Komt er meer honger? En andere vragen over een dreigende voedselcrisis

Voedselvoorziening Van rottende gewassen tot hamsterende staten. De coronacrisis zorgt wereldwijd voor verstoring van de voedselvoorziening. Acht vragen over een dreigende voedselcrisis.

Illustratie Stella Smienk

Een derde van de wereldbevolking heeft de opdracht om thuis te blijven, ruim 90 procent leeft in een land met reisbeperkingen en tal van grenscontroles zijn verscherpt. De gevolgen van de coronamaatregelen zijn al goed voelbaar in de meest basale tak van de economie: de voedselvoorziening. Van de aspergeteelt in West-Europa tot de rantsoenen in vluchtelingenkampen, overal verstoort het coronavirus het traject van akker tot bord.

Een bont gezelschap van academici, CEO’s in de voedingsindustrie, landbouwlobbyisten en ngo’s heeft wereldleiders opgeroepen tot een gecoördineerde actie om een wereldwijde voedselcrisis te voorkomen. Die crisis zou tot grootschalige honger kunnen leiden, waarschuwen zij, vooral in Afrika. Acht vragen over de invloed van Covid-19 op de voedselvoorziening.

Illustratie Stella Smienk

1 Zorgt de coronacrisis voor acute voedseltekorten?

Op dit moment is er nog geen macro-economisch, meetbaar probleem met de productie van gewassen, al kan daar snel verandering in komen. Wel ziet de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties een probleem in de logistiek: landbouwproducten moeten van het veld naar de groothandel, dan vaak naar een fabriek voor verwerking en zo verder naar markt of winkel. Door lockdowns, regels rond sociale afstand en gesloten grenzen kunnen bij elke stap in de keten problemen optreden.

Er zijn nu al groepen mensen voor wie het moeilijk is om aan voldoende voedsel te komen. In Rwanda moest de overheid prijsplafonds instellen omdat rijst, suiker en olie onbetaalbaar dreigden te worden. Niet door absolute schaarste, maar door menselijk gedrag: consumenten hamsterden, verkopers woekerden met de prijzen en dat versterkte elkaar.

Voedsel kan ook onbetaalbaar worden door wegvallende inkomsten. Op 24 maart ging India in een slecht voorbereide lockdown, waardoor miljoenen mensen abrupt hun werk kwijtraakten en nu maaltijden moeten schrappen. Vluchtelingen van de islamitische Rohingya-minderheid kunnen niet meer als dagloner werken. „Ik denk dat we eerder doodgaan van de honger dan aan het coronavirus”, zegt een van hen tegen Al Jazeera.

In Afghanistan raken winkels en markten leeg doordat de voedselaanvoer vanuit Pakistan stokt. Vrachtwagenchauffeurs weigeren de grens over te steken omdat ze bang zijn dat ze in quarantaine moeten.

Illustratie Stella Smienk

2 Wat zijn de gevolgen voor de oogsten?

Asperges in Duitsland en Nederland, aardbeien in Spanje, Italië en Frankrijk. De eerste gewassen van het Europese groeiseizoen zijn rijp voor de oogst, maar de stekers en plukkers uit Polen, Bulgarije en Roemenië blijven weg. In normale jaren komen zij met honderdduizenden naar het westen, nu beginnen de asperges te rotten op de velden. Poolse arbeiders hebben moeite om Nederland te bereiken, omdat Duitsland de grens met Polen nagenoeg dichthoudt.

Naarmate het seizoen vordert wordt de behoefte aan arbeid alleen maar groter. Wereldwijd zorgen seizoensmigranten voor 27 procent van het totaal aantal werkuren in de landbouw. In Italië is 90 procent van de werknemers seizoensarbeider, het merendeel Roemeens. Het vooruitzicht dat zij bij aankomst twee weken in quarantaine moeten en geen afstand kunnen houden in hun tijdelijke behuizing, houdt velen thuis. En dat terwijl dit het moment is om wijnstokken te planten.

