Nieuwe datum, donatie of voucher: theaters zoeken naar manieren om te overleven

Theaters roepen hun bezoekers op geen geld terug te vragen voor voorstellingen die door de corona-uitbraak zijn afgelast. Zo hoopt de culturele sector de financiële klap gedeeltelijk op te vangen.

Voorstellingen worden in eerst instantie zoveel mogelijk verplaatst.
Voorstellingen worden in eerst instantie zoveel mogelijk verplaatst. Foto PokPak05

Donderdag lanceerde de culturele sector in samenwerking met het ministerie van OCW een regeling voor tickethouders van voorstellingen en evenementen tussen 13 maart en 31 mei. Voorstellingen worden in eerst instantie zoveel mogelijk verplaatst. Mocht dat niet lukken of zijn bezoekers op de nieuwe datum verhinderd, dan wordt er een voucher ter waarde van het aankoopbedrag ter beschikking gesteld. Ook kunnen bezoekers hun kaartje omzetten in een donatie.

Op die manier houdt het theater langer geld in kas. En dat is noodzakelijk, zegt directeur Mirjam Barendregt van Schouwburg Orpheus in Apeldoorn. Normaal lanceren theaters in deze periode het nieuwe seizoen. „Heel veel mensen zitten te wachten op de brochure en kopen dan massaal kaartjes”, aldus Barendregt. „Daardoor hebben we in de stille zomerperiode ook genoeg geld om onze vaste kosten te kunnen betalen. Maar nu kan geen enkel theater zijn seizoen presenteren, dus vallen die inkomsten weg.” Het gaat bij Orpheus over meer dan 30.000 kaartjes die in deze periode in de voorverkoop verkocht zijn.

Lees ook: Toneelgroep Maastricht vreest voor voortbestaan

Bezoekers mogen er uiteraard ook voor kiezen geen gebruik van de regeling te maken. In dat geval wordt het volledige aankoopbedrag geretourneerd. Maar bij de meeste mensen is er begrip voor de situatie, zegt Barendregt: „We krijgen vrijwel alleen maar meelevende reacties. Er zullen heus mensen zijn die goede redenen hebben om hun geld terug te vragen, maar ik verwacht dat de meesten gehoor zullen geven aan de oproep hun ticket te bewaren.”

Eindelijk duidelijkheid

„Voor het publiek is er nu eindelijk een duidelijk aanbod en dat is prettig,” zegt algemeen directeur Walter Ligthart van Theater Rotterdam. Het theater verkocht voor de periode tussen half maart tot en met eind mei meer dan 20.000 kaarten, zowel in het theater als voor hun zelfgeproduceerde voorstellingen op tournee. „Als we dat allemaal zouden moeten vergoeden praten we over meer dan 5 ton.”

Deze regelingen zijn voor kleine theaters minder effectief dan voor schouwburgen, volgens directeur Marelie van Rongen van de Toneelschuur in Haarlem. Daar zijn ze veel afhankelijker van ‘spontane inloop’ dan van voorverkoop.

De Toneelschuur had 4.500 tickets in de voorverkoop verkocht, gezamenlijk voor een bedrag van 55.000 euro. Normaliter zou daar in deze periode („dit is eigenlijk ons hoogseizoen”) nog zo’n 50.000 euro aan publieksinkomsten per week bovenop komen – dat bedrag loopt het theater nu volledig mis.

Een team van medewerkers is inmiddels bezig het publiek telefonisch op de hoogte te stellen. Van Rongen: „Een ruime meerderheid van de mensen die we inmiddels hebben benaderd, zet de kaarten om in een donatie. Dat is zowel voor ons als de artiest de beste uitkomst.”

Ook Theater Bellevue in Amsterdam mag op veel donaties rekenen. Binnen twee uur nadat de bezoekers (5.000 tickets in totaal) per mail over de regeling waren geïnformeerd, had het theater al tachtig donaties binnen.

Voucher

Mocht het niet lukken een voorstelling te verplaatsen of is de bezoeker op de nieuwe datum verhinderd, dan wordt er een voucher ter beschikking gesteld. Ligthart: „Zo’n voucher moet natuurlijk op enig moment worden verrekend, dus dat geld dat we nu in kas houden lopen we later weer mis.”

Ook de artiest voor wie het ticket aanvankelijk was gekocht en nu inkomsten misloopt, heeft uiteindelijk geen baat bij een voucher. Jeannette Smit, directeur Theater Bellevue, onderzoekt „of we de gezelschappen en artiesten gewoon kunnen doorbetalen volgens de financiële afspraken die we met ze hadden, op basis van een schatting van de zaalbezetting.” Ligthart sluit zich daarbij aan: „Het is een gemeenschappelijk probleem en vraagt dus om een gemeenschappelijke oplossing. Theaters en voorstellingen kunnen uiteindelijk niet zonder elkaar.”