Reportage

1,5 meter? Lastig, voor de blinde Jan

Hoe beïnvloedt corona de levens in de L-flat in Zeist? Vandaag: sommigen noemen Jan Drenth de „burgemeester” van de flat. Maar het virus ondermijnt zijn actieve rol. Tekst Beeld
Blinde radiomaker Jan Drenth en zijn hond Lars kunnen ‘de 1,5 meter’ niet inschatten. Flatbewoners lopen met een boog om hen heen. „Dat voelt eenzaam.”

Blinde radiomaker Jan Drenth en zijn hond Lars kunnen ‘de 1,5 meter’ niet inschatten. Flatbewoners lopen met een boog om hen heen. „Dat voelt eenzaam.”

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/flat

Naar jan en alleman heeft flatbewoner Jan Drenth (42) lijntjes uitstaan. Moeders tipten hem, vóór corona, als de glijbaan of de schommel in het park kuren vertoonde. Collega-hondenbezitters rapporteerden overlast. Drenth stapte met de informatie naar gemeente of huismeester. Sommigen noemen hem „de burgemeester”.

Drenth is blind. Hij hóórde de problemen rond de flat, toen de straten nog niet uitgestorven waren. Hoorde de dealers op de stoep hun werk doen. Ze deden het zó openlijk, dat het ziende mensen waarschijnlijk niet eens opviel, zegt hij. „Maar ik hoorde de geldbedragen, het uitwisselen van zakjes.” In gesprekjes, op straat, in het inloophuis in portiek zeven, hoorde hij het aan iemands stem als het niet goed ging. „Dat verbloem je niet. Iemand klinkt dan vlakker, heeft een lagere stem. Dan vraag ik door. Ik schrik er niet van als het met iemand niet goed gaat.”

Nu lopen flatbewoners met een boogje om Drenth heen. Anderhalve meter. Hij kan die afstand zelf niet inschatten en zijn geleidehond Lars is er niet op getraind. „Mensen groeten wel, maar het voelt vrij eenzaam.”

Jan Drenth ziet zelfs geen zwart. Als hij het woord ‘boom’ hoort, verschijnt in zijn hoofd niet het plaatje van de stam met bladerpruik; hij voelt de sensatie na, de „ruwe, bobbelige structuur” van de stam. Zeg „oranje” en er bolt een sinaasappel in zijn hand. Zeg „zwart” en hij ruikt potgrond.

Bij geboorte, in Almelo, zijn ouders hielden koeien in Vroomshoop, zag Jan Drenth links nog een procent of tien. Volledig blind werd hij een paar jaar later. Hij zat op het startblok van een zwembad, iemand gaf een duw. Zijn gezicht landde plat op het water, het netvlies van zijn linkeroog liet los. Te laat belandde hij in het ziekenhuis.

Zijn toekomst lag in Zeist, stad der blinden. Hij liep het internaat van blinden-instituut Bartiméus binnen op zijn derde en verliet het op zijn twintigste. Alleen ’s weekends was hij bij zijn ouders en broers en koeien. Een „geweldige tijd”, zegt Jan Drenth over zijn internaatjeugd. „We leerden er fietsen, judoën, zwemmen. Ik heb jaren padvinderij gedaan.” Hij voltooide de mavo en een vakopleiding ict.

Hij trouwde op zijn twintigste, met Astrid – vrouw met zicht. In de Margrietlaan in Zeist, een flat van vier hoog, hadden ze het slecht. Drugsoverlast, herrie, brandjes en rottigheid. De L-flat kwam in beeld. Die had ook een reputatie ja, zegt Jan Drenth. „Maar we dachten: erger dan de Margrietlaan kan het niet worden.”

Ze gingen er kijken – en luisteren. Het was de zomer van 2005. Ze vielen voor de rust in het appartement op twaalf hoog. Jan Drenth deed de deur open naar het balkon en hoorde „gemoedelijke woongeluiden”. Het geveeg van bezems op balkons, boenende bewoners. Zijn vrouw viel voor het uitzicht.

Ze woonden elf jaar samen in de L-flat. In 2016 overleed Astrid na een hersenbloeding. „Dan lazer je in een enorm gat”, zegt Jan Drenth.

Hij is eruit geklommen. Werk houdt hem bezig. Drenth heeft een radiostation, Everything Radio. Er werken acht mensen, hij leidt medewerkers op. Sinds anderhalf jaar heeft hij een vriendin.

En er is zijn rol in wijk en flat. Maar corona maakt die onmogelijk. Hij weet van „30 à 35” medeflatbewoners zeker dat ze nu „een beetje zitten te verkommeren thuis”. Dat hij die mensen niet kan opzoeken, vindt hij „heel lastig.”

Moet je nog een boodschap, vroeg hij regelmatig aan een bewoner die slecht ter been is. Nu is Drenth in de supermarkt zelf onthand. Hij legde altijd zijn rechterhand op de schouder van een winkelmedewerker, links hield hij Lars. Gedrieën liepen ze langs de schappen: Drenth zei wat hij wilde hebben, de medewerker deed het in het mandje. Nu mag Drenth de winkel niet meer in. Aan de servicebalie dicteert hij zijn lijstje, iemand haalt de producten terwijl hij wacht.

Hij zit, als iedereen, vooral thuis. Van het uitzicht vanaf zijn balkon geniet ook hij, al ziet hij het niet. Niet de weidse horizon, niet het nabije groen rondom de basisschool. Hij hóórt het uitzicht, zegt hij. In normale tijden de stemmetjes van kinderen in hun schoolpauze. Nu is het alle dagen zondag. Hij hoort de vogels, en het geluid van de wind door de boombladeren, vandaag briesend, morgen ritselend.

Lees alle verhalen over de flat-in-virustijd op nrc.nl/deflat-corona. Reacties: deflat@nrc.nl