De Ethiopische atleet Haile Gebrselassie, hier als winnaar van de Zevenheuvelenloop van 2011.

Foto Olaf Kraak/ANP

Interview

‘Sporters zouden mensen in nood een hart onder de riem moeten steken’

Haile Gebrselassie | Hardloper In zijn geboorteland Ethiopië zet hardlooplegende Haile Gebrselassie (46) zich in voor de strijd tegen Covid-19. Dat zouden meer sporters moeten doen, zegt hij.

Al weken begroet Haile Gebrselassie zijn vrienden op dezelfde manier. „Gefeliciteerd”, zegt hij, bij wijze van grap. Als om te zeggen: we hebben weer een dag overleefd.

Ook in Ethiopië, het geboorteland van Gebrselassie, een van de beste langeafstandslopers aller tijden, houdt het coronavirus huis. „Veel minder dan bij jullie”, zegt hij, „maar de schrik zit er goed in door de beelden die ons vanuit de rest van de wereld bereiken. Iedereen die Ethiopië in wil, moet twee weken in quarantaine.”

De afgelopen weken haalde Gebrselassie (46) vaker het nieuws. Eind maart doneerde hij ruim 40.000 euro aan een door premier Abiy Ahmed ingesteld Covid-19-fonds. „Dit is geen tijd om te profiteren, maar om levens te redden”, verklaarde hij. „Juist nu moeten we zij aan zij staan.”

Kort daarna volgde een tweet: „Dag iedereen, mijn naam is Haile Gebrselassie. Bescherm je familie en neem verantwoordelijkheid. De wereld kampt met een groot probleem.”

Veel sporters spreken zich dezer dagen uit, maar vaak gaat het om berichten over hun dagbesteding. Waarom koos u hiervoor?

„Als oud-atleet heb ik veel volgers. Dat biedt mij de kans invloed uit te oefenen. Mensen luisteren naar wat ik zeg. Ze geloven wat ik zeg, zo lang ik niet op onjuistheden kan worden betrapt. Dus als ik adviseer handen te wassen en afstand te houden vanwege het virus, dan neemt men mijn raad vaak ter harte.”

U wil het bewustzijn vergroten in uw land?

„Niet alleen het bewustzijn over de coronacrisis, maar ook over de hongersnood die daarop volgt. Veel van mijn personeel werkt op koffieplantages. Ik druk hen op het hart om ook aardappels te planten. Is het niet voor de verkoop, dan voor zichzelf en hun gezin. Dan hebben ze straks iets om op terug te vallen.”

We zitten in het oog van de storm, maar ik geloof dat we die storm overleven

Haile Gebrselassie, hardloper

Gebrselassie is ondernemer. Hij bezit in Ethiopië meerdere hotels, koffieplantages, een fabriek voor auto-onderdelen, een school en een bioscoop. Veel van die plekken zijn gesloten door de coronacrisis. En dat baart hem zorgen. De 3.000 mensen die voor hem werken verkeren in een financieel onzekere positie. Hij onderhandelt met banken over doorbetaling van hun salarissen.

Ligt u er wakker van?

„Ja. Ik slaap niet meer dan vier uur per nacht. Wat gebeurt er als mijn personeel geen inkomen heeft? Wat gebeurt er als mij iets overkomt? Wie zorgt er dan voor de mensen die ik lief heb? Ook als CEO heb ik geen controle over deze situatie. Misschien dat ik daardoor beter luister naar mijn medewerkers en klanten. Wat vinden zij? Zonder hen red ik het niet. ”

Bent u bang zelf ziek te worden?

„Bang niet. Ik ben een mens, ooit ga ik dood. Maar ik zou het vreselijk vinden als ik mijn personeel besmet. Velen werken nu gelukkig thuis, maar voor hoe lang? De meeste Ethiopiërs kunnen het zich niet veroorloven langer dan een week binnen te blijven. Misschien twee, als ze tot de middenklasse behoren. Maar dan moeten ze naar buiten, geld verdienen, want niemand anders gaat hen voeden. Een patstelling.”

Een vrouw met een mondkapje loopt in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba voor een truck uit die desinfecterend middel sproeit tegen verspreiding van het coronavirus.

