Opinie

Veertien eieren

Tommy Wieringa

Tijd en omstandigheden hebben huisgehouden in de toom kippen die eens het erf bevolkte. Hun ongeluk begon met de komst van een haan uit Lelystad, waar ik hem ophaalde in ruil voor een reep chocolade. Met drie tegelijk sloegen de hennen aan het broeden, in wat een wedren en een geduldsoefening tegelijk was, en na enkele weken bevrijdden zich een stuk of wat natte kuikens uit hun bloederige schaal. Maar hun tijd op aarde was kort. Nog op het nest werden ze aan flarden gepikt, hun lijkjes waren in gestoorde woede door het hok gesmeten. Wie het deed was onachterhaalbaar – het konden de moeders zelf zijn geweest, maar de verdenking viel eerder op de tantes, die ziek van liefde en jaloezie hun beulswerk verrichtten. Maar een paar kuikens bereikten de volwassenheid. Ze liepen los rond het huis en krabden de aarde open zoals hun soort sinds het begin der tijden doet. Soms verdween er een kip zonder een spoor achter te laten, en op een zomerdag zag ik er twee langsdrijven in de vaart voor het huis. Misschien had een troep wielrenners ze schrik aangejaagd en waren ze het water in gestoven. Kalm dreven ze voorbij, twee half gezonken scheepjes, en verdwenen in een bocht van de vaart, door een zacht windje voortgeduwd.

Ook was er een hennetje dat soms lang verdween en dan terugkeerde alsof er niks gebeurd was. Eens was ze wekenlang zoek, en juist toen ik de hoop had opgegeven kwam ze met twee kuikens in haar kielzog terug. Het eerste kuiken vond ik op een nacht tussen de kaken van een egel, die zich toegang tot de ren had verschaft. Ik rolde de bewegingloze egel om en zag in het licht van de zaklantaarn nog twee poten uit de scherpbetande bek steken. Het tweede kuiken werd vanuit het verborgene beloerd door de zwarte kraaloogjes van een rat of wezel, en op een nacht een onderaardse gang in gesleept. Het was al een fiks kuiken, het roofdiertje had het niet helemaal door de opening gekregen, ook nu staken de poten er nog uit. Niets dan dood en ellende heb je ervan, jeremieerde ik als een Russische boer, en slachtte de haan die ons al dat ongeluk had bezorgd.

Toen waren er nog twee kippen over, van wie de precieze verwantschap vergeten is. De oudste legt haar eieren in het nachthok zoals het hoort, de ander verstopt ze nog altijd ergens op het terrein en keert dan onbewogen terug. De kinderen werden beloningen in het vooruitzicht gesteld als ze het geheime nest zouden vinden, maar het hennetje was ons allemaal te slim af. Een paar keer sloot ik haar op in het hok, maar telkens bracht ze haar publiek tot ovaties en bravo’s met wonderbaarlijke ontsnappingen. Dit voorjaar heb ik haar definitief opgehokt en de ren extra beveiligd. Zo begon haar isolatie gelijktijdig met de onze. Maar het is een bijzonder vrijheidslievende kip, gekweld loopt ze heen en weer achter het gaas, speurend naar een opening.

Zodra ze mij ziet, slaat ze een verontwaardigde toon aan, een diep en eentonig klagen, dat stopt zodra ik uit het zicht ben. Laat me eruit, zegt ze, ik heb de vrijheid net zo lief als jij. Wat is mijn leven nog waard zonder de open hemel boven mijn hoofd en de aarde onder mijn poten om open te krabben? Wat is jouw vrijheid nog waard als je mij de mijne ontneemt? Eén nacht op veertien eieren in een nest onder de klimop, onder een hemel vol sterren en de wind die door de boomtoppen gaat, is meer waar dan een heel leven achter gaas. Laat me eruit, in naam van de vrijheid of de dood.

Zo werkt ze mij op mijn gemoed, en legt haar eieren die naar wroeging smaken, en huichelarij.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.