Schuldhulp voor arme en opkomende landen is onafwendbaar

Sanering schulden Hoe te voorkomen dat arme en opkomende landen compleet instorten door de coronacrisis? De G20 willen een handreiking doen.

Een man met een bandana als mondkapje in Port-au-Prince, Haiti.
Een man met een bandana als mondkapje in Port-au-Prince, Haiti. Foto Jeanty Junior Augustin/ Reuters

Opschorten of kwijtschelden, dat is de grootste vraag die wereldleiders de komende tijd moeten beantwoorden over de schulden van de armste landen. Dát er schuldverlichting moet komen staat niet ter discussie: internationale beleggers trekken in hoog tempo kapitaal terug uit opkomende landen, terwijl ook daar de economische activiteit stilvalt, grondstoffenprijzen instorten en de pandemie de kosten van overheden alleen maar omhoog duwt.

In de ronduit deprimerende prognose die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dinsdag publiceerde krimpen de economieën van opkomende landen dit jaar 2 procent, in plaats van 4 procent te groeien, zoals in januari nog verwacht werd.

Deze woensdag bespreken de ministers van Financiën van de twintig belangrijkste economieën (G20) een voorstel van het IMF en de Wereldbank om 76 landen tijdelijk respijt te geven voor hun rentebetalingen en aflossingen. Met het vrijgekomen geld kunnen overheden hun bevolking helpen: zorgcapaciteit uitbreiden, voedsel uitdelen, bedrijven op de been houden. Hulporganisaties vinden betalingsuitstel onvoldoende en pleiten voor kwijtschelding.

Een massale schuldkwijtschelding voor de armste landen, dat is eerder gebeurd. In 2005 schrapten de G7 plus Rusland – muzikaal begeleid door Bob Geldofs Live 8-concerten – veertig miljard dollar schuld van achttien landen. Zo konden overheden leningen voortaan gebruiken voor ontwikkeling, in plaats van het geld direct door te storten naar een schuldeiser, was de gedachte.

Schulden zijn alleen maar hoger

Vijftien jaar later zijn de schulden van de armere landen alleen maar gestegen. In die tijd hebben ze meer toegang gekregen tot internationale banken, de kapitaalmarkt en Chinese leningen. De weerslag daarvan is nu dan ook groot: sinds het uitbreken van de wereldwijde coronacrisis hebben internationale beleggers al zo’n 100 miljard dollar weggehaald uit opkomende economieën, ruim drie maal zoveel als tijdens de financiële crisis van 2008-2009. Banken en andere financiële instellingen in ontwikkelingslanden raken hierdoor beschadigd, wat een herstel van de economie weer bemoeilijkt. Het IMF spreekt van een „perfecte storm”.

Voor het eerst in dertig jaar tijd zou de armoede in de wereld toenemen

De inkomensongelijkheid en de grote informele sector in deze landen maken het moeilijker om de crisis tegen te gaan, zei IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath. De armste inwoners worden buitenproportioneel getroffen. De Verenigde Naties publiceerden vorige week onderzoek van de Australian National University en King’s College London waaruit blijkt dat volgens het zwartste scenario ongeveer een half miljard mensen onder de armoedegrens van 5,50 dollar per dag terecht kunnen komen. Voor het eerst in dertig jaar tijd zou de armoede in de wereld toenemen.

Negentien Afrikaanse landen

Maandag besloot het IMF dat negentien Afrikaanse landen plus Afghanistan, Haïti, Nepal, de Solomoneilanden, Tadzjikistan en Jemen in totaal 215 miljoen dollar krijgen, waardoor zij een half jaar rente en aflossing kunnen schrappen.

In maart riep het IMF samen met de Wereldbank de G20 al op tot tijdelijke opschorting van de betalingsverplichtingen van een grotere kring van 76 landen. In die tijd moet dan per land worden onderzocht of er kwijtschelding nodig is, of alleen een ruimer afbetalingsschema. De 76 landen zouden dit jaar 14 miljard dollar kwijt zijn aan rente en aflossingen bij andere overheden, zei Wereldbank-topman David Malpass. Een voorwaarde is grotere transparantie van ontvangende landen over hun uitstaande schulden.

Lees ook: In de favela is de honger weer terug

De ministers van Financiën van de G7 maakten dinsdag al bekend dat zij meedoen, mits China en de andere G20-leden dat ook doen. Met deze voorwaarde willen zij voorkomen dat ontvangende landen het vrijgekomen geld gebruiken voor aflossing aan bijvoorbeeld China in plaats van hulp aan hun bevolkingen. China is de laatste jaren een van de grootste schuldeisers geworden in veel Afrikaanse en Aziatische landen.

Dezelfde vrees bestaat voor private crediteuren, maar die zijn veel moeilijker aanspreekbaar, al was het maar omdat ze met zovelen zijn. Voor speculanten kan het aantrekkelijk zijn om nu voor een prikkie obligaties van Afrikaanse staten op te kopen en het volle bedrag te proberen incasseren als het tijd is voor uitbetaling. Het Institute of International Finance, dat 450 private instellingen vertegenwoordigt, heeft een moreel appèl op de sector gedaan om eveneens betalingsuitstel te verlenen.

Volgens de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire ziet het er goed uit en zijn zowel overheden als private partijen bereid om mee te werken. Een lichtpuntje is dat het eigen belang voor rijke landen ditmaal veel duidelijker is dan bij de schuldverlichting in 2005. Toen ging het vooral om hulp, ditmaal is de hele wereld van elkaar afhankelijk. Als het virus kan gaan woekeren in Congo of Tadzjikistan, kan het ook altijd weer opduiken in Beijing of New York.