Necrologie

Stirling Moss, de beste Formule 1-coureur die nooit wereldkampioen werd

Stirling Moss (1929-2020) Geen betere allround-autocoureur was er dan Stirling Moss. De Brit reed in zoveel verschillende auto’s en zoveel races; meer dan 200 keer ging hij als winnaar over de finish. Maar op zijn erelijst ontbreekt die ene wereldtitel, in de Formule 1.

Stirling Moss bij de Amerikaanse Grand Prix in 1961 in Watkins Glen, New York.
Stirling Moss bij de Amerikaanse Grand Prix in 1961 in Watkins Glen, New York. Foto AP

„Wie denkt u dat u bent? Stirling Moss?” Het is alweer even geleden, maar lange tijd werden snelheidsovertreders in Groot-Brittannië na aanhouding meestal met deze woorden door de politie aangesproken. Toen dat ook de autocoureur zelf overkwam en hij die vraag bevestigend beantwoordde, dacht de dienstdoende agent dat hij in de maling genomen werd. Zondag overleed de Britse racelegende, thuis in zijn geboorteplaats Londen, 90 jaar oud.

Er was geen betere allround-autocoureur, een man die in zoveel verschillende auto’s (altijd zonder gordel om) zoveel verschillende races won; 212 van de 529 waarin hij van start ging. Maar Stirling Craufurd Moss wordt vooral herinnerd als de beste Formule 1-coureur die nooit wereldkampioen werd. In zijn elf jaren in de koningsklasse (1951-1961) werd hij vier keer tweede in de eindstand van het WK en drie keer derde. In 66 Grote Prijzen ging hij van start, hij won er zestien.

Als een van de mooiste beschouwde hij zijn zege in Monaco, in 1961. Dat was het jaar waarin Ferrari oppermachtig was, behalve in het prinsdom en een paar maanden later op de Nürburgring waar Moss met zijn Lotus Climax voor de laatste keer als winnaar werd afgevlagd, vóór publiekslieveling Wolfgang von Trips. In Monaco vertrok Moss van poleposition en werd hij honderd ronden lang opgejaagd door drie Ferrari’s. De wijze waarop hij Richie Ginther, Phil Hill en Von Trips achter zich hield, geldt als een van de mooiste voorbeelden van dominantie van start tot finish in de Formule 1.

Moss, in zijn Lotus Climax, gaat als eerste over de finish in de Grand Prix van Monaco, in 1961. Foto AP

Sportiviteitsprijs

In 1958 had Moss de wereldtitel voor het grijpen toen hij het na zijn overwinning in de op twee na laatste F1-race van dat seizoen, in Porto tijdens de Grote Prijs van Portugal, opnam voor zijn landgenoot Mike Hawthorn, die gediskwalificeerd dreigde te worden. Hawthorn was als tweede over de finish gekomen, nadat hij in de slotronde was gespind en op weg naar de finish tegen de regels in een stukje tegen de richting in had gereden. Na een pleidooi van Moss mocht de Ferrari-coureur zijn tweede plek behouden. Twee races later, in Casablanca, veroverde Hawthorn de titel, met één WK-punt meer dan Moss. Uiteindelijk was zijn sportiviteit hem duur komen te staan, maar spijt van zijn collegialiteit in Portugal heeft Moss naar eigen zeggen nooit gehad. Hij troostte zich naar eigen zeggen met de gedachte dat hij sneller was dan sommige coureurs die wel wereldkampioen werden. Nederlanders weten sinds de verloren finale van het WK voetbal in 1974 hoe dat voelt; de beste zijn maar toch verliezen.

Wrang was het wel voor Moss dat de ene na de andere Brit de wereldtitel in de Formule 1 veroverde nadat hij was gestopt: Graham Hill (1962), Jim Clark (1963), John Surtees (1964), Clark (1965), Hill (1968) en Jackie Stewart (1969). Hun waardering voor Moss was er niet minder om. Eén voor één, tot en met regerend wereldkampioen Lewis Hamilton, zetten ze hem op een voetstuk, als de peetvader van het Britse autoracen.

Het gevaar van racen trok hem aan

Nadat hij als tiener met zijn zus Pat aanvankelijk successen had behaald als ruiter, begon hij met (vooral financiële) steun van zijn vader Alfred in de autosport. „Omdat het gevaarlijk was”, zou hij later zeggen over zijn belangrijkste drijfveer om de echte paarden in te ruilen voor paardenkrachten. Hij had het niet van een vreemde. Alfred Moss, tandarts aan de Theems, had zelf een achtergrond als coureur. Hij deed in de jaren twintig zelfs tweemaal mee aan de prestigieuze Indy500. Moeder Aileen reed ooit heuvelklimraces.

