Hij had Parijs-Roubaix moeten rijden, maar brengt nu medicijnen rond in Lombardije

Fietskoerier Profwielrenner Davide Martinelli (26) brengt per mountainbike boodschappen en medicijnen rond in zijn dorp in de zwaargetroffen Italiaanse regio Lombardije, waar de bewoners van de wereld zijn afgesloten. Hij krijgt navolging in Nederland en België.

Profwielrenner Davide Martinelli doet elke dag zijn rondje.
Profwielrenner Davide Martinelli doet elke dag zijn rondje. Foto Stefano Fogliata

Als je het gehucht Lodetto vanuit het zuiden nadert over de Via Pitossi kom je niets anders tegen dan een rij bomen en maisvelden, wat akkerland, en verder kijk je uit over vlakten, met in het noorden de heuvels die als penceelstreken aangeven waar het Iseomeer zo’n beetje moet liggen. De 1.350 inwoners van Lodetto, gelegen in de geplaagde regio Lombardije, hebben vrijstaande huizen, met grote tuinen, en ontmoeten elkaar normaliter aan de Via Milano, waar een koffiebar is, een modezaak, een school, een kapper, en ’s weekends gaan ze mits goed ter been naar de parochie van de heilige Giovanni Battista.

Maar alles zit door het coronavirus potdicht. Voor voedsel en medicijnen moet je naar Rovato, zo’n vier kilometer verderop. Openbaar vervoer rijdt er niet meer, een auto is een vereiste, want op de fiets is het gevaarlijk, word je van de sokken gereden omdat een fietspad ontbreekt. Mensen op leeftijd wordt afgeraden naar buiten te gaan, en als het toch niet anders kan, is een mondkapje en handschoenen een verplichting tegenwoordig. En die zijn schaars.

Davide Martinelli (26) is zonder twijfel de beroemdste inwoner van Lodetto. Hij is profwielrenner, een goede tijdrijder, fietste vier seizoenen als knecht voor het Belgische sterrenensemble van wat nu Deceuninck-Quickstep heet, voor hij dit jaar overstapte naar Team Astana met het idee om in de voorjaarsklassiekers voor eigen kansen te gaan. Voor het eerst in zijn carrière zou hij de Ronde van Vlaanderen rijden, Parijs-Roubaix, de allergrootste wedstrijden, dus was hij op trainingskamp geweest in het nabijgelegen Monte Maniva, een bergpas op 1.800 meter hoogte.

Davide Martinelli mag de straat niet zomaar meer op. Foto Stefano Fogliata

Als kind kreeg Davide geregeld bezoek van Marco Pantani, een godheid van een renner in Italië. ‘Il Pirata’ reed in de ploeg van Guiseppe Martinelli, Davides vader, en samen wonnen ze de Giro van 1998. Guiseppe is nog altijd ploegleider bij Astana, de lijntjes naar het profbestaan zijn voor Davide altijd kort geweest. Hij woont nog thuis omdat zijn vrijstaande woning even buiten Lodetto door de crisis niet kan worden afgebouwd. Ook zijn vriendin woont tot die tijd bij haar ouders, in Milaan, zeventig kilometer verderop. Hij heeft haar al bijna een maand niet mogen bezoeken.

In Lodetto zien ze Davide soms een lange tijd niet als hij op trainingskamp is, of op reis om te koersen, en als hij er wel is, zoeft hij slechts twee per dag in een noodvaart voorbij, over asfalt dat door de invloed van sneeuw en zon is gaan schilferen. Maar nu is alles anders.

Rollerbank

Davide zit al weken thuis, hij mag de straat niet zomaar meer op sinds de regio Lombardije het Italiaanse epicentrum van de coronacrisis werd. De Ronde van Algarve was eind februari zijn laatste wedstrijd. Vanaf dat moment kan hij geen kant op. Trainen doet hij in het ouderlijk huis, op een rollerbank, en langer dan twee uur kan hij dat niet opbrengen. Verder doet hij wat oefeningen voor zijn rompstabiliteit, en dat is het wel zo’n beetje. Hij heeft een tuin, gelukkig kan hij van de voorjaarszon genieten.

Op de eerste dag van de virusuitbraak in Italië, begin maart, stierven in Lodetto vijf mensen, en dat nieuws sloeg in als een bom in de kleine gemeenschap. Elke familie kende wel iemand die ziek was of dat begon te worden, en dus ging er een slot op het dorp. Stefano Fogliata (30), een neef van Davide en de directeur van diens fanclub, werkt voor organisaties die hulp bieden aan vluchtelingen in Palestina en Libanon, en voorzag dat de coronacrisis in Lodetto nog wel eens voor grote problemen kon gaan zorgen, zeker voor ouderen die verstoken zouden komen te zitten van eten en medicijnen. De lokale autoriteiten hadden voorlopig andere prioriteiten, zouden niet binnen afzienbare tijd kunnen zorgen dat de zwakste inwoners in hun primaire levensbehoeften konden worden voorzien.

