Coronacrisis maakt slachtoffers van huiselijk geweld onzichtbaar

Huiselijk geweld Hulpverleners vrezen een toename van huiselijk geweld door het coronavirus. Iedereen werkt thuis, kinderen gaan niet naar school, de stress neemt toe. „Tijdelijk bij opa en oma wonen gaat nu niet.”

Illustratie Sharon Coone

Toen de moeder haar ogen thuis opende, wist ze van niks. Een agent vroeg hoe het met haar ging. Haar dochtertje had de politie gebeld en gezegd: „Papa wil mama doodmaken.” Maar zelf kon ze zich van die avond niks herinneren.

Jarenlang werd de vrouw mishandeld door haar ex. De politie bracht haar en haar twee kinderen naar een crisisopvang. De ramen waren er zwart, naar buiten mochten ze niet. Na acht dagen verhuisden ze naar een opvanghuis in Utrecht. „Eindelijk zagen we de lucht”, zegt de vrouw, die vanwege haar veiligheid niet haar naam wil zeggen. „We konden weer ademen en voelden ons vrij.”

Het gezin woont inmiddels acht maanden in de Utrechtse opvang, haar ex is veroordeeld voor het huiselijk geweld. Langzaam pakken ze hun leven weer op. Haar dochter gaat naar de basisschool.

Aan die vrijheid is abrupt een einde gekomen door de coronacrisis. Het gezin ontvangt geen begeleiders meer. De kinderen gaan niet meer naar school. En ze mogen maximaal één uur per dag naar buiten. „Mijn dochtertje vroeg: dit is net als in de crisisopvang, toch mama?”

Huiselijk geweld neemt toe

De coronacrisis treft slachtoffers van huiselijk geweld, zowel in hun thuissituatie als vrouwen die in de opvang zitten. Ruim een week geleden waarschuwden de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, dat de strenge coronamaatregelen wereldwijd leiden tot een toename in huiselijk geweld. In Frankrijk waren een week na de lockdown 30 procent meer meldingen dan normaal. En in Duitsland huurden verschillende gemeenten hotels voor slachtoffers van geweld in de privésfeer.

Ook in Nederland verwacht Valente, brancheorganisatie voor maatschappelijke opvang, een toename in huiselijk geweld, maar harde cijfers ontbreken vooralsnog. De aanpak van huiselijk geweld moet volgens Valente landelijk worden gecoördineerd. Bij gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de zorg omtrent huiselijk geweld, ontbreekt een centraal coördinatiepunt, aldus de organisatie. NRC sprak tien hulpverleners die waarschuwen voor extra spanningen thuis door de coronamaatregelen. Kinderen gaan niet naar school, partners niet naar werk. Ook de kroeg, het sociale netwerk en opa en oma worden niet meer bezocht. Doordat iedereen thuisblijft en er meer stress is, neemt de kans op huiselijk geweld toe.

Je gaat niet bellen als de dader thuis is. Dat is doodeng.

Nelleke Wannet hulpverlener

Maandelijks zijn er bijna elfduizend meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling, volgens het landelijk netwerk Veilig Thuis. Twee derde wordt gemeld door de politie. Het aantal meldingen is gestegen, maar „niet significant”, stelt voorzitter Debbie Maas. Dat er geen toename is, schrijft Maas in een reactie per e-mail, „stelt ons verre van gerust”. Wijkteams, onderwijs en politie hebben in deze tijd minder zicht dan normaal op huiselijk geweld en kindermishandeling, aldus Maas.

Dat geldt ook voor hulpverleners. Zij bezoeken normaal gesproken kwetsbare gezinnen thuis, maar voeren de gesprekken nu vooral telefonisch. Mensen raken daarvan in de war en „er is minder controle”, zegt Sietske Martens, casemanager bij het crisisinterventieteam in de regio Tilburg. Daarom gaan ze nog wel de deuren langs. „Juist door langs te gaan, zien begeleiders wat er thuis gebeurt.” Is het huis rommelig? Hoe is de lichaamstaal van het kind? Dat zie je niet als je belt.

