Onenigheid bij bioscopen: hoe ziet de 1,5-metercinema eruit?

Corona In opdracht van de Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters mocht marktleider Pathé een plan opstellen voor ‘1,5-meterbioscopen’. De vertegenwoordiger van kleine filmtheaters is ontevreden en stapt op.

Bioscoop de Filmhallen in Amsterdam. Onder bioscopen en filmtheaters is verdeeldheid over maatregelen om straks weer open te kunnen gaan.
Bioscoop de Filmhallen in Amsterdam. Onder bioscopen en filmtheaters is verdeeldheid over maatregelen om straks weer open te kunnen gaan. Foto Remko de Waal

Wat betekent de anderhalvemetereconomie voor de bioscopen? Namens de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) mocht marktleider Pathé een ‘protocol verantwoord bioscoop- en filmtheaterbezoek’ opstellen. De volledige bioscoopsector wordt geacht zich aan Pathé’s protocol te houden, benadrukt NVBF-voorzitter Winnie Sorgdrager.

Géke Roelink, die de belangen van filmtheaters behartigt, stapte naar aanleiding daarvan uit het NVBF-bestuur, waar nu de grotere ketens zitting hebben. Een opvolger is er nog niet. Roelink laat desgevraagd weten dat ze vreest dat kleinere, onafhankelijke bioscopen, filmtheaters en arthouses zich straks aan de veiligheidseisen van dit „generieke protocol” moeten houden zonder daarvoor het geld of de ruimte te hebben. En dat terwijl de steun om door de crisis te komen dan wegvalt. „Dat is niet in het belang van een optimaal filmklimaat.”

Een derde van de voorstellingen

Hoe ziet het ‘vertrouwde en welkome uitje’ volgens het door Pathé opgestelde plan eruit? Hoe gaan we naar de film als het leven weer op gang komt, maar het gevaar op besmetting nog niet is geweken? Volgens het protocol kan dan een derde van het normale aantal filmvoorstelllingen plaatsvinden en een kwart van de stoelen worden verkocht, met een maximum van honderd stoelen per zaal. De ticketverkoop verloopt liefst online en nooit cash, bezoekers arriveren een kwartier van tevoren. Posters en raam- of grondstickers geven looproutes door het complex aan. Eenrichtingsverkeer is daarbij de norm, goede planning voorkomt dat bezoekstromen elkaar kruisen. Verspreid zijn desfinfectiemiddelen voorhanden: het protocol rept van ‘desinfectiezuilen’. Deurknoppen en relingen worden regelmatig gepoetst.

Bij kassa en buffet zitten medewerkers achter ‘kuchschermen’, popcorn scheppen ze bij voorkeur vers op of zetten ze met gepaste tussenruimte in warmhoudkasten gereed. Speciaal getrainde medewerkers bij deur, foyer en zalen leiden dit alles in goede banen. Ze kunnen ‘attentiehesjes’ dragen die de regels van sociaal afstand houden samenvattten. In de zaal zitten bezoekers, paren en familiegroepen dan tenminste drie stoelen van elkaar gescheiden. Over toiletbezoek tijdens de voorstelling rept het protocol niet.

Eigen procedure

Iedere bioscoop of filmtheater wordt geacht een eigen procedure op te stellen: als voorbeeld voert het protocol Pathé Eindhoven op, met acht zalen. Bestuursvoorzitter Winnie Sorgdrager van de NVBF erkent dat veel kleinere bioscopen niet aan de eisen kunnen voldoen. „Vermoedelijk kunnen niet alle bioscopen tegelijk in één klap open.” Dus is het plan wellicht niet in ieders belang. „Maar we geven ook wat geld aan de Filmkrant, daar hebben grote bioscopen weer niet zo’n belang bij.”

Het betreft hier mogelijk een kwestie van blijven bestaan of faillissement voor kleine theaters. Sorgdrager: „Het is een lastige vraag, wat doe je met de kleintjes? Maar ik ben er ook om hun belangen in de gaten te houden hoor.”

Lees ook dit opiniestuk van Cornald Maas: ‘Kabinet, red ook de kunsten’

Grote ketens in het voordeel

Friederike Weisner van het NFO, het Nederlands Filmtheater Overleg, zelf directeur van De Lieve Vrouw in Amersfoort, erkent dat bij de herstart grote ketens in het voordeel zijn. „Filmtheaters werken met oudere vrijwilligers en hebben vaak ook een wat ouder publiek. Het zijn veelal verouderde gebouwen met kleine zaaltjes en kruip-door-sluip-doorgangen. Ook onderling zijn er grote verschillen.” En de vraag is sowieso hoe ‘vertrouwd en welkom’ dat ‘nieuwe bioscoopbezoek’ is. Het filmaanbod belooft heel mager te zijn, met distributeurs die hun interessante titels doorschuiven naar betere tijden. Een rustig museum kan volgens Weisner een pré zijn, maar is film nog „leuk en sexy” met driekwart lege zalen, bar noch restaurant en gevaar voor besmetting? „Ik geloof absoluut dat de mensen terugkomen. Maar hoe en wanneer?”