Foto Merlin Daleman

Interview

Vertrekkend ABN-topman over noodsteun: ‘we zullen soms echt nee verkopen’

Kees van Dijkhuizen | Topman ABN Amro Kees van Dijkhuizen stopt volgende week als topman bij ABN Amro. Tot dan vraagt de coronacrisis zijn volle aandacht.

‘Als we deze crisis vijf jaar geleden als bank hadden meegemaakt – nou, nou, nou, dan weet ik niet wat er gebeurd zou zijn.” Topman Kees van Dijkhuizen is tevreden dat het ABN Amro waaraan hij leiding geeft deze coronacrisis aan lijkt te kunnen. Zijn bank heeft flink meer kapitaal dan voor hij begon, benadrukt hij. „En we zijn veel verder met de IT. Nu kunnen we iedereen van huis uit laten werken.”

Het interview met Van Dijkhuizen (64) verloopt via een videogesprek. Het gaat, een uur lang, over de coronacrisis, en ook over zijn afscheid: voor de topman zijn dit de laatste, hectische werkdagen. Hij trad aan in 2017 en kondigde vorig jaar juni aan niet op te gaan voor een tweede termijn. Hij draagt de leiding over aan Robert Swaak, oud-topman van accountantskantoor PwC. Zijn laatste werkdag is op de dag van de aandeelhoudersvergadering, woensdag 22 april.

Tot die tijd werkt Van Dijkhuizen vanuit zijn woonkamer – „ik heb mijn vrouw daar enigszins uitgewerkt”. De wekker gaat tijdens de coronacrisis een uurtje later af dan normaal: thuiswerken scheelt een uur reistijd naar het hoofdkantoor in Amsterdam. Vanaf acht uur ’s ochtends tot pakweg acht uur ’s avonds is zijn werkdag gevuld met calls. Tussendoor een uur pauze, wandelen met de hond.

Vanaf de eettafel belt hij met klanten, met nationale en internationale toezichthouders, met zijn collega’s in het dagelijks bestuur, met de commissarissen. „En ik heb bijna dagelijks contact met de ministers van Financiën en Economische Zaken, zodat de plannen die zij maken ook door ons goed uit te voeren zijn. Dat we niet na afloop tegen elkaar zeggen dat er dingen niet kloppen.”

De banken en het ministerie van Financiën kondigden half maart eerste actieplannen aan om door de coronacrisis getroffen ondernemers financieel lucht te geven. Klanten kregen zes maanden uitstel van aflossingen, en voor nieuwe bankkredieten kwam er een overheidsgarantstelling.

U was eerder topambtenaar bij de twee ministeries waar u nu veel contact mee hebt. Profiteert u daarvan?

„Een beetje. De lijnen zijn iets korter. Even bellen met de thesaurier van Financiën, over bijvoorbeeld grote bedrijven die in problemen komen.”

Bij de lancering van de maatregelen zei u dat banken in deze crisis een deel van de oplossing zijn, anders dan bij de kredietcrisis. Daar kwam kritiek op: banken zouden hun imago willen oppoetsen. Is het niet iets wat je moet laten zien in plaats van vertellen?

„Ja, dat is normaal ook wel mijn aanpak. Maar dit is een uitzonderlijke tijd, waarin communicatie vooraf belangrijk is. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn, mensen moeten gerustgesteld worden.

„En we hebben ook meteen boter bij de vis geleverd. Ik hoor van veel bedrijven dat ze heel blij zijn met de zes maanden uitstel van aflossen; dat ze zelf voorzichtig dachten om drie maanden te vragen. Nu is het zaak dat we die regelingen goed uitvoeren, dat we onze klanten de komende jaren – dit gaat even duren – door deze crisis heen helpen.

„En ja, dat geeft ons als banken een kans om ons imago te verbeteren. Maar we doen in eerste instantie vooral ons werk. Daarna zouden we het inderdaad fijn vinden als we tegelijkertijd kunnen bereiken dat mensen zeggen: ze hebben geleverd.

