Opinie

Huurstop helpt ondernemingen de lockdown door

Ondernemingen Veel noodhulp aan gesloten bedrijven dreigt in de lockdown als huur naar de vastgoedbranche te gaan. Het is slimmer om de huren kwijt te schelden en de verhuurder te compenseren, schrijft .
Illustratie Hajo

Vier weken geleden kondigde het kabinet aan dat het alles op alles zou zetten om ondernemers en bedrijven te steunen die door de coronacrisis zijn getroffen.

Intussen hebben naar schatting tweehonderdduizend bedrijven en zzp’ers aanvragen ingediend bij de verschillende gemeenten en de noodloketten van het UWV.

De steun uit het noodfonds zal miljarden bedragen. Maar helpt dit geld de getroffen ondernemers ook echt om hun winkel, werkplaats, café of restaurant veerkrachtig uit de crisis te laten komen?

Want wat gebeurt er als een winkelier of de eigenaar van een klein restaurant, die noodgedwongen de deuren heeft moeten sluiten, na weken van angst en onzekerheid eindelijk het noodgeld op de bankrekening heeft staan? In de meeste gevallen wordt dat bedrag meteen gebruikt om aan de meest prangende van alle betaalverplichtingen te voldoen: de huur. En daar is het vaak niet eens genoeg voor.

Nu zijn er gelukkig vastgoedeigenaren die hun huren tijdelijk hebben verlaagd, soms zelfs met driekwart, met het oog op kwetsbare winkels en horecabedrijven die al hun omzet hebben zien verdampen – al was het maar omdat verhuurders zelf natuurlijk ook niet bij faillissementen gebaat zijn. Bierbrouwer Heineken, die zo’n 130 panden in bezit, gaf zijn huurders voor de maand april een korting van 50 procent.

Onvermurwbaar

Maar er zijn ook vastgoedinvesteerders die zich onvermurwbaar toonden en geen uitstel duldden, laat staan kortingen. Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) wond zich er op 8 april zichtbaar over op, in het tv-programma Op1: „Ik vind het korte termijn en niet zo slim want het kan je laatste huurder zijn, dus ik hoop dat ze met elkaar hierover gaan nadenken hoe dit op een andere manier kan.”

Het overleg tussen de brancheorganisaties van winkeliers en horeca-ondernemers met hun pandeigenaren en vastgoedinvesteerders heeft weken geduurd en verliep volgens betrokkenen bijzonder stroef. Het hielp daarbij niet dat sommige grote winkelketens, zoals Hema, Zara en H&M, simpelweg aankondigden hun huren niet of slechts deels te betalen en zich net zo compromisloos opstelden als de onverbiddelijke vastgoedinvesteerders waarover Mona Keijzer het had.

Afgelopen vrijdag was er dan een akkoord, waarin de branche-organisaties verhuurders aansporen de huur op te schorten. Eigenlijk is het niet meer dan een advies: geen van de gemaakte afspraken is bindend. Daarnaast gaan ze alleen over winkels. Voor de horeca is nog niets afgesproken.

Lees ook: De huur nu stopzetten, dat zien veel verhuurders niet zitten

Uitstel van problemen

Dat is een pover resultaat voor zoveel weken onderhandelen. Het opschorten van huren is slechts een uitstel van de problemen van ondernemers. Het bezorgt ze een enorme schuldenlast, die ze dit jaar nooit kunnen terugverdienen.

Als winkels en restaurants open kunnen, moeten ze zich aanpassen aan de anderhalvemetereconomie. Voor restaurants zal dat veelal een groot en blijvend omzetverlies betekenen. Voor café’s zal het nog groter zijn.

En voor de winkels die het moeten hebben van spontane aankopen, waaronder boekhandels of platenwinkels, zullen de opgelegde beperkingen ook nog lang voelbaar blijven.

Het ligt voor de hand om de huren van de bedrijfspanden die nu gedwongen hun deuren moesten sluiten, voor de periode van de lockdown volledig kwijt te schelden. Verhuurders die daardoor in de problemen komen, kunnen van de overheid compensatie krijgen. Zo’n ingreep is veel effectiever dan het rondstrooien van noodfondsen die uiteindelijk toch bij de vastgoedverhuurders terechtkomen.

Anderhalvemetereconomie

Een tijdelijke huurstop stelt getroffen ondernemers in staat om de noodfondsen daadwerkelijk te gebruiken om hun bedrijf klaar te maken voor de anderhalvemetereconomie na de lockdown. Daarnaast worden op deze manier de lasten van de crisis beter verdeeld.

Huuropschorting lost helemaal niets op: op lange termijn verliezen vastgoedverhuurders niets aan inkomsten, terwijl het omzetverlies van hun huurders blijvend is. Deze situatie is niet alleen oneerlijk, maar ook een inefficiënte besteding van publieke middelen.

Ook na de lockdown is het economisch herstel gebaat bij een lagere huurlast van getroffen ondernemers, aangezien het er voorlopig niet naar uitziet dat de economie kan draaien zoals ze een paar maanden geleden deed.

De overheid zou de verlaging van huren kunnen stimuleren door er garant voor te staan, onder voorwaarde dat die verlaging substantieel is, zodat zowel ondernemers als hun welwillende verhuurders kunnen blijven voortbestaan.

Wat we daarbij niet moeten vergeten is dat voor de coronacrisis de huren van veel winkels en horecapanden al astronomisch zijn gestegen. Honderden kleine ondernemers, die vaak een sterke binding met de gemeenschap hadden, zijn hierdoor al uit hun panden verdreven. Veel binnensteden zijn getransformeerd tot eenvormige toeristenattracties.

De miljarden aan noodfondsen zijn niet bedoeld om deze scheefgroei te bestendigen. Ze zijn bedoeld om banen te behouden, kwetsbare ondernemers te steunen en het herstel van de bedrijvigheid mogelijk te maken. Daarom is het huurconflict tussen ondernemers en hun verhuurders niet alleen hun zaak, maar die van ons allemaal.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.