Opinie

Als voetbalmedia de politiek veroordelen

Tom-Jan Meeus

Het interessante aan zo’n pandemie is ook: je houdt altijd mensen en wereldjes die denken dat zij er eigenlijk boven staan. Wat erg allemaal – voor anderen. Die houding. Dus het hele land zit thuis, ziekenhuizen blijven patiënten inschrijven, mensen zeggen hun zomervakantie af. En ineens staat een groep op die zegt: maar wij willen vanaf juni financiële schade inhalen.

Zelf was ik niet enorm verrast dat de voetbalbond, de KNVB, de eerste was die dit vorige week opwierp. In het verleden heb ik een paar keer uitgezocht hoe het gaat als een profclub failliet is. Ze raken geen seconde in paniek. Ze weten: de gemeenschap betaalt toch wel. Vrijwel altijd spelen ze dit via lokale bestuurders, en je kunt een lange rij oud-wethouders en -burgemeesters opsommen die niet tegen de druk bestand was.

Daarom was ik verrast dat één lokale bestuurder meteen verzet aantekende toen de KNVB een week terug opperde half mei de training te hervatten en profcompetities vanaf juni zonder publiek uit te spelen. Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven. „We zijn bezig de samenleving overeind te houden”, zei hij in het Eindhovens Dagblad. Ook zijn wedstrijden onverenigbaar met de 1,5-metersamenleving en trainingen met het samenscholingsverbod. En over de wens van clubs financiële schade in te halen: „Voetbal is er voor de samenleving, maar de samenleving is er niet voor voetbal.”

Toen werd het pas echt interessant. Invloedrijke voetbalstemmen keerden zich tegen Jorritsma, met opmerkelijk gelijkluidende opvattingen. Columnist Wim Kieft, zaterdag in De Telegraaf: „Tot [vorige week] kende bijna niemand mijnheer John Jorritsma.” Chef voetbal Arno Vermeulen van de NOS, zondag: „Ik moet eerlijk zeggen: ik had nog nooit van hem gehoord.” Dit was zelfpromotie, constateerde Kieft: Jorritsma moest zich „zo nodig profileren”. Voetbal bekritiseren werkt dan goed, dacht columnist Sjoerd Mossou zaterdag in het AD: „Publiciteit gegarandeerd, altijd prettig voor een politicus.”

Vermeulen van de NOS: „Hij gedraagt zich als demagoog, wat niet past bij een burgemeester.” Mossou in het AD: „Fenomenaal drukte de burgemeester op de juiste knoppen. [...] Geboren demagogen en sluwe ophitsers weten die knoppen altijd [...] te vinden.” Terwijl het kabinet, niet deze burgemeester, later deze maand besluit hoe dit afloopt. Kieft: „Mijnheer Jorritsma [...] spreekt voor zijn beurt.” Vermeulen: „Hij moet even zijn mond houden.”

En je dacht: het zou waarschijnlijk best gezond zijn voor dit wereldje (en voor de coronabestrijding) als nog een paar John Jorritsma’s zouden besluiten hun mond niet langer te houden.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.