Foto Mike Bink

Interview

Rembrandthuis: ook 2021 is zorgelijk

Musea De musea die geen tot weinig rijkssubsidie krijgen, hebben het zwaar. Zeker als ze afhankelijk zijn van toerisme, zoals het Rembrandthuis.

Het vooruitzicht van het Rembrandthuis in Amsterdam is een stuk zorgelijker dan van andere musea, die rijkssubsidie hebben. Lidewij de Koekkoek, directeur van het Rembrandthuis, vertelt door de telefoon dat de problemen er niet alleen dit jaar zullen zijn. Musea die grotendeels afhankelijk zijn van buitenlandse bezoekers zullen ook in 2021 nog in de problemen zitten, omdat naar verwachting het toerisme dan nog niet echt op gang zal zijn gekomen.

Op donderdag 9 april maakte de Museumvereniging bekend dat de kans groot is dat er door de coronacrisis dit jaar een kwart van de musea zal omvallen, onder meer omdat salarissen niet kunnen worden uitbetaald. Ook bij het Rembrandthuis is dat momenteel de grootste zorg, legt De Koekkoek uit. „Alles is erop gericht om de salarissen zo lang mogelijk te kunnen uitbetalen en primaire kosten als verzekeringen te kunnen betalen. De aanvraag voor de NOW-regeling [tijdelijke tegemoetkoming in de loonkosten van de rijksoverheid, red.] dekt een deel van de loonkosten en we zijn bezig met aanvullende regelingen. Het is een enorme puzzel.”

Directeur Lidewij de Koekkoek van het Rembrandthuis. Foto Anouk van Kalmthout

Volgens De Koekkoek zijn de problemen niet zozeer gerelateerd aan de grootte van het museum, maar is er vooral een probleem voor de musea die relatief gezien weinig rijkssubsidie ontvangen. „We zitten op twintig procent subsidie, voor de rest zijn we afhankelijk van eigen inkomsten. Van die tachtig procent eigen inkomsten zijn we ook nog eens voor bijna 75 procent afhankelijk van buitenlandse bezoekers. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de Hermitage Amsterdam en het Anne Frank Huis, die het zonder rijkssubsidie moeten doen.”

De Hermitage ontvangt inderdaad, net als het Anne Frank Huis, geen rijkssubsidie. Bij de Hermitage wordt 25 procent gehaald uit sponsoring en partners, de rest uit eigen inkomsten. Anders dan het Rembrandthuis komt bij de Hermitage van de jaarlijkse 400.000 bezoekers maar zo’n tien tot vijftien procent uit het buitenland.

Lees ook: Kwart van musea dreigt door coronacrisis om te vallen

Verbouwing op lange baan

Het Rembrandthuis draaide goed en kon vorig jaar op bijna 280.000 bezoekers rekenen. Er was 4,5 miljoen aan inkomsten (fondsen en subsidie meegerekend). Dankzij het succes van de afgelopen jaren, waren er dan ook financiële reserves opgebouwd voor de uitbreiding, die eind 2021 zou starten. Deze verbouwing hield niet alleen uitbreiding in om meer bezoekers te ontvangen, maar was ook gericht op duurzaamheid, ‘persoonlijke beleving’ en een betere bereikbaarheid van de kleine kamers voor minder validen. „De 1 miljoen euro die hiervoor uit eigen kas opzij was gezet, verdwijnt nu. Alle plannen worden op de lange baan geschoven. Alleen de noodzakelijke klimaatinstallatie gaat door. We hebben geen andere keus”, vertelt De Koekkoek.

Lees ook de recensie van de tentoonstelling ‘Hier. Zwart in Rembrandts tijd’

Het eigen onderzoek gaat weliswaar nog door, maar de toekomst van de reizende tentoonstellingen naar Japan, Macau en de Verenigde Staten zijn door de coronacrisis onzeker.

Hoe het moet met de anderhalve-meterregeling, daar zijn ze ook nog niet helemaal uit. Het Rembrandthuis dankt de charme nu eenmaal aan de kleine kamers, „en bezoekers moeten elkaar toch ook passeren op de trappetjes”. Naar verwachting zal minstens de helft van de publieksinkomsten dit en komend jaar verdwijnen, schat De Koekkoek.

Het Rembrandthuis ontvangt gemeentesubsidie en AFK-subsidie, geen rijkssubsidie. Ook was de verbouwing pas eind 2021 gepland. Dit is aangepast in deze versie.