Het leidt tot creatieve oplossingen. In veel Europese landen zijn initiatieven gestart om het werk op te laten vangen door studenten of burgers die door de coronacrisis zonder werk zitten. In het Verenigd Koninkrijk is opgeroepen tot een land army, een referentie aan de vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog het werk van gemobiliseerde landarbeiders overnamen. De Italiaanse minister van Landbouw pleit voor verblijfsvergunningen voor asielzoekers, zodat die kunnen meehelpen. Al deze ingrepen zijn niet zomaar geregeld. In de tussentijd proberen aardbeientelers de rijping te vertragen door hun tunnels extra te ventileren.

Ook in de Verenigde Staten blijven veel seizoensarbeiders weg. Mexicanen die ondanks de grote Covid-19-uitbraak bereid zijn om te komen oogsten, hebben moeite om een visum te krijgen omdat Amerikaanse consulaten zijn gesloten.

Illustratie Stella Smienk

3 Kan de Europese Unie dit niet oplossen?

De EU hoopte met de sluiting van de buitengrenzen lidstaten zover te krijgen dat zij de interne grensblokkades weer zouden opheffen. Dat heeft niet gewerkt. Daarnaast mogen landen zelf beslissen of zij quarantaines instellen; volksgezondheid is altijd een nationale aangelegenheid gebleven. Wel heeft Brussel toegezegd dat boerenbedrijven tot 100.000 euro steun kunnen krijgen, bijvoorbeeld om duurdere binnenlandse arbeiders te betalen.

Illustratie Stella Smienk

4 Is het grensverkeer voor goederen soepeler dan voor mensen?

Veel voedselproducenten en transporteurs ondervinden grote hinder. Zo is de helft van de werknemers in de Keniaanse sperziebonenteelt, die veel aan Europa levert, met verlof gestuurd omdat het niet lukt om leveringen bij klanten te krijgen.

De EU heeft opgeroepen tot ‘groene corridors’ binnen Europa: controles bij belangrijke grensovergangen moeten zo worden georganiseerd dat ze inclusief de gezondheidschecks bij chauffeurs niet langer dan een kwartier in beslag nemen. Zo moet er een eind komen aan de files bij grensovergangen.

De wereldwijde transporten van verse producten die in de afgelopen decennia zo gewoon zijn geworden, zijn nu niet alleen moeilijker, maar ook een stuk duurder. Door de schaarste in vluchten zijn de prijzen voor luchtvervoer gestegen. Een Zuid-Afrikaanse fruitteler zei tegen persbureau Reuters dat het transport over zee moeilijker wordt, omdat veel zeecontainers vaststaan in Chinese havens. En dat terwijl de vraag naar gezonde producten als sinaasappels en citroenen juist is gestegen, zei hij.

Illustratie Stella Smienk

5 Zijn mensen anders gaan eten door de coronacrisis?

Van rijk tot arm en van oost tot west veranderen groepen mensen hun voedingspatronen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de prijs van suiker op de wereldmarkt. Die is in maart met maar liefst 19 procent gedaald ten opzichte van februari, blijkt uit de voedselprijzenindex van de FAO. Dat is vooral slecht nieuws voor Brazilië, het land dat de meeste suiker exporteert. Als verklaring noemt de FAO dat mensen minder buitenshuis eten. Dat betekent minder kant-en-klaarproducten, die vaak veel suiker bevatten. De ingestorte olieprijs speelt ook een rol: suikerriet wordt nu vaker verwerkt tot suiker in plaats van ethanol, de biobrandstof die door benzine wordt gemengd.

De FAO verwacht dat mensen hun gehamsterde houdbare producten gaan opeten ten koste van vers voedsel. In Italië bijvoorbeeld is de verkoop van bloem met 80 procent gestegen, vlees in blik met 60 procent.

In het vluchtelingenkamp in Bangladesh waar bijna een miljoen Rohingya uit Myanmar wonen, hebben de veranderingen ernstigere gevolgen. Daar zijn de marktjes gesloten, waardoor de bewoners hun rantsoenen – vooral rijst, linzen en olie – niet meer kunnen aanvullen met verse producten.