Foto Tiksa Negeri/Reuters

Ethiopië kampt ook met malaria, hiv, tuberculose …

„En cholera! Denk je eens in: zoveel problemen in een land met 112 miljoen inwoners. Dat levert veel frustratie op, en angst. Hoe weinig mensen hier ook met corona besmet zijn in vergelijking met Europa of de VS – de teller staat vandaag [donderdag 9 april] op 56 besmettingen en twee doden – iedereen begrijpt dat dit geen Europees probleem is, noch een Amerikaans of Aziatisch probleem. Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat de wereld een dorp is. We zijn allemaal mensen.”

Beroemde sporters zijn vaak influencers. Vindt u dat zij zich voldoende uitspreken?

„Sporters vergaren roem en rijkdom dankzij hun fans. Zonder die fans waren zij niks. Het is fijn dat sporters doneren, maar eigenlijk zouden ze mensen in nood ook een hart onder de riem moeten steken: maak je geen zorgen over de duisternis van vandaag, denk aan het licht van morgen.”

Lees ook dit verhaal over profwielrenner Davide Martinelli die tijdens de coronacrisis medicijnen rondbrengt in Lombardije

U klinkt hoopvol.

„Mensen staan wereldwijd onder druk. We zitten in het oog van de storm, maar ik geloof dat we die storm overleven, zoals de mensheid eerder twee wereldoorlogen heeft overleefd en de Spaanse griep, om maar wat te noemen.”

Ik hoorde dat jonge atleten u vaak benaderen voor advies. Wat is de meest gestelde vraag?

„Ze willen weten welke competities de coronacrisis gaan overleven. Of de Olympische Spelen doorgaan in 2021. Dat soort dingen.”

Durft u te voorspellen hoe de sportwereld er na Covid-19 uitziet?

Hij zucht. „Dat is moeilijk te zeggen, maar zeker is dat het er slechter op wordt. Veel bedrijven liggen op hun gat. Zonder sponsoren geen sport. Het zou mij niets verbazen als we ooit met weemoed terugdenken aan de tijd dat bedrijven de Olympische Spelen sponsorden.”

Reizen zal er voor sporters ook moeilijker op worden.

„Zonder twijfel. Ik vraag me af hoeveel marathons en atletiekevenementen overeind blijven. En of sporters nog naar die events kunnen reizen. Niemand die het weet.”

Een overheidsfunctionaris sproeit een desinfecterend middel in de straten van Addis Abeba tegen de verspreiding van het coronavirus, eind vorige maand.

Foto Tiksa Negeri/Reuters

Maakt u zich zorgen over de toekomst van de sport?

„Ja, zeker om mijn sport, de atletiek.”

Haile Gebrselassie weet wat afzien is. Met zijn negen broers en zussen groeit hij op in een tukul, een traditionele tent, even buiten het stadje Asela. „Mijn vader sloeg ons, soms twee keer per dag”, vertelt hij in de film Endurance (1999).

Elke dag rent hij kilometers met een schriftje onder zijn arm naar school in Asela. Na terugkomst werkt hij op het land. Zijn vader wil dat hij boer wordt, zelf droomt hij van een hardloopcarrière. Het levert veel frictie op.

Als het gezin naar Asela verhuist gaat Gebrselassie trainen op de plaatselijke atletiekbaan. Daar begint zijn lange reeks internationale overwinningen: van een dubbele zege op het WK voor junioren in 1992 tot twee olympische titels op de 10.000 meter: in 1996 in Atlanta en in 2000 in Sydney. Hij verovert acht wereldtitels en is van 2007 tot 2011 wereldrecordhouder op de marathon.

Heeft uw jeugd u voorbereid op een crisis als deze?

„Zeker. Ik heb als kind veel obstakels moeten overwinnen. We leefden van weinig, ik werd met straffe hand opgevoed. Daarom geef ik nooit op. Maar niet elk kind is hetzelfde. Ik maak me zorgen om de volgende generatie. Hoe gaat die deze crisis verwerken? Mijn zoon van veertien is bang voor de dood. Hij is constant aan het malen. Het gaat nu niet alleen om overleven, maar ook om het beheersen van emoties.”

Wat moeten we vooral van deze crisis leren?

„Dat we nederig moeten zijn. Elkaar moeten steunen. Dit virus treft iedereen, of je nou in een sloppenwijk woont of premier bent van het Verenigd Koninkrijk. Niemand is gevrijwaard. Die les zou je kunnen zien als een gouden kans voor mensen.”