Lees ook: Opeens zitten Italiaanse vrouwen opgesloten met hun mishandelaar

Slachtoffers zijn zelf ook minder goed in de gelegenheid om aan de bel te trekken, volgens Nelleke Wannet, hulpverlener in de vrouwenopvang in het Gelderse Oosterbeek. „De dader is niet meer in de kroeg of op het werk, maar zit thuis. En je gaat niet bellen als de dader thuis is. Dat is doodeng.” Ook vrienden, familie en kennissen van slachtoffers bellen minder vaak, omdat ze minder contact hebben met de slachtoffers, zegt Wannet.

Codetaal voor hulp

In Frankrijk en op de Canarische Eilanden hebben ze daar iets op bedacht. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen bij de apotheek om ‘masker 19’ vragen, codetaal om te zeggen dat je hulp nodig hebt. De apothekers veinzen dat het product is uitverkocht en vragen om de adresgegevens waar ‘masker 19’ naartoe moet worden verzonden. In werkelijkheid neemt de apotheker contact op met de politie en meldt het huiselijk geweld. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoekt momenteel of Nederland een eigen ‘masker 19’ krijgt, bevestigen bronnen.

Hulporganisaties proberen de melddrempel voor slachtoffers te verlagen door chatdiensten en WhatsApp-kanalen aan te bieden. Bij landelijk expertise- en behandelcentrum Fier in Leeuwarden bestond zo’n chatkanaal al. Tussen januari en maart zag Fier het aantal chatverzoeken oplopen van 943 naar 1.333. Ook Sterk Huis in Noord-Brabant heeft sinds kort een chatdienst. Dagelijks komen daar zo’n vijftien tot twintig chatverzoeken binnen.

Bij opa en oma wonen mag nu niet

Vooral de spanning tussen ouders en thuiszittende kinderen neemt toe, volgens Sietske Martens van het crisisinterventieteam. Zo kon een verwarde en verstandelijk beperkte moeder sinds het coronavirus toesloeg de zorg voor haar kind – basisschoolleeftijd – niet meer aan. Martsens: „Ze heeft het kind geslagen.” Het kind is in een instelling geplaatst. Normaal gesproken zou ze tijdelijk bij haar opa en oma kunnen wonen, zegt Martens: „Maar dat mag nu niet.”

Bovendien is in opvangcentra veel veranderd sinds corona. In de Utrechtse vrouwenopvang van de moeder en haar twee kinderen zijn strikte maatregelen genomen om besmetting met het virus te voorkomen. In die opvang is plek voor dertig vrouwen en hun kinderen, die keukens en bad- en waskamers delen.

Bezoek mag niet langskomen. Met begeleiders is alleen telefonisch contact. In de eerste weken mochten ze slechts een uur per dag naar buiten, nu is dat verdubbeld naar twee uur.

Te zwaar

Voor sommige vrouwen is dat te zwaar, zegt gastvrouw Aldine van Schaik. Vorige week vertrok iemand uit de opvang omdat hij te eenzaam was. „Soms vraag je je af of die vrijheidsberoving wel ethisch te verantwoorden is.”

De vrouwen zijn vooral op hun kamer en proberen voor hun kinderen, waarvan sommigen niet naar school mogen, te zorgen.

Ook de begeleiding is soms erg lastig en onpersoonlijk, zegt Wannet van de vrouwenopvang in Oosterbeek. Medewerkers moeten zich aan de anderhalve meter afstand houden. Dat maakt het lastig om een vrouw op haar gemak te stellen en een goed gesprek te voeren.

Het is niet altijd even makkelijk, vertelt Wannet. Deze week meldde een vrouw zich bij de opvang met een baby van anderhalve dag oud. Ze strompelde uit de taxi met haar spullen en een baby op haar arm. „Ik dacht, moet ik die baby nou aanpakken? Dat mag niet volgens de voorschriften. Maar ze was zwak en had pijn, dus toen heb ik kindje overgepakt.”

Tijdens het intakegesprek was de moeder verdrietig. Normaal leggen we dan een arm om haar schouder of wrijven even over de rug, zegt Wannet. Maar dat kon nu niet.

