Reportage

Deze weken wordt duidelijk hoezeer het Italiaanse bestel rammelt en kraakt

Onzekere stemming Door de coronacrisis voelen Italianen hoe kwetsbaar hun verouderde land, ooit trotse EU-oprichter, is geworden. Kan de bureaucratie het wel allemaal aan?

Een man in Napels reikt naar een mandje. Op het bordje staat: ‘Wie kan, doet er iets in, wie niet kan, neemt er wat uit’.
Een man in Napels reikt naar een mandje. Op het bordje staat: ‘Wie kan, doet er iets in, wie niet kan, neemt er wat uit’. Foto Ciro De Luca/Reuters

Die stem, herkenbaar uit duizenden. Ze brengt een eerbetoon. „Aan de stilte die onze straten beschermt en het leven dat vanaf de balkons schreeuwt. Aan wie uitgeput is maar ons de kracht geeft om te hopen, en aan de schoonheid die ons nooit doet vergeten wie we zijn. Aan de angst die moed wekt en de glimlach die zin geeft aan iedere inspanning. Aan wie moe is maar niet opgeeft. Aan het Italië dat ook dit keer volhoudt.”

Tientallen keren kwam dit de afgelopen dagen de Italiaanse huiskamers in. De stem van Sophia Loren onder beelden uit de coronacrisis. Het is een knap reclamefilmpje van een pastafabrikant, dat afsluit met de geschreven tekst ‘Grazie’.

Pasta. Sophia. Emotie. Veel Italiaanser kan je het niet hebben. Ook andere adverteerders proberen in te spelen op de stemming in het land. De mengeling van trots, angst en onzekerheid. De behoefte aan saamhorigheid terwijl Europa koeltjes blijft rekenen en de crisis duidelijk maakt hoe kwetsbaar Italië is.

Volhouden, het gaat voorbij, is wat Italianen tegen elkaar zeggen als ze in de rij staan voor de apotheek, waar eindelijk gezichtsmaskers op voorraad zijn. Het is wat de kinderen schrijven bij hun tekeningen met een regenboog: Andrà tutto bene, het komt allemaal goed. Het is wat cartoonist Altan zijn personages laat zeggen: „We gaan het redden – en zo niet, dan gaan we het redden.” En paus Franciscus, helemaal alleen op het Sint-Pietersplein: „Niemand redt zich in zijn eentje.’’

‘Samen’ is een woord dat je nu veel hoort. Italianen zijn trots op de manier waarop de ic-capaciteit in ziekenhuizen is vergroot, op de ‘Chinese’ snelheid waarmee in Bergamo een nieuw ziekenhuis is gebouwd. Op al die artsen en verpleegkundigen die, soms tot ze er letterlijk bij neervallen, hun persoonlijke leven en hun nachtrust opgeven om patiënten te helpen. En wat mooi, zeggen ze tegen elkaar, dat de overgrote meerderheid het stereotype van een anarchistisch volk weerspreekt en binnen blijft. Zelfs wanneer de natuur buiten aan het ontbotten is.

Het bestel rammelt en kraakt

De reclamefilmpjes, kindertekeningen en cartoons zijn bedoeld om elkaar moed in te spreken. Want wanneer er op de ic’s weer plaats genoeg is, wanneer de curve van nieuwe besmettingen weer laag staat, dan begint het pas. Er komt een tsunami van economische, financiële en sociale problemen aan.

De afgelopen weken is onverbiddelijk duidelijk geworden hoezeer het Italiaanse bestel rammelt en kraakt, wat er allemaal niet op orde is in bestuur en samenleving. De mensen die in maart geen inkomsten hadden omdat alles dicht moest, protesteren dat ze nog steeds geen geld hebben gekregen, terwijl ze nú boodschappen moeten doen. In Zwitserland en Duitsland ben je in een paar dagen geholpen.

En Europa? Ondanks het akkoord van donderdagavond, dat de regeringsleiders nog wél moeten goedkeuren, voelen de Italianen zich in de steek gelaten. Een van de zes grondleggers van de Europese samenwerking, een land dat meer bijdraagt aan de Europese begroting dan het ontvangt en dat vooraan staat bij internationale missies, moet nu bidden en smeken om hulp. Zeggen noordelijke landen eigenlijk dat ze niet willen meebetalen aan het mythische dolce vita, terwijl statistieken laten zien hoe weinig daarvan waar is? Volgens de ‘geluksindex’ kan je beter in Finland, Nederland, Oostenrijk of Duitsland wonen dan in Italië. En waar de inwoners van die landen er de afgelopen twintig jaar fors op vooruit zijn gegaan, hebben de Italianen er al twintig jaar niets bijgekregen in hun portemonnee.

‘Alles komt in orde, we kunnen het, kom op Italië’ staat op het spandoek in Genua, bij een foto van ex-president Sandro Pertini. Foto LUCA ZENNARO / EPA

De psychologische impact van de coronacrisis is enorm, waarschuwt psychotherapeut Vittorio Lingiardi. „Dit