„Wel belangrijk is dat we ook eerlijk tegen elkaar zeggen dat een deel van de ondernemers geen steun gaat krijgen. Dat vinden we vreselijk, maar we beheren óók het spaargeld van burgers. Dat moeten we teruggeven. En we hebben een zorgplicht, waar de Autoriteit Financiële Markten op toeziet. We mogen mensen niet iets geven wat ze nooit meer kunnen terugbetalen. Dus ja, als het er echt dramatisch uitziet bij een bedrijf – en het er voor corona waarschijnlijk ook al zo uitzag – zullen we soms echt nee verkopen. Dat bespreken we eerlijk met de ministers. Die hebben daar wel begrip voor.”

Lees ook: Nu moeten banken de redders zijn

De banken hebben op verzoek van de toezichthouder dividenden geschrapt of uitgesteld. De Nederlandsche Bank hintte er eerder op. Had je dit niet al uit jezelf moeten doen?

„Je maakt een eigen inschatting van wat je als bank kunt hebben. Wij zijn een van de sterkst gekapitaliseerde banken van Europa. Daarom vonden wij dat we zo’n actie niet uit onszelf hoefden te doen.

„De aandeelhouders hebben natuurlijk al 50 procent koersverlies voor de kiezen gekregen. Iedereen heeft het over de grote jongens en rijke miljonairs, maar je hebt ook aandeelhouders die voor hun pensioen rekenen op dividend. En pensioenfondsen die ervan afhankelijk zijn. Zo eenvoudig is het allemaal niet.

„Maar goed, als de toezichthouder het vraagt, dan heb ik wel voldoende besef – ook als voormalig thesaurier van Financiën – dat het verstandig is. Zo’n toezichthouder wil een gelijk speelveld, om te voorkomen dat banken gaan zeggen dat ze sterker zijn dan anderen. Dat begrijp ik uit oogpunt van stabiliteit. Daarom hebben wij meteen na de oproep van de Europese Centrale Bank besloten om het te doen.”

Nu is het zaak dat we de komende jaren onze klanten door de crisis heen helpen functie

Kees van Dijkhuizen Topman ABN Amro

Van Dijkhuizen werd in 2017 onverwacht bestuursvoorzitter van ABN Amro, na een chaotische zoektocht. De raad van commissarissen wilde een bankier als opvolger van Gerrit Zalm, de oud-minister van Financiën die gedwongen was te vertrekken. De staat, destijds voor 70 procent eigenaar van de bank, wilde vooral een baas met een maatschappelijke antenne. Na maandenlang gekonkel, onder anderen met president-commissaris Olga Zoutendijk die naar verluidt zelf de topbaan wilde, kwamen de commissarissen bij bankier en voormalig topambtenaar Van Dijkhuizen uit.

„Ik beschouwde het als een beroep op mij van het bedrijf, ik had mijn vinger niet opgestoken. Het was in het begin natuurlijk wel lastig, met vervelende reacties. Ik was te oud, een tussenpaus, een tweede keuze. Dat was een vervelende start. Aan de andere kant – dat is het voordeel van ‘oud’ zijn, dan maak je je daar ook niet meer zo druk over. Dus ik dacht: ik ga gewoon mijn werk doen.”

De eerste anderhalf jaar waren moeilijk. „We hebben natuurlijk heftig gedoe gehad met mensen die brieven schreven naar de toezichthouder en de pers over onze strategie en mijn leiderschap. Zij beweerden een groot deel van ons topmanagement te vertegenwoordigen. Dat was onzin, we denken dat het één of twee personen waren die de bank moesten verlaten en daar niet blij mee waren. Maar dat heeft wel een boel reuring gegeven.” Er was ook nog „gedoe” met de commissarissen, zoals Van Dijkhuizen dat noemt. Het Financieele Dagblad schreef dat Zoutendijk zich onmogelijk had gemaakt door Zalm tot aftreden te dwingen en zelf voor zijn baan te gaan. „Als ik wat er in de eerste anderhalf jaar gebeurde allemaal had zien aankomen, had ik nee gezegd tegen de functie. Leuk vond ik het niet.”

„Maar vanaf de zomer van 2018 is het gewoon lekker gaan lopen. Geen brieven meer, 93 procent van de medewerkers steunt onze duurzame missie, de bank bleef goed draaien. Tom de Swaan [die Zoutendijk opvolgde als president-commissaris] bracht rust in de raad van commissarissen.”

