Reportage

Met zijn vieren wielrennen kan echt niet meer

Op de fiets Geen lange slierten wielrenners meer. Uit angst dat ze anders helemaal niet meer de weg op mogen, koersen wielerfanaten nu alleen of met maximaal één maatje.

Veel fietsers trekken er alleen op uit, maar inhalen én anderhalve meter afstand houden blijft op sommige wegen moeilijk.
Veel fietsers trekken er alleen op uit, maar inhalen én anderhalve meter afstand houden blijft op sommige wegen moeilijk. Foto John van Hamond

Hij zou Parijs-Roubaix rijden deze zaterdag. En de dag erna had hij dan op zijn bank doorgebracht, al vanaf de voorbeschouwing in de ochtend met de vermoeide benen omhoog, kijkend naar hoe de profrenners hetzelfde parcours van de voorjaarsklassieker zouden afleggen.

In plaats daarvan staat Mark Klompenhouwer (51) met partner José Molendijk (49) voor hun huis in het hart van Willemstad. Mark rolt zijn knalrode fiets alvast naar buiten, langs José die in de deuropening haar fietssokken aantrekt. Na nog een espresso vertrekken ze voor een fietsrondje in de eigen provincie.

Het wordt de derde fietstocht deze week. In groepen rijden doen ze nu even niet meer. Ze gaan samen of alleen. Ze vertrekken als het kan vroeg, gaan niet over populaire routes en beginnen een rondje met de wind in de rug en de wind op kop terug. Precies tegen de draad van wielerlogica in om zo minder mensen aan hun kant van de weg te treffen.

Wielrenners hebben al niet zo’n best imago, weten ze, en nadat premier Mark Rutte zich in zijn persconferentie dinsdag even direct tot hen en motorrijders richtte, proberen ze nu nog meer op te letten. Uit vrees om helemaal niet meer te mogen fietsen, en om te laten zien dat wielrenners ook best beschaafd zijn.

De grens opzoeken

Behalve Rutte voelden ook fietsorganisaties als de Fietsersbond en wielerbond KNWU zich genoodzaakt fietsers nog maar eens aan te spreken. Ook motorclubs riepen hun achterban op alleen te rijden en niet te verzamelen bij clubhuizen. Vorig weekend hadden motorrijders nog te veel in groepen gereden – twee is het maximaal toegestane aantal – en niet altijd anderhalve meter afstand gehouden. Op sommige plekken was het zo druk dat afstand houden onmogelijk was. De oproep voor het zonovergoten paasweekend was: blijf dicht bij huis, rijd alleen en houd voldoende afstand.

Klein onderhoud aan een motor bij Motorcentrum Roosendaal voordat deze een rondje gaat maken. Normaliter komen grotere groepen tegelijkertijd langs bij de winkel.

Foto John van Hamond

Die boodschap lijkt in ieder geval in het zuiden van Nederland te zijn aangekomen. Al blijven er lastige situaties ontstaan en zoeken hier en daar mensen de grenzen van de regels op.

Tussen de weilanden ter hoogte van het Brabantse Oud-Gastel fietst Frans Wagemakers. Bijna geheel in het zwart gestoken, is hij net vertrokken uit zijn woonplaats Roosendaal en onderweg in de richting van Willemstad. Hij trekt er veel op uit deze dagen. „Dat is extra fijn omdat we verder toch weinig kunnen en we allemaal een beetje opgesloten zitten.” Voor de coronacrisis haakte hij vaak aan bij clubjes, nu doet hij alles alleen.

„Afstand houden is, hoe je het ook probeert, toch lastig soms”, vertelt hij. Het pad waar hij zo overheen moet is typisch zo’n knelpunt en dan hoeft het er niet eens druk te zijn. Langs de parallelweg loopt een strook van nog geen twee meter breed voor fietsers en wandelaars in beide richtingen. Een enkele wandelaar inhalen is al lastig, laat staan een van de vele echtparen op stadsfietsen en e-bikes.


Foto’s John van Hamond
Inhalen én anderhalve meter afstand houden is op sommige wegen moeilijk.
Foto John van Hamond
Op de dijk langs het Hollands Diep is het relatief rustig. Toch rijden er ook groepjes van drie.
Foto’s John van Hamond

Even verderop draaien Regina Smith (54) en Sandra van der Sluis (46) net de dijk op. De vriendinnen uit Zuid-Beijerland rijden op citybikes, een model tussen een racefiets en normale stadsfiets in. Ze doen een van hun favoriete routes, van ongeveer vijftig kilometer, langs Willemstad waar ze normaal zo graag een bak koffie doen. Hun fietsgroepje ‘De Bikerbabes’ is eigenlijk twee keer zo groot. Maar, vinden ze, met zijn vieren rijden kan echt niet.

Vorige week reden ze nog wel met drie, in een driehoeksopstelling met de punt naar voren en dan af en toe rouleren. Regina: „Dat voelde eigenlijk toch wel fout. Je wil ook geen verkeerd beeld geven. Naar de mensen in de zorg en mensen die ziek zijn.”

Datzelfde gevoel heeft een stel van rond de dertig uit Dordrecht. Dat ze „een beetje fout bezig zijn” nu ze toch een behoorlijk stuk van huis aan het fietsen zijn. Om die reden willen ze liever niet met hun naam in de krant. Ze vertellen bewust vroeg te zijn vertrokken en onderweg contact zoveel mogelijk te mijden.

Rechtsomkeert

Aan de rand van Willemstad staat een verkeersregelaar. Hij vormt samen met een hek van bescheiden formaat de eerste barrière en attendeert mensen erop dat gemotoriseerde voertuigen het centrum, waar de haven en oude vesting liggen, niet inkomen. Verderop staat zijn collega om mensen echt rechtsomkeert te laten maken.

Lees ook dit verhaal: Dranghekken en betonblokken bleken niet nodig

Vorige week, zo vertelt José Molendijk in haar deuropening, stond het „helemaal vol” op het dok bij de frietkraam. De verkeersregelaar stond toen ook op zijn post en had misschien wel tweehonderd motoren om het stadje heen gestuurd. Reden voor de gemeente om in te grijpen. Maar deze zaterdag had de boa van dienst het erg rustig gevonden, vertelt een woordvoerder.

Onderweg zeggen de fietsers helemaal geen groepen wielrenners of motorrijders meer tegen te komen. Op de smalle dijkweg langs het Hollands Diep wordt nog eens duidelijk waarom met meer rijden echt een slecht idee is: bij één tegenligger is er al nauwelijks marge.