Opinie

Kabinet, red ook de kunsten

Cultuurbeleid Kunnen theaters en concertzalen zonder extra kabinetssteun de anderhalvemetersamenleving overleven? vreest het ergste. ‘Kunst wordt weer gereduceerd tot een hobby.’
Terschelling, Oerol 2019
Terschelling, Oerol 2019 Foto Kees van de Veen/ANP KIPPA

In de persconferenties over de coronamaatregelen van het kabinet kwamen de laatste weken niet alleen scholen en restaurants, maar ook kappers, nagelsalons, tattooshops en seksclubs voorbij. Over het belang van kunst en cultuur voor de Nederlandse samenleving repte premier Mark Rutte met geen woord. Terwijl de gevolgen van de draconische bezuinigingen van zijn partijgenoot, oud-staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW, VVD), nog merkbaar zijn, staan de kunsten nu opnieuw onder druk. Het kabinet komt amper met een visie op hoe die te redden zouden zijn, terwijl deze essentiële sector bijna 4 procent bijdraagt aan het nationaal inkomen.

Laat ik dit, als presentator van tv-programma’s die over theater- en muziekvoorstellingen gaan, toespitsen op de podiumkunsten. Er zijn steeds meer alarmerende berichten. Het theaterfestival Oerol, bij uitstek een kweekvijver voor jong talent, gaat niet door, of hooguit in zeer afgeslankte vorm. De drie theaters van Het Nationale Theater in Den Haag zijn als gevolg van de sluiting onrendabel geworden. Het tot voor kort goed draaiende gezelschap Toneelgroep Maastricht, dat met succes publieksvriendelijke voorstellingen op de planken bracht, dreigt op faillissement af te stevenen.

Lees ook dit essay van Ramsey Nasr: In tijden van corona biedt kunst houvast door mee te wankelen

Een derde zaalbezetting

Als de anderhalvemetersamenleving nog lange tijd blijft bestaan, zoals Rutte vorige week suggereerde, dan is dat op niet al te lange termijn funest voor de theatersector. Musea zouden, met strenge controle en inachtneming van de veilige afstand, nog een beperkt aantal bezoekers kunnen gaan toelaten. In theaterzalen is dat amper mogelijk: als je anderhalve meter afstand in acht neemt, dan is slechts ongeveer een derde van de zaalbezetting gegarandeerd. Dat is te weinig rendabel voor zowel schouwburgen als toneelgezelschappen – waarvan het overgrote deel trouwens niet gesubsidieerd wordt.

Op de podia zelf zou het een tour de force zijn om in het vuur van het samenspel de afstandsgrens te bewaken. En jonge, talentvolle makers die een waarborg zijn voor de toekomst zullen, als de theaters uiteindelijk opengaan, niet de eersten zijn die de kans krijgen hun kunsten te vertonen. Schouwburgdirecteuren spelen dan, begrijpelijkerwijs, op safe met gevestigde namen die publiekstoeloop garanderen.

‘Geniet later’

Niets hiervan lijkt vooralsnog tot het kabinet doorgedrongen. De Duitse regering kwam inmiddels met een steunpakket voor onder andere culturele instellingen en freelance kunstenaars. Ook wordt gewerkt aan een wetswijziging die het mogelijk maakt dat organisatoren van concerten geen geld hoeven terug te geven voor afgezegde evenementen. In Frankrijk heeft de minister van Cultuur al 22 miljoen euro noodhulp voor de culturele sector ter beschikking gesteld.

Lees ook dit interview met minister Van Engelshoven: ‘We gaan zorgen dat de culturele sector deze tijd door gaat komen’

De vooralsnog meest concrete troef in handen van minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) is haar steunbetuiging aan de actie ‘Bewaar je ticket, geniet later.’ Dat is een initiatief van de culturele sector zelf waarbij theaterbezoekers wordt verzocht het geld dat voor een ticket is betaald niet terug te eisen en eventueel een voucher in ontvangst te nemen. Lang leve de goedertierenheid en vrijgevigheid van de doorsnee theaterbezoeker die, zo melden schouwburgdirecteuren, toch al alle begrip toont. De overheid hoeft daar kennelijk niets tegenover te stellen.

Schroomvallige theatermakers

Kunst lijkt zo in deze tijd van kille berekeningen opnieuw gereduceerd te worden tot een hobby. Een hobby die, in het geval van de podiumkunsten, beoefend wordt door theatermakers en musici die, uit angst voor de karikatuur die tijdens Zijlstra’s bezuinigingsronde van hun vak werd gemaakt, in een kramp schieten nog voor ze hun bestaansrecht hebben verdedigd. Ze vertellen desgevraagd wat er voor hen op het spel staat, maar melden er nadrukkelijk bij dat er natuurlijk veel belangrijker dingen zijn in het leven. En ze houden de moed erin door online optredens en voordrachten te delen. Ik zou al die theatermakers willen oproepen die bescheidenheid en schroomvalligheid te laten varen.

Natuurlijk: gezondheid gaat boven alles en weegt terecht het zwaarst. Maar in een tijd dat krantenkoppen melden dat KLM tegen elke prijs door het kabinet gered zal worden is het bespottelijk of op zijn minst onfatsoenlijk dat onze overheid nog geen begin van een visie op het belang van de (podium-)kunsten heeft geëtaleerd. Dat belang is niet in de eerste plaats economisch. Het gaat om de troostrijke en veelbetekenende vergezichten die theater- en muziekvoorstellingen, in directe confrontatie met het publiek, kunnen bieden. Daaraan hebben mensen behoefte, juist in een tijd waarin de uitzichtloze actualiteit zich met de schokkende coronacijfers om de haverklap aandient.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.