Brieven

Omgangsgewoonten

Wielrenner, hou je hoestwolk even in

Illustratie
Illustratie Cyprian Koscielniak

Je had het vast niet in de gaten, maar je fietste schouder aan schouder langs mij heen. Precies toen je mij inhaalde, stootte jij een zware, vochtige hoest naar buiten, vanuit de diepste krochten van je longen. Je was stoer, met je helm en je zonnebril, maar je nonchalance was stuitend. Je hoestte niet in je elleboog. Met de spray vanuit jouw longen bedekte je mij met een onzichtbare sluier. Nu zal ik me de komende veertien dagen bij elk klein kuchje afvragen of het eigenlijk jouw kuchje is. Serieus.

Als jij mij jouw virus gaf, dan kan ik het aan kwetsbaren doorgeven. Ik heb zelf aanleg voor bronchitis; ik heb ouders die niet fit zijn. Ik heb een man die ouder is dan ik. En ik heb kinderen die ik graag wil zien opgroeien. Kinderen die buitenspelen en die jouw virussen weer kunnen doorgeven aan kinderen met ouders die in de zorg werken. Je was zeker niet de eerste hork die ik onlangs op een fietspad zag. Jouw sportgenoten die ik tegenkom en die wél afstand houden, zijn uitzonderingen.

Lieve wielrenners, jullie zijn sterk en stoer maar jullie zijn niet immuun. En jullie hebben een verantwoordelijkheid. Concentreer je als je anderen passeert, geef ze overdreven de ruimte. En houd alsjeblieft je slijm voor jezelf, tenminste totdat je ruim gepasseerd bent. Normaal is dat een kwestie van fatsoen, nu een kwestie van levensbelang.

Bedankt alvast, hè. Je kunt het.