Opinie

De droefheid van een leeg Wembley

Wilfried de Jong

Om de zeven minuten iemand begraven, dat kun je in een morbide bui ‘a hell of a job’ noemen. In Madrid is het aan de orde van de dag. Bij een ceremonie op het kerkhof mogen in die tijdspanne maar drie naasten in de buurt van de kist staan.

De dood houdt streng toezicht op het aantal toeschouwers.

In de wereld wordt voorlopig geen groot publiek geduld. Niet aan de Spaanse graven, niet bij het schietgebedje van de paus en nee, dan ook niet tussen de uitdagende bloemkelken in Hillegom.

Zoek het een tijdje alleen uit en het liefst binnen.

Geen collega’s en fans om je heen; het kost de topsporter soms moeite dat offer te brengen. In Londen nam coach José Mourinho – altijd in voor een relletje – het afgelopen week niet zo nauw met de regels. Lekker trainen in een park met de spelers van de Spurs, dat kon toch wel? Nadat het uitlekte moest hij diep door het stof.

Ook al is hun publiek massaal en mondiaal, de situatie van profvoetballers is niet heel anders dan van kappers, bankbedienden, acteurs of winkelpersoneel.

Maar ja, dit is Engeland, het eiland waar het spelletje is uitgevonden. Football is coming home. Volgens dagblad The Times zou de voetbalbond overwegen de negen resterende ronden van de Premier League uit te spelen in het Wembleystadion.

Zonder publiek.

Premier Johnson had nog niet genoeg lucht in zijn geteisterde longen om al meteen op het plan te reageren en probeerde eerst maar eens een zoveelste sudoku op te lossen.

De Engelse competitie afmaken in een leeg Wembley, voor wie eigenlijk? Voor de thuiszittende fans, de voetballers of misschien toch voor de voetbalbazen die dagelijks berekenen hoe dat verdomde virus hun inkomsten naar de verdoemenis helpt?

Net na een gespeelde wedstrijd is de sfeer in een leeglopend stadion vaak nog bijzonder. Dan kleeft een smadelijke nederlaag of een geniaal doelpunt aan de verlaten stoeltjes en staan de strepen van slidings in het gras.

Een wedstrijd zonder publiek is net zo triest als een zakkende kist in een lege aula.

Jaren geleden kreeg ik op een dag een rondleiding door het oude, inmiddels gesloopte Wembley, het koninklijk paleis van het voetbal. In de kleedkamer wees de suppoost naar boven. Er stonden vieze, ronde afdrukken op de muur. Als warming-up gooiden keepers daar een bal tegenaan. Een prachtig detail.

Het mooiste moest nog komen, beweerde de suppoost. We liepen verder, door de lege catacomben. Ik mocht door de tunnel het veld oplopen. Hij zou op een knop drukken, dan hoorde ik de roar: het gebrul van de voetbalfans. Ik liep het wereldberoemde gras op van het uitgestorven Wembley. Uit de speakers kwam het gejuich van toeschouwers, ingeblikt en mechanisch.

Het deed me geen ene zier.

Een stadion moet vol zitten, uit echte kelen moet het geschreeuw komen, van echte handen het applaus. Laten ze in Engeland nog maar even geduld hebben.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.