Opinie

Sparen voor slechte tijden zijn we blijkbaar verleerd

Ruim een maand geleden (12 maart) heeft premier Rutte ons land toegesproken en voor het eerst ingrijpende maatregelen afgekondigd. Onder de maatregelen van het kabinet zijn ook steunmaatregelen om bedrijven en ondernemers te helpen. Veel Nederlandse ondernemers blijken echter niet over een buffer te beschikken; als ze niet geholpen worden door de staat gaan ze failliet. Moest de overheid in de vorige crisis de banken redden met miljarden (ABN Amro 22 miljard euro, de redding van ING heeft de Nederlandse staat alleen maar geld opgeleverd), nu moet zij als de hele crisis achter de rug is waarschijnlijk met een veelvoud van dat bedrag ondernemers overeind houden. Toen was iedereen woest, nu is men vooral dankbaar.

De vraag is of die voorlopige 10 tot 20 miljard aan belastinggeld per kwartaal echt de oplossing is voor ondernemers. Want een faillissement na vier weken omzetderving is eigenlijk een bewijs van slecht ondernemerschap. Een ondernemer die al een tijd bezig is, moet een buffer opgebouwd hebben voor slechtere tijden. Het is vriendelijk en deels begrijpelijk dat de overheid via tal van regelingen ondernemers nu in leven houdt, maar is dat niet uitstel voor een waarschijnlijk faillissement later dit jaar? Niemand twijfelt eraan dat er een flinke recessie aankomt. Wie na vier weken het hoofd al niet boven water houdt, zal dat in die crisis ook niet kunnen.

Hoewel het stilleggen van grote delen van de economie veel ondernemers buiten hun schuld hard treft, betekent het ook dat er iets schort aan het Nederlandse ondernemerschap. In goede tijden sparen voor slechte tijden zijn ondernemers blijkbaar verleerd. We hebben een grote mond over Italië, dat hetzelfde naliet, maar onze eigen ondernemers ondersteunen we zonder morren met tientallen miljarden.

Het probleem van de vorige crisis was dat banken veel te kleine buffers hadden. Die waren in de loop van decennia daarvoor steeds verder afgekalfd. Gelukkig hebben we het afgelopen decennium gebruikt om banken te dwingen die buffers fors te verhogen. En met succes. Niemand is vooralsnog bang dat de banken deze keer omvallen, ze roepen zelfs om het hardst dat ze in deze crisis ‘deel van de oplossing’ willen zijn.

Maar van gewone ondernemers eisen dat die een financiële buffer hebben – iets wat lang geleden vanzelfsprekend was – hebben we veronachtzaamd. Bij een gezonde bedrijfsvoering hoort dat je tegen een stootje kunt, en dat geldt ook voor zzp’ers. Dat betekent dat je jezelf en je personeel een aantal maanden kunt blijven doorbetalen als het flink tegenzit.

Zoals we na de vorige crisis goede lessen hebben getrokken voor de financiële wereld, hoop ik dat we na deze crisis het ondernemerschap onder een vergrootglas leggen. Het lijkt me geen slecht idee als de overheid eisen gaat stellen aan ondernemers. Bijvoorbeeld binnen vijf jaar een buffer opbouwen waarmee alle lasten ten minste een half jaar kunnen worden doorbetaald. Daarnaast mogen bedrijfslasten en investeringen geëvalueerd worden door een expert.

Voor veel ondernemers hoeft dat geen probleem te zijn. Ons land heeft momenteel meer spaartegoeden dan ooit: 368 miljard, waarvan 85 procent op vrij opneembare bankrekeningen. Die honderden miljarden aan particulier spaargeld zijn voor een deel ooit met zakendoen verdiend, en weggesluisd van zaak naar privé. Bij kleine bedrijven in de vorm van onttrekkingen, bij grotere in de vorm van dividend. Er zijn geen regels die bepalen hoeveel dividend een bedrijf mag uitkeren of hoeveel geld een kleine ondernemer aan zijn zaak mag onttrekken. Dat roept de vraag op of geld uit de onderneming trekken niet veel te makkelijk kan. Met al die weggesluisde miljarden hadden veel bedrijven ook hun buffers kunnen opbouwen.

Een tweede les van deze crisis is dat Nederland veel te veel ondernemers kent die geen echte ondernemer zijn. Na 2014 zijn er minder ondernemingen failliet gegaan dan voor die tijd maar er waren ook ondernemers die ook voor de corona-epidemie de eindjes nauwelijks aan elkaar konden knopen. Daar konden ze vaak weinig aan doen, want velen waren noodgedwongen ondernemer omdat dit land is doorgeschoten in zijn flexibilisering van de arbeidsmarkt. De kosten van die doorgeschoten flexibilisering worden nu afgewenteld op de samenleving; uiteindelijk is het belastinggeld waarmee de ondernemingen nu ‘gered’ worden. Dat belastinggeld komt grotendeels van werknemers in loondienst met minder vrijheid en met risico op ontslag tijdens crisis. Wie na deze crisis nog steeds denkt dat een miljoen zzp’ers – vaak tegen wil en dank – een goede zaak is, heeft een belangrijke coronales gemist.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist. Ze schrijft om de week op deze plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.