‘Ik doe werk dat publieke omroep moet doen’

Guilly Koster | Programmamaker De Surinaams-Nederlandse programmamaker Guilly Koster mist diversiteit in talkshows als Jinek en Op1. In zijn dagelijkse talkshow op Facebook praat hij met gewone mensen uit Nederland, Suriname en elders over de coronacrisis.

Guilly Koster (linksonder) tijdens zijn onlinetalkshow met (vanaf linksboven, met de klok mee): Ivette Forster, Peggy Burke en trainer Zehra Handan Aydin.
Guilly Koster (linksonder) tijdens zijn onlinetalkshow met (vanaf linksboven, met de klok mee): Ivette Forster, Peggy Burke en trainer Zehra Handan Aydin.

‘Omdat we gek werden van steeds dezelfde mensen op de mainstream media, maken we onze eigen Ordinary Peeps Late Nightshow”, staat er op de Facebookpagina van de Surinaams-Nederlandse programmamaker Guilly Koster (65). Toen de coronacrisis uitbrak, er scherpe maatregelen werden afgekondigd, en veel mensen thuis in quarantaine belandden, startte Koster – die werkte voor de VPRO en Human en nu al jaren pioniert met internet-tv – zijn dagelijkse onlinetalkshow.

Met medepresentatoren Ivette Forster (presentatrice en cultureel ondernemer van onder meer het Kwakufestival) en Peggy Burke (oud-raadslid voor de PvdA in Amsterdam) interviewt Koster vooral Surinaamse-Nederlanders van allerlei pluimage en leeftijden. Het zijn spontane, warme, en doortastende gesprekken. Hoewel de techniek soms nog hapert, trekken ze wekelijks nu al tienduizenden kijkers.

Voetballer in quarantaine

De gasten, gewone mensen en experts, wonen verspreid door heel Nederland en in de VS, Suriname, Curaçao, Brazilië en Scandinavië. Op een willekeurige avond komt er een arts van Surinaamse komaf uit Zweden langs, is er een filosofisch gesprek met profvoetballer Djavan Anderson die in quarantaine zit in Italië waar hij speelt bij Lazio Roma, en vertellen uit Suriname afkomstige New Yorkers wat het drama daar met hen doet.

„Aan de tafels van Op1 en Jinek is nauwelijks diversiteit”, zegt Guilly Koster per videocall vanuit zijn woning in Amsterdam. „Er zitten steeds dezelfde BN’ers en deskundigen. Ik en velen met mij herkennen ons niet in de gasten. Juist nu, in deze crisis, is het belangrijk een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Dit virus maakt geen onderscheid tussen mensen.”

Het valt hem op dat binnen de groep die hij zelf goed kent en bereikt, de Surinaams-Nederlandse gemeenschap (320.000 mensen) niet iedereen zich nog realiseert hoe gevaarlijk het virus is. Koster: „Scholen zijn dicht; mensen weten dat er iets aan de hand is. Maar als jongeren vervolgens wel in groepen dichtbij elkaar op een basketbalveldje hangen realiseren ze zich niet dat ze niet beschermd zijn.”

Vooral social distancing is volgens hem een moeilijk punt binnen de warme Surinaamse cultuur waar elkaar aanraken iets vanzelfsprekends is. „Mijn broer kwam laatst langs op mijn verjaardag om een biertje drinken. Hij wilde me een stevige brasa geven, een omhelzing, maar ik hield hem tegen en vroeg hem om afstand te houden. Ik merkte dat hij steeds stiller werd en al snel weer vertrok. Voelde hij zich gekwetst? Terwijl ik voor zijn eigen veiligheid afstand hou, hij is 78 jaar.”

Scherpe toon

Om de boodschap over te brengen en ook mensen met een migratie-achtergrond te bereiken is volgens Koster de juiste toon belangrijk. „Als ik in mijn talkshow scherp zeg: ‘Dat ding is gevaarlijk no ká’, begrijpen mijn kijkers onmiddellijk: ‘Oké, ik hou afstand’. Maar als zo’n deskundige bij Jinek of Op1 keurig en weloverwogen zegt: ‘Het zou in alle gevallen beter zijn dat… bla bla’, dan komt die boodschap totaal niet binnen.”

In hun talkshow interviewen de drie presentatoren ook jonge mensen die werkzaam zijn in de vitale sector. Kassières, schoonmakers, vakkenvullers, verpleegsters. „Daar werken veel Nederlanders met een migratie-achtergrond. Beroepen die nu ineens in de belangstelling staan. Maar krijgen ze ook waardering in bijvoorbeeld de reguliere talkshows?” Het publiek dat zowel vanuit Nederland als Suriname meekijkt reageert fanatiek tijdens de uitzendingen. Discussies gaan na de uitzending nog door.

Kosters wil zich de komende weken ook op andere groepen richten. Want hoe ervaren Marokkaanse en Turkse Nederlanders deze crisis, vraagt hij zich af? „Eigenlijk doe ik het werk dat de publieke omroep zou moeten doen, een divers publiek bereiken met de miljoenen aan belastinggeld die ze te besteden hebben. Wij maken deze show gratis, geheel uit eigen middelen. Dat zou anders moeten.”