Opinie

Geloven in isolatie vergt het nodige aanpassingsvermogen

Corona en religie

Commentaar

De kerkklokken luiden, maar de godshuizen zijn nagenoeg leeg. Zo was het afgelopen paasweekend, een van de hoogtepunten van het christelijke kalenderjaar, voor veel gelovigen een unicum. Voor het eerst was op het journaal tijdens Pasen een leeg Sint-Pietersplein in Vaticaanstad te zien. Het traditionele urbi et orbi van de paus vond binnen in de basiliek plaats, in de aanwezigheid van een kleine groep mensen. Miljoenen mensen konden de pauselijke zegen virtueel ontvangen.

Covid-19 is voor gelovigen wereldwijd een beproeving. De pandemie dwingt leden van verschillende religies hun tradities en rituelen in isolatie vorm te geven. Het christelijke Pasen was daarom soberder dan ooit, net als de Pesach-periode nu voor joden. Hetzelfde geldt binnenkort voor moslims, wanneer de vastenmaand ramadan begint.

Van praktiserende gelovigen wordt net als de rest in het kader van de volksgezondheid de nodige discipline gevraagd. Religieuze bijeenkomsten zijn potentiële besmettingshaarden. In verschillende landen blijkt de uitbraak van het coronavirus te herleiden tot godsdienstige samenscholingen.

De houding van de meeste gelovigen in Nederland is tijdens deze gezondsheidscrisis niet zo irrationeel als soms gevreesd wordt, zo blijkt uit een inventarisatie door NRC vlak voor de paasdagen. Er is in het algemeen vertrouwen in de wetenschap en respect voor overheidsgezag. Religieuze leiders roepen hun achterban dan ook op om zich aan de richtlijnen van het RIVM te houden. Gebedshuizen sloten al vroeg hun deuren, en die bleven ook dicht nadat de overheid op 23 maart met een uitzonderingsregel kwam voor godsdienstige groepen. Volgens die regel mogen gelovigen in kleine samenstellingen van maximaal dertig personen bijeenkomen, mits de anderhalvemeter afstand in acht wordt genomen.

Ofschoon de uitzondering voor wrevel zorgde onder niet-gelovigen, kan de regel ook beschouwd worden als een serieuze oefening voor het religieuze volksdeel. Gelovigen zullen in een anderhalvemetersamenleving moeten wennen aan kleine, besloten ceremonies. Dat vergt aanpassingsvermogen en vindingrijkheid, zoals het gebruik van technische hulpmiddelen. Preken worden al gelivestreamd, en er wordt nagedacht over hoe verschillende religieuze activiteiten gedigitaliseerd kunnen worden.

Maar geloofsbeleving blijft voor de meeste godsdienstaanhangers een collectieve bezigheid die het liefst in een fysieke omgeving moet plaatsvinden. Het zal daarom voor veel gelovigen, vooral die van de oude garde die vaak de ruggengraat vormen van een geloofsgemeenschap, een enorm offer zijn om de wekelijkse, soms dagelijkse routine voor langere tijd op te geven. Zo zijn de meeste kerkgangers en in mindere mate moskeebezoekers op leeftijd en vormen ze daarmee een risicogroep. Voor hen valt een essentieel onderdeel van hun sociale leven weg.

Er is ook nog een ander sociaal aspect dat onder druk zal komen te staan. Religieuze instellingen zijn meer dan alleen plaatsen van devotie, ze fungeren ook als bezemwagen van de samenleving. Al voor de coronacrisis was de kerk een toevluchtsoord voor kwetsbare groepen die met hun problemen, vaak armoedegerelateerd, niet bij de overheid terecht kunnen. Met de aanstaande recessie zullen die problemen alleen maar prangender worden. Met een beperkt aantal vrijwilligers op locatie zal de kerk zich ook op dat vlak noodgedwongen moeten aanpassen.

Ook in een ontkerkelijkte samenleving als Nederland blijft religie voor veel mensen een bron van troost, kracht en solidariteit. Daar zal de komende tijd alleen maar meer behoefte aan zijn. Maar ook voor gelovigen geldt: blijf vooral thuis. Solidariteit is nu van huis uit even waardevol.