En dus trommelde Stefano twintig vrijwilligers op en liet nog voor de lockdown briefjes bezorgen waarmee mensen zich bij hem konden melden, mochten ze iets uit Rovato nodig hebben. Stefano wist dat de meeste inwoners van Lodetto niet via het internet zijn te bereiken. Lodetto Solidale zou ook op zaterdag en zondag spullen gaan bezorgen, „omdat mensen in het weekend ook ziek worden.” Aan Davide vroeg hij of hij zin had om de bestellingen misschien per fiets rond te brengen. Hij kent de gemeenschap immers goed, spreekt het lokale dialect van Brescia, en mensen zullen hem als geen ander vertrouwen. Don Ettore, de lokale priester, zei vlak voor zijn dood vorig jaar dat er niets is in Lodetto, maar dat de rijkdom ’m zit in de kracht van de gemeenschap. De jongelingen zorgen voor de ouderen als dat zoals nu nodig is. Davide, kind van het dorp, hoefde dan ook niet lang na te denken op het voorstel van zijn neef. Die middag zat hij al op zijn mountainbike, met een rugzak vol essentiële spullen.

Via Facetime laat Davide zien wat er in zijn rugtas past, het is een grijs, vierkant exemplaar met het logo van Astana op de achterkant, eigenlijk bedoeld om een laptop in mee te nemen. In een zijvak zit een document dat hij aan politie kan laten zien als ze hem staande houden, hetgeen nog niet gebeurd is. Ook zijn portemonnee heeft hij erin bij zich, een mondkapje en zijn paspoort.

Buiten trainen mag Davide niet, maar door de bezorgservice doet hij elke dag toch zo’n twee uur mee aan iets van een openbaar leven. Het houdt hem op de been nu zijn wielerseizoen met de dag verder aan de horizon verdwijnt.

Tegen het middaguur rijdt hij van Lodetto een stukje naar het zuiden, naar de dokter om de recepten op te halen van de mensen die zich bij Stefano hebben aangemeld. Dan rijdt hij vijf kilometer naar Rovato, waar hij bij de plaatselijke apotheek de medicijnen ophaalt, en van daar gaat het terug naar Lodetto, waar hij de bestelling bij de mensen op de deurmat legt. Vijftien kilometer staat er dan op zijn teller, aan een gemiddelde snelheid van nog geen 28 kilometer per uur. Op sommige dagen doet hij het rondje twee keer, nog altijd niks voor een profwielrenner, maar hij ziet het ook niet als een training. Het beurt hem op dat hij eindelijk eens iets terug kan geven aan het dorp waar iedereen hem als held onthaalt. Altijd staan ze voor hem te juichen, sommigen reizen naar Noord-Europa om hem te zien koersen. Nu kan hij ze bedanken. „Mensen zijn zo dankbaar als ik langs ben geweest, dat is geweldig om te zien”, zegt Davide. „Ik ken ze ook allemaal persoonlijk, dat maakt het nog leuker.”

Davide Martinelli: „Mensen zijn zo dankbaar als ik langs ben geweest.” Foto Stefano Fogliata

Davides actie heeft de voorbije dagen navolging gekregen. Dylan Groenewegen van Jumbo-Visma is ook boodschappen per fiets gaan bezorgen, en de Vlaamse renster Jolien D’Hoore deed een oproep op Twitter.

Voorgoed veranderd

De crisis heeft Davide voorgoed veranderd, hij voelt het aan de manier waarop hij naar zijn sport is gaan kijken. „Wij wielrenners dachten altijd dat het leven om fietsen draaide, maar dat is niet waar, het is misschien 5 procent van mijn leven, de rest draait om familie, vrienden. Als dit allemaal voorbij is wil ik mijn sport relaxter benaderen, ik wil blijven trainen naar ook meer genieten van de tijd die ik met mensen samen kan doorbrengen tijdens een simpel diner.”

Davide heeft onlangs te horen gekregen dat hij 30 procent van zijn loon zal moeten inleveren om het voortbestaan van zijn ploeg Astana te waarborgen. Over maart kreeg hij zijn gewone salaris, maar vanaf volgende maand gaat dat veranderen. Sponsors hebben geen exposure nu nergens ter wereld wielerwedstrijden worden gehouden en beginnen in de kosten te snijden. Davide maakt zich nog geen zorgen, maar als hij eraan denkt dat dit het hele jaar zo blijft, zakt de moed hem in de schoenen. Dan kan hij op den duur geen eten meer kopen, hij is niet bepaald de bestbetaalde renner van Astana. Mar zover is het voorlopig niet.

Maar een week later verschijnt Davide duidelijk een stuk vermoeider voor de camera. Zijn haar is warriger, in plaats van de polo van zijn ploeg draagt hij een paarse hoodie. Davide is de voorbije week alle dagen naar buiten geweest om medicijnen te bezorgen, op zondag na. Soms duurde het twee uur voor hij klaar was. Het bezorgen begint zo langzamerhand bij zijn dagelijkse routine te horen.

Hij heeft het moeilijk met de situatie waarin hij verzeild is geraakt, zegt hij. Laatst zag hij via zijn slaapkamerraam in veertig minuten maar drie auto’s langskomen. Dat is zelfs voor Lodetto uitgestorven.

Aanvankelijk dacht hij dat er binnen een maand wel verbetering op zou treden, was hij zelfs heel even opgelucht omdat hij meer tijd kreeg om zich voor te bereiden op de grote voorjaarsklassiekers. Maar als hij tot zich laat doordringen dat hij misschien dit hele jaar niet meer zal kunnen koersen, bijt hij op zijn lip en vecht hij tegen de tranen. „Ik begin mijn motivatie om te trainen te verliezen. Maar gelukkig kan ik me nuttig maken. En is mijn familie in goede gezondheid.”