Analyse

Kan Europa de weg uit de crisis wijzen?

Coördinatie De Europese Commissie wil voorkomen dat de weg uit de lockdowns net zo chaotisch en ongecoördineerd verloopt als er de weg ernaartoe.

Een winkel in Innsbruck, Oostenrijk
Een winkel in Innsbruck, Oostenrijk Ftoto Erich Spiess / AFP

Wie bepaalt de route naar de uitgang? Nu een groeiend aantal landen voorzichtig met het verminderen van de coronabeperkingen begint, is de discussie over de juiste ‘exitstrategie’ binnen Europa begonnen. Deze woensdag presenteert de Europese Commissie een ‘stappenplan’ voor het geleidelijk intrekken van de coronamaatregelen. Maar dat het plan al voor de officiële presentatie onder vuur kwam te liggen, belooft weinig goeds.

De hoop was dat Europa het versoepelen van de maatregelen beter zou aanpakken dan het invoeren ervan. De manier waarop landen begin maart halsoverkop op slot gingen en hun grenzen sloten, leidde tot kritiek en irritatie. Europese afstemming was ver te zoeken, met misschien wel als pijnlijkste voorbeeld de stroom Belgische dagjesmensen toen de Nederlandse horeca nog wél open was.

Dat moest anders, erkenden lidstaten. En dus werd de Commissie opgedragen met een plan te komen voor een gecoördineerde exitstrategie. Zo onbesuisd als Europa begin maart op slot ging, zo voorzichtig en gezamenlijk moeten de teugels weer worden gevierd.

‘Routekaart’

Deze woensdag verschijnt die ‘routekaart’ voor het gecoördineerd afschalen van de coronabeperkingen. Het plan zou eigenlijk vorige week al gepresenteerd worden, maar werd toen op het laatste moment ingetrokken na boze reacties van een aantal lidstaten. Vooral Italië en Spanje, de zwaarst getroffen landen, voelden zich gepasseerd. Terwijl ze nog met virusbestrijding en het handhaven van de regels bezig waren, zou het niet helpen als Brussel alvast begon over versoepeling. Zeker niet aan de vooravond van een zonnig paasweekend.

Lees ook: Op weg uit de crisis volgt ieder land weer zijn eigen strategie

Een week later ligt er nu een nieuw plan, dat nog behoedzamer geformuleerd is. Brussel wil koste wat kost de indruk vermijden dat ze lidstaten voorschrijft om bepaalde maatregelen wel of niet te nemen. Wel doet de Commissie suggesties en aanbevelingen. Zet in op het geleidelijk afbouwen van de beperkingen, met voldoende tussenliggende tijd om het effect te volgen. Spits ze steeds verder toe op regio’s of bevolkingsgroepen, en bescherm daarbij de kwetsbare groepen (ouderen) het langst. Voor winkels kan een maximumaantal klanten worden ingevoerd, schoolklassen worden opgesplitst en de openingstijden van cafés en restaurants beperkt. Het gebruik van gezichtsmaskers kan op drukke plekken worden overwogen, ook als het simpele textiele varianten zijn.

Het zijn geen opzienbarende adviezen.

Ongemak bij Europese coördinatie

De voorzichtigheid toont het ongemak bij de Europese coördinatie van het coronabeleid. Enerzijds zijn lidstaten het erover eens dat een betere afstemming gewenst is. Tegelijk willen ze niet gehinderd worden bij het voeren van hun eigen strategie. Uit de manier waarop ze hun maatregelen de afgelopen weken frameden – van ‘noodtoestand’ tot ‘intelligente lockdown’ – blijkt wel dat ook culturele verschillen bij coronabeleid een rol spelen.

Brussel wil de indruk vermijden dat ze lidstaten maatregelen voorschrijft

Binnen Europa zijn er bovendien verschillen in hoeverre het virus al onder controle is. Elke versoepeling, waarschuwt de Commissie, zal onvermijdelijk leiden tot een stijging van het aantal besmettingen. Voordat daarmee kan worden begonnen, moet het aantal nieuwe besmettingen daarom „significant” zijn afgenomen, de capaciteit van het zorgstelsel op orde zijn en de verspreiding van het virus goed te volgen zijn door ‘grootschalig’ testen, waar mogelijk aangevuld met traceerapps. Binnen Europa moeten testmethodes beter geharmoniseerd worden.

Boven alles benadrukt de Commissie dat het belangrijk is dat lidstaten elkaar en Brussel tijdig informeren over het af- en opschalen van maatregelen. „Een gebrek aan coördinatie bij het versoepelen van de maatregelen zal leiden tot politieke frictie tussen de lidstaten”, schrijft ze.

Coördinatie is vooral nodig bij het grensbeleid: pas als de ‘epidemiologische situatie’ in buurlanden vergelijkbaar is, kunnen de grenzen weer open. Bovendien schrijft ze dat de buitengrens van Europa, die sinds half maart dicht zit, pas later, in een „tweede fase”, open zal kunnen.

De Commissie erkent daarmee dat de reisbeperkingen binnen Europa voorlopig nog even niet zullen verdwijnen. Dat sluit aan bij opmerkingen van Ursula von der Leyen dit weekend. In een interview met de Duitse krant Bild adviseerde de commissievoorzitter Europeanen voorlopig te wachten met het boeken van een zomervakantie.

Nog een aanbeveling: communiceer helder, transparant en eerlijk naar de Europese bevolking. Zelf stelt de Commissie het in het document duidelijk: „We zullen met dit virus moeten leven tot een vaccin of medicijn is gevonden.”