Ja. Dit is het einde van de kantoortuin

Japke-d. denkt mee Flauwe grappen, slechte koffie, thuiskomen na je werkdag. Veel mensen missen kantoor, weet Japke-d. Bouma. Maar de kantoortúín is echt op weg naar de uitgang.

Illustratie Tomas Schats

Het is nergens goed voor om je eigen boeken terug te lezen, maar de afgelopen weken betrapte ik me erop dat ik erdoorheen zat te bladeren – pure nostalgie.

Hoe je een hoger salaris krijgt, hoe je heidagen overleeft, de beste tips voor je presentatie, of het handig is om seks met een collega te hebben, hoe je de beste flexplek verovert, hoe je de treinspits overleeft – zo was ik toch weer even op mijn werk.

Want ik mis kantoor!

Niet het met z’n allen bij elkaar gepropt zitten in een grote ruimte zonder dat er stilteruimtes zijn om je te concentreren – dát mis ik natuurlijk niet, jullie kennen me. Maar al die andere dingen die zo heerlijk zijn aan kantoor, die mis ik wél – de kantoorkneuterigheid.

Het samen wandelen tussen de middag, de inloopkast met de schrijfblokken waar het zo lekker naar boekhandel ruikt, de mannen van de receptie die je naam kennen, de grappen die alleen je collega’s begrijpen; de collega’s sowieso – het is zo eenzaam thuis, of juist weer veel te druk met kinderen, dieren en buren. „Ik mis wie ik op mijn werk ben”, schreef een lezer, en dat ontroerde me.

Jullie hebben dat ook, zo merkte ik toen ik op Twitter vroeg wat júllie missen van kantoor. De gezelligheid, schreven velen. Maar ook het „slappe ouwehoeren”, de extreem flauwe grappen, het uitlachen van collega’s die „learnings” zeggen. Dat je even door Twitter kunt scrollen „zonder dat iemand roept: ‘o, zit jij op Twitter?! Dan kun je net zo goed even stofzuigen, het konijnenhok schoonmaken en de was opvouwen’.”

Maar ook het „samen Temptation Island analyseren”, Zaagmans die de week doormidden komt zagen, dat je op kantoor niet naar je eigen vieze ramen hoeft te staren.

De fietstocht naar het werk, de snacks in de kantine, het uitzicht vanaf de elfde verdieping, de printer, „de eigenwijze millennials” (niet mijn woorden), de saucijzenbroodjes, het tafelvoetbal, de slechte koffie, maar ook dat de werkdag weer klaar is, en niet naadloos in de avond overloopt – het thuiskomen.

Een collega schreef: „Het is of je relatie voorbij is maar dat je het er met niemand over mag hebben” – daar kreeg ik een brok van in mijn keel. Een lezer schreef: „Ik sta nu ’s ochtends bij de koffieautomaat mijn eigen vriendin te versieren. Is toch even wennen” en toen moest ik weer lachen tot ik me realiseerde dat ik dat soort grappen enorm gemist heb.

Weet je wat ik denk? Dat het nooit meer wordt zoals het vroeger was. „Is dit het einde van de kantoortuin?”, vroeg een lezer me, en mijn antwoord is ‘ja’.

Want we wisten natuurlijk al veel langer dat kantoortuinen vaak waardeloze werkplekken zijn. Dat je je er vaak maar matig kunt concentreren. Dat dat de kwaliteit van het werk aantast. Dat het een dure werkplek is, omdat mensen er stress krijgen van het lawaai, en ziek worden van de bacillen. Een milieu-onvriendelijke werkplek bovendien, omdat iedereen er dagelijks naartoe moet treinen of rijden.

Voor mij voelde de drukke, open kantoortuin al veel langer als roken in het vliegtuig, als zonnen zonder je in te smeren en als vlees eten zonder dat je daarbij denkt aan de gevolgen voor dier én milieu – als een hopeloos verouderde mastodont – en de coronacrisis heeft dat alleen maar zichtbaarder gemaakt.

Het kabinet gaat de effecten van de kantoortuin „op gezondheid en welzijn” onderzoeken, zo werd afgelopen week bekend. Het wordt überhaupt tijd de kantoortuin te ‘evalueren’, zo zei de Arbo Unie vorige week tegen de Volkskrant. Premier Rutte zei vorige week dat scholen en bedrijven moeten nadenken hoe ze na 28 april de ‘anderhalvemetersamenleving’ vorm kunnen geven, dus het gaat nu hard. De kantoortuin zoals velen hem nu kennen, met dicht op elkaar oeverloos vergaderen, met samen op het toilet, samen in de bedrijfskantine, samen bij elkaar op het bureau kletsen en samen nieuwjaarszoenen, is op weg naar de uitgang.

Of ik daar blij mee ben, vragen steeds meer mensen me op Twitter. Nou, ‘ja’ als dat betekent dat we ruimere, (vaste, want hygiënischer!) werkplekken krijgen, als we ons beter kunnen concentreren, als we stoppen met vergaderen, als we vaker kunnen thuiswerken en minder vaak hoeven te reizen. Maar ‘nee’ dus als dat betekent dat we afscheid moeten nemen van al die zaken die ons nu zo dierbaar zijn op kantoor.

Ik heb wel ideeën hoe we een begin kunnen maken met de anderhalvemetersamenleving op kantoor – daar heb ik ook al vaker over geschreven. Maar ik ben vooral benieuwd naar júllie ideeën. Ik geloof heilig dat het kan: het goede van kantoor behouden én meer afstand nemen, want kantoor mag nooit verloren gaan.

Kom op zeg, het kan toch niet zo zijn dat we straks alleen mijn boeken nog hebben om te weten hoe het was en wat we verloren hebben.

Hou vol hoor!

Hoe was jouw week? Japke-d. Bouma wil het graag weten. Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.