De Nederlandse staat is nog altijd eigenaar van ABN Amro, met 56,3 procent van de aandelen. De koers ervan is na een goed begin op de beurs – eind 2017 noteerde het aandeel 28 euro, waar die bij Van Dijkhuizens aantreden rond de 20 euro schommelde – afgelopen jaar flink minder waard geworden.

ABN Amro-topman Kees van Dijkhuizen werkt momenteel vanuit zijn woonkamer. „Ik heb mijn vrouw daar enigszins uitgewerkt.” Foto’s Merlin Daleman

Toen u benoemd werd, was de veronderstelling dat na afloop van uw termijn ABN Amro weer zelfstandig zou zijn. Dat is niet gelukt. Hoe kijkt u daarop terug?

„Daar gaat de overheid over, dat is hun keuze. Er zijn wel een paar stappen gezet. En als ik eerlijk ben: ik ben zelf thesaurier geweest en had toen voormalige staatsbedrijven op de plank liggen, zoals KPN. En ik had daar ook wel plannen voor, maar de markt had daar altijd invloed op. Maar goed. De overheid gaat er nu over. Ik lig daar niet wakker van.”

ABN Amro krijgt ook deze crisis harde klappen op de beurs. Is dat iets waar u naar kijkt?

„Dat de koers 28 euro is geweest en nu onder de 10 euro staat? Ik ben daar niet chagrijnig van, want de beurs gaat nu eenmaal op en neer. We zien een soortgelijke daling ook bij andere banken. Daar kijk ik wel met een schuin oog naar.”

„We hebben als ABN Amro ook een winstwaarschuwing gegeven. En we hadden ook dat clearing-incident.”

Eind maart nam de bank een eenmalig verlies van 183 miljoen euro op de beleggingsportefeuille van één klant. Die kon door de extreme beursbewegingen niet voldoen aan de margin call van de bank. Om verdere verliezen te voorkomen verkocht de bank de portefeuille met verlies. „Dat mag niet gebeuren, dat zijn we aan het onderzoeken.”

De koers van ABN kreeg vorig jaar september ook al klappen, na een inval bij de bank door het Openbaar Ministerie. Het OM moet nog altijd beslissen of ABN Amro wordt vervolgd voor onvoldoende screening op malafide klanten.

Als ik wat er gebeurd is allemaal had zien aankomen, dan had ik nee gezegd tegen de functie

Kees van Dijkhuizen Topman ABN Amro

Baalt u ervan dat u het OM-hoofdstuk niet heeft kunnen afronden?

„Ja. Dat het gebeurd is. En dat ik het zo moet achterlaten. Maar dat besefte ik meteen: ING was drie jaar zoet met het OM. Het enige wat ik kon doen is de samenwerking met het OM optimaal laten verlopen – daar zijn ze ook positief over. Ik zit er bovenop. Dat heb ik ook tegen Robert [Swaak] gezegd: het is echt Chefsache.”

Heeft u nog overwogen uw vertrek uit te stellen om de coronacrisis?

„Nee. Een aandeelhoudersvergadering is een heel logisch moment om dit te doen. En Robert is al full swing aan de bak bij ons. Hij zit bij elk gesprek dat ik heb. En hij heeft zich wezenloos goed voorbereid. Toen ik als financieel topman begon, wist ik aanzienlijk minder van ABN Amro dan híj nu weet. Daarom neemt hij het gewoon over, behalve als hij nu onder een tram komt.

„Ik ben bovendien beschikbaar , mocht hij advies willen of een klus voor me hebben. Ik ben nog zes maanden aan de bank verbonden. Maar ik mag wel andere dingen doen, zoals een commissariaat of zo.”

U gaat niet met hem meedraaien, zoals hij nu met u meedraait?

„Nee, nee, we moeten één kapitein op het schip hebben. Ik ben puur een vraagbaak. Het is voor mij vervelend digitaal afscheid te nemen, maar het is voor hem nog vervelender digitaal te moeten beginnen. Dus mocht ik Robert kunnen helpen, dan doe ik dat.”