Zijn eerste zege als coureur behaalde Stirling Moss op 2 maart 1947, op zijn zeventiende in een BMW 328, in de Harrow Car Club Trial. Vanaf die dag wist hij vijftien jaar lang de schijnwerpers op zich gericht, tot en met de Glover Trophy in Goodwood op 23 april 1962. Die race, in een Walker-Lotus, die eindigde in een crash. Letterlijk in één klap was zijn carrière als wedstrijdracer voorbij. Het zag er nog zo mooi uit bij de start; op de voorste rij met zijn landgenoten Surtees, Hill en Clark, alle vier met racebril en open helm. Andere tijden.

Moss in een Vanwall tijdens de Grand Prix in Monza in 1957. Foto Heritage Images

Bij een poging Hill in te halen ging het mis. Moss belandde met zijn wagen in een sloot en iedereen die het die Tweede Paasdag 58 jaar geleden zag gebeuren, was in de veronderstelling dat hij het niet had overleefd. Bewusteloos werd hij uit zijn wrak gehaald. Een maand lag hij in coma, een half jaar lang was hij aan de linkerkant van zijn lichaam verlamd. Pas een jaar na zijn ongeluk stapte hij weer achter het stuur van een raceauto, om te kijken of hij het nog kon. Snel was hij nog steeds, maar hij kon zich niet meer goed concentreren. Dus besloot hij te stoppen als wedstrijdracer, een beslissing waar hij later spijt van had; hij had zich meer tijd moeten gunnen voor zijn herstel. Moss stapte voortaan alleen nog achter het stuur bij historische of ‘legend races’, tot op hoge leeftijd.

Brescia-Rome-Brescia in recordtijd

Als hij vaker voor fabrieksteams in plaats van loyaliteit aan teambaas Rob Walker zou hebben gekozen, zo klonk het in autosportkringen, dan zou Moss wellicht wel als wereldkampioen de geschiedenis in zijn gegaan. Bovendien had hij een taaie tegenstander in de achttien jaar oudere Juan Manuel Fangio, die in de periode 1951-1957 vijf wereldtitels won. Achter de Argentijn eindigde Moss drie keer als tweede in de strijd om de wereldtitel, de laatste keer als teamgenoot bij Mercedes, in 1955. Toch was dat een memorabel jaar voor Moss; in het voorjaar hield hij Fangio achter zich in de legendarische Mille Miglia, de 1.000 mijl (1.600 kilometer) lange uithoudingsproef voor mens en machine, over de openbare weg van Brescia naar Rome en terug. Met een journalist als navigator („mijn geleidehond”), Denis Jenkinson, en net als Fangio in een Mercedes-Benz 300 SLR, legde hij de race voor een miljoenenpubliek af in iets meer dan tien uur; bijna een half uur sneller dan Fangio en met een gemiddelde snelheid van net geen 160 kilometer per uur; Moss verpulverde het oude record.

Nog geen drie maanden later won Moss als eerste Brit de F1-race in eigen land, in Aintree – zijn enige zege dat jaar, met een verschil van 0,2 seconde op Fangio. Moss was in de veronderstelling dat de Argentijn hem had laten winnen.

Na dat seizoen zou Fangio vertrekken bij het superieure Duitse team en was de verwachting dat Moss bij Mercedes in zijn voetsporen zou treden. Maar als gevolg van een ongeluk tijdens de 24 Uur van Le Mans waarbij een Mercedes in het publiek terechtkwam en waarbij de coureur en 81 toeschouwers om het leven kwamen, trok het Duitse merk zich na dat jaar voor lange tijd terug uit de autosport. Vette pech voor Moss dat het beste team uit de Formule 1 verdween – zo zag hij zijn kansen op de wereldtitel slinken.

Moss zwaait vanuit zijn Ferrari 750 Monza uit 1955 naar het publiek bij de Ennstal Classic Rally in Oostenrijk, in 2013. Foto Leonhard Foeger

Motor achterin

In 1958, het jaar waarin hij er zo dicht bij was, gaf Moss Fangio (in een Maserati) in Buenos Aires het nakijken. Hij ging die dag de geschiedenis in als de eerste Formule 1-coureur die won in een wagen (Cooper-Climax) met de motor achter zich. Alle wereldkampioenen vanaf 1959 reden in zo’n auto.

Na zijn actieve carrière had hij het volgens Britse media druk met „Stirling Moss zijn”, nog niet zo lang geleden als stem in de animatieserie Roary the Racing Car – voor veel Britse kinderen de eerste kennismaking met de autosport. De fulltime-legende was overal nog een graag geziene gast, tot hij zich in 2018, ver in de tachtig en met een steeds zwakkere gezondheid, uit het openbare leven terugtrok. Fanmail kreeg ‘Mister Motor Racing’ tot het laatst. Vaak nog geadresseerd aan ‘Stirling Moss, England’. Dat volstond.

Correctie (13 april 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd de tweede naam van Stirling Craufurd Moss foutief geschreven als ‘Crauford’. Dat is hierboven aangepast.