Lees ook: Juist thuis hebben kinderen soms extra hulp nodig

ERVARINGEN VAN HULPVERLENERS
‘Het is lastig om nu regelingen te treffen tussen ouders over de omgang met hun kind’

Tanja van Stappershoef – Hulpverlener complexe scheidingen bij Sterk Huis

„Nu de rechtbanken deels stil liggen, is het lastig om regelingen te treffen tussen ouders over de omgang met hun kind. Dat duurt normaal al maanden, maar nu worden deze zaken uitgesteld.

„Het gevolg is dat een vader zijn kind niet kan zien en contact heeft via Facetime. Maar dat gaat soms moeilijk met een kind van twee en een moeder ernaast die de vader niet kan verdragen. Bij andere gezinnen hoopten de ouders van de rechter te horen dat ze vaker contact mochten hebben met hun kinderen, maar die uitspraken laten nu ook op zich wachten.

„Ook voor jonge kinderen is deze periode heel lastig. Heb je na maanden het contact met een van de ouders eindelijk opgebouwd, kun je elkaar ineens niet meer zien. Dat is voor het kind traumatisch.

„Toch zijn ouders creatief en vinden ze oplossingen. Zo liet een vader een bordspel langsbrengen, dat speelt hij nu op de telefoon met zijn kinderen. Een andere vader speelt online op de PlayStation spelletjes.

‘We krijgen veel meldingen van mensen die nog niet bij ons bekend waren’

Ebru Arslan – maatschappelijk werker Sterk Huis – klantenbureau (doet klantencontact)

„We krijgen heel veel meldingen van mensen die nog niet bij ons bekend waren. Aan de voordeur, via de chat en telefonische meldingen. De verscheidenheid is groot: van een dementerende man die verward raakte van zijn vaste begeleider, die opeens in een coronapak binnenkwam tot – heel recent nog – drie meiden die in handen van loverboys vielen. Die meiden zijn we gelukkig weer terecht.

„Het is sinds corona moeilijk om een noodbed te vinden voor iemand in een andere regio. De deuren blijven dicht omdat andere gemeenten bang zijn voor een besmetting. Ook het opvangen bij opa’s en oma’s, wat normaal een veilige plek is, kan niet meer.

„Het zou heel erg helpen als de scholen opengaan. Daar ervaren kinderen veiligheid en bovendien neemt de spanning thuis af. Maar dan verwachten we ook meer meldingen, vanuit de scholen. Dan zijn de blauwe plekken van het kindje tijdens gym weer zichtbaar en valt de moeder met de zonnebril op het schoolplein weer op.”

‘Je mist de mimiek van mensen. Hoe reageert iemand op een heftige boodschap?’

Annelies Bloem – Raad voor de Kinderbescherming – Raadsonderzoeker, bezoekt kwetsbare gezinnen thuis

„Normaal gesproken bezoek ik gezinnen vaak thuis. Ik let op de interactie tussen de ouders onderling en de kinderen. Wie voert het woord? Overleggen ze? Hoe reageren ze op elkaar?

„Ik kijk ook in de woning rond. Hoe ziet die eruit? Netjes of rommelig? Soms bezoek ik kinderen op school. De school is een veilige, neutrale omgeving. Om ze naar het kantoor te laten komen is vaak een drempeltje.

„Door corona voer ik nu veel van de gesprekken telefonisch, of via beeldbellen. Alleen als er een crisissituatie is ga ik bij het gezin langs. Bij de gezinnen waar ik contact mee heb, spelen vaak meerdere problemen: verwaarlozing, huiselijk geweld, kinderen van ouders met psychische of- verslavingsproblemen. Ook doen we onderzoek naar ongeboren kinderen bij risicozwangerschappen.

„Het is lastiger om het gesprek goed en grondig te voeren over de telefoon. Het is veel moeilijker om goed contact te maken. En je mist de mimiek van mensen. Hoe zit iemand erbij? Hoe reageert íe op een heftige boodschap? Het is veel moeilijker om goed door te vragen.

„Zo heb ik een gezin in onderzoek waarbij een kinderbeschermingsmaatregel zal worden verzocht, maar heb ik heb de kinderen nog niet persoonlijk kunnen spreken. Het is niet passend om dit telefonisch te vertellen, omdat het een heel gevoelig onderwerp is voor de kinderen. Ik wil in een rustige omgeving met ze praten en weten dat de kinderen na afloop goed worden opgevangen. Dat kan nu niet, dat vind ik vervelend.”