Videobellen met de verdachte

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Advocaat Gerlinde Spaan moet telefonisch het vertrouwen van haar cliënten zien te winnen.

Verhoorkamer op politiebureau.
Verhoorkamer op politiebureau. Foto Lex van Lieshout/ANP

Haar cliënt zit op een stoel in de verhoorkamer van een politiebureau. De deur is dicht, tegenover hem zitten twee agenten. Ze stellen een vraag. Het blijft stil. Eén seconde, twee seconden, drie seconden. „Wat gebeurt er?”, vraagt strafrechtadvocate Gerlinde Spaan via de inbelverbinding. „Wat is er aan de hand?”

Je ziet niet wat je cliënt doet, vertelt Spaan telefonisch over de verhoren in coronatijden. „Is diegene bang, boos of blij? Ik weet het niet.” Normaal zit ze naast iemand en ziet ze dat in een oogopslag. Maar vanwege de coronamaatregelen werkt ze vanuit huis of kantoor in Groningen. Verhoren, zittingen en bezoeken gaan telefonisch of via een videoverbinding.

Regelmatig heeft Spaan piketdiensten, ze is gespecialiseerd in jeugdrecht. Wordt er iemand opgepakt, dan heeft diegene recht op juridische bijstand. En dan komt advocate Spaan om de hoek kijken. Letterlijk: ze reist van cellencomplex naar politiebureau om haar cliënten bij te staan tijdens verhoren. Dan rolt ze van de ene afspraak in de andere. Nu gaat dat niet meer.

Het moeilijkste is het gemis aan persoonlijke interactie, zegt Spaan. In de meeste gevallen kent ze de cliënten tijdens de piketdiensten niet. Ze moet dan snel vertrouwen winnen en zijn of haar rechten uitleggen: „Ik vertel wat mijn functie is, dat ik een beroepsgeheim heb en dat diegene veilig is bij mij”. En dat gaat telefonisch veel lastiger, want „de aangehouden verdachten hebben geen beeld bij mij”.

En dan de verhoren zelf. Ook dat is anders dan anders. Ze belt in tijdens het gesprek in de verhoorkamer, maar ziet vaak niks. „Als ik vertrouwelijk met mijn cliënt wil praten, dan moet ik de agenten vragen de kamer te verlaten”, zegt Spaan. Maar hoe weet ze zeker dat ze weg zijn? „Ik vraag het de cliënt nog een keer, laat diegene kijken of de deur open, of misschien op een kier staat.”

Ze wil benadrukken dat iedereen zijn best doen. Eerder, al voor corona, waren er pilots met videobellen in de rechtspraak. Dat zou efficiënter zijn, sneller en goedkoper, maar het is landelijk nog niet doorgezet. Nu merkt Spaan ook de praktische problemen van het bellen, al dan niet met video, zoals politiebureaus met maar één verhoorkamer met videoapparatuur – áls die het al doet. „En dat is best logisch in deze tijd, want niemand heeft dit zien aankomen.”

En hoe het afgelopen is met de zwijgende cliënt in de verhoorkamer? „Die zweeg niet, maar had geantwoord met een knikje. En dat zie ik dus niet.”