoering van een minimumtarief voor winstbelasting, waar nu in OESO-verband over gesproken wordt. Belastingen zouden ook meer geheven moeten worden in het land waar een dienst aangeboden wordt in plaats van in het land waar het bedrijf toevallig gevestigd is.”

Miljarden mislopen

Deze optelsom van zeven maatregelen kan leiden tot een extra winstbelasting van in totaal 600 miljoen euro, schat de commissie. Die komt dan bovenop de 26,2 miljard die voor dit jaar geraamd werd als vennootschapsbelasting (cijfer van voordat het coronavirus uitbrak). Staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66) heeft toegezegd nog voor de zomer met een inhoudelijke reactie op het rapport te komen.

Oxfam Novib, dat al jaren strijdt voor eerlijker internationale belastingheffing, laat weten teleurgesteld te zijn dat de commissie niet verder gaat. „Het rapport laat een grote kans liggen om de problematische situatie van ‘Nederland belastingparadijs’ aan de kaak te stellen, waardoor ontwikkelingslanden miljarden mislopen”, stelt Johan Langerock, belastingexpert van Oxfam Novib. „Geld dat deze landen hard nodig hebben in hun strijd tegen het coronavirus.”