Tim Jenkin (Daniel Radcliffe) zint op een ontsnapping uit de gevangenis in ‘Escape from Pretoria’.

Foto Ian Routledge

Interview

‘Ik heb het scenario met zweet in mijn handen gelezen: hoe gaan we dit spelen?’

Daniel Radcliffe De Britse acteur wilde niet voor eeuwig aan zijn Harry Potter-imago vastzitten. Dus ging hij op zoek naar andersoortige rollen.

Wat voor bril je hem ook opzet, Daniel Radcliffe blijft altijd een beetje Harry Potter. Zelfs als het een uilenbril uit de jaren zeventig is zoals nu, in de zenuwslopende ‘prison break’-film Escape from Pretoria. Radcliffe speelt in de op een waar verhaal gebaseerde film de witte anti-apartheidsactivist Tim Jenkin die in het Zuid-Afrika van 1979 samen met zijn strijdmakker Stephen Lee gevangen wordt gezet vanwege het verspreiden van ANC-pamfletten. Vanaf dag één zijn ze vastbesloten te ontsnappen.

En hoe goed Radcliffe ook op dat Zuid-Afrikaanse accent heeft geoefend, als hij met „Hi, it’s Dan” de telefoon opneemt, dan hoor je gewoon weer de stem van de jonge tovenaarsleerling met wie generaties filmkijkers de eerste tien jaar van deze eeuw zijn opgegroeid. Hij vertelt dat hij al tijdens zijn Harry Potter-jaren wist dat hij iets moest doen om niet voor altijd aan dat kindsterimago vast te zitten. En constateert met opluchting in zijn stem dat hij nu al bijna even lang een „gewone acteercarrière” heeft als de tien jaar die de achtdelige franchise in beslag nam.

Escape from Pretoria is een lastige film voor een acteur. Misschien wel zijn eerste echte acteerrol: „Ik heb het scenario met zweet in mijn handen zitten lezen. Zeker naar het einde toe is het een kettingreactie van kleine en gedetailleerde suspensemomenten: een sleutel die valt, een sleutel breekt, een sleutel die niet past. Dus mijn belangrijkste vraag aan regisseur Francis Annan was wel: hoe gaan we dat allemaal spelen? Natuurlijk wordt veel daarvan verteld via de montage, via opeenvolgingen van close-ups.

„Ondertussen moet je mentaal de spanning vasthouden. Deze mannen hebben geen moment om te ontspannen: ’s nachts zijn ze aan het werk, en overdag zijn ze doodmoe, en mogen ze hun aandacht geen moment laten verslappen uit angst om betrapt te worden. Ik ben geen method actor of iemand met een heel nauw omschreven techniek, dus heb ook geen heel precies antwoord op hóé ik dat heb gedaan. Ik heb mezelf op de set veel afgesloten voor alles om me heen, en muziek helpt ook altijd om je in een bepaalde energie te brengen.”

Tim Jenkin was niet de eerste naar het leven getekende persoon die de inmiddels dertigjarige Radcliffe heeft gespeeld. Eerder was hij dichter Allen Ginsberg in Kill Your Darlings (2013). Maar het was wel de eerste keer dat de man die hij speelde op de set was, en zelfs een bijrol in de film had. Dat extra paar ogen was zowel stimulerend als intimiderend: „Je kruipt in de huid van iemand die dat van de zijkant van de set allemaal nog eens rustig gadeslaat.”

Lees hier de recensie van ‘Escape from Pretoria’

Maar meer dan de vraag hoe de echte Jenkin zijn rol zou vinden, hield hij zich bezig met de vraag in hoeverre het gepast was om een apartheidsverhaal vanuit een wit perspectief te vertellen. Een kwestie die de film zelf ook aan de orde stelt, door Jenkin aan het begin van de film in voice-over te laten reflecteren op het feit dat het noodzakelijk was om zijn witte privilege op te geven. Wat hielp was dat het geen ‘white saviour’-verhaal was, „geen twee witte gozers die even een einde aan de apartheid komen maken”, denkt Radcliffe. „En regisseur Annan had als persoon van kleur een bijzondere interesse in witte politieke gevangenen.” Bovendien, zegt Radcliffe: „gaat het ook om het verhaal van twee mannen met de moed om voor hun morele principes te staan. Dat is een verhaal dat altijd verteld moet worden.”

Radcliffe denkt wel steeds meer na over de rollen die hij aanneemt, en over zijn profiel als acteur. Tegelijkertijd met het script voor Escape from Pretoria kreeg hij bijvoorbeeld een film aangeboden over een witte burgerrechtenactivist in de Verenigde Staten. „Dat moet je dan misschien niet doen.”

Dit soort rollen wil hij wel vaker spelen. Want zijn filmografie post-Potter is een allegaartje van genrefilms, stemmetjes voor cartoonfiguren in Bojack Horseman, The Simpsons en de Playmobil-film en ronduit bizarre optredens als een ruftend lijk in Swiss Army Man (2016) of een wreker met pistolen aan zijn handen in Guns Akimbo (2019). Hij geeft het toe: er zit weinig logica achter zijn rolkeuzes. In die eerste jaren na Harry Potter nam hij van alles aan. Maar eerlijk is eerlijk: „Voor mij is dat de leukste manier om met mijn vak bezig te zijn. Ik zie mezelf niet als een weird figuur met weirde rolkeuzes. Ik vind het oprecht allemaal krankzinnig leuke en surrealistische projecten.”

Daar komt wel een ander privilege de hoek om kijken waar hij zich naar eigen zeggen zeer van bewust is: „Ik bevind me in een uitzonderlijke positie. Ik hoef niets te spelen wat ik niet wil. Dankzij Harry Potter ben ik volkomen autonoom en de baas over mijn eigen carrière. Dat kunnen niet veel acteurs van mijn generatie zeggen. Die vrijheid brengt uiteindelijk wel een soort verantwoordelijkheid met zich mee. Natuurlijk wil ik blijven doen wat ik leuk vind. Ik heb nu eenmaal een eclectische smaak als het over film gaat. Maar ik ben me wel steeds bewuster van de verantwoordelijkheid die je als acteur hebt. Als je me nu vraagt hoe ik terugkijk op mijn carrière van de afgelopen tien jaar, of waar ik mezelf over tien jaar zie, dan zou ik dat niet precies kunnen zeggen. Behalve dat ik uiteindelijk ook zelf wil gaan schrijven en regisseren.”