Illustratie Stella Smienk

6 Gaan overheden ook voedsel hamsteren?

De eerste protectionistische ingrepen zijn er al. Zo heeft Kazachstan, een van de grootste tarweproducenten ter wereld, exportquota ingesteld voor het graan. Oekraïne heeft de export van boekweit stilgelegd en Egypte voert geen peulvruchten meer uit. Vietnam, na India en Thailand de grootste rijstexporteur, heeft handelaren verboden om nieuwe exportcontracten te sluiten. Dat is jammer voor de Filippijnen, de grootste importeur van rijst, dat nu graag een voorraad wil aanleggen. Roemenië heeft de uitvoer van granen, olie, suiker en andere grondstoffen naar buiten de EU verboden.

De Wereldhandelsorganisatie heeft overheden dringend opgeroepen om protectionistische reflexen bij zichzelf te onderdrukken. „We moeten er alles aan doen om te zorgen dat de handel zo vrij mogelijk doorgaat”, verklaarde de directeur. Hij waarschuwde dat ook protectionisme besmettelijk is, met prijsvolatiliteit en mogelijke tekorten tot gevolg.

Landen die sterk afhankelijk zijn van voedselimport hebben het in deze mondiale crisis extra zwaar, helemaal als zij ook een zwakke munt hebben. Libanon moet nu een moeilijke afweging maken: zijn schaarse dollars uitgeven aan buitenlandse tarwe die door het ingestorte pond extra duur is, of een voedseltekort riskeren.

President Hernandez van Honduras heeft een eigen oplossing om de zelfvoorzienendheid van zijn land te verbeteren. Hij zegt eigenaren van braakliggend terrein te willen dwingen voedselgewassen te verbouwen. Dat plan moet nog wel uitgewerkt worden.

Illustratie Stella Smienk

7 Zijn er winnaars in deze crisis?

Sommige multinationals in de levensmiddelenindustrie hebben momenteel een hele goede tijd, ondanks de beschermingsmaatregelen die zij voor productiemedewerkers moeten treffen. Het Zwitserse Nestlé – het grootste voedingsbedrijf ter wereld met verkoopkanalen in alle landen – moet ploeteren om aan de „overweldigende vraag” te voldoen, zei directeur Mark Schneider tegen zender CNBC. Nescafé, Nespresso, gebotteld water, het is niet aan te slepen nu miljarden mensen veel meer thuis zijn dan normaal.

Maar in een videoboodschap riep hij inkoopteams op om zich „voor te bereiden op de storm” en voorraden van de belangrijkste grondstoffen aan te leggen. Multinationals hebben diepere zakken dan andere producenten om de aanvoer op gang te houden. Unilever bijvoorbeeld heeft 500 miljoen euro uitgetrokken om kleine en middelgrote leveranciers vooruit te betalen. Daarnaast heeft het krediet beschikbaar voor klanten die betalingsproblemen krijgen.

Bij supermarkten lijkt hetzelfde aan de hand te zijn: recordomzetten gecombineerd met slechte vooruitzichten. Covid-19 heeft parallellen met zowel ‘9/11’ als met de financiële crisis van 2008 en 2009, schrijft een analist van Barclays. „9/11 leidde tot nestelgedrag, de financiële crisis tot vernietiging van de vraag. Covid-19 zal tot beide leiden.”

Illustratie Stella Smienk

8 Wie zijn de grootste verliezers?

Ook in ontwikkelingslanden wordt tegenwoordig zo’n 80 procent van het eten gekocht in een winkel, op een markt of langs de kant van de weg. De keuterboer die met een maïsveld, een koe en een moestuin een schamel maar grotendeels zelfvoorzienend bestaan leidt, komt steeds minder voor. De voedselketens die daarvoor in de plaats zijn gekomen, bestaan vaak uit een reeks van kleine, informele bedrijven.

Vooral in de laatste schakels ontstaan nu problemen. Vissers in Zuid-Afrika bijvoorbeeld kunnen nog wel uitvaren, maar mogen de vis vanwege de lockdown niet meer vervoeren naar kleine tussenhandelaren. Die kunnen niet meer terecht bij straatventers, die op hun beurt zonder inkomsten komen te zitten. Zij kunnen geen eten meer kopen bij andere straatverkopers en zijn aangewezen op de dure supermarkt. De mensen van wie het bestaan toch al marginaal was en die geen eigen stukje grond hebben, komen zo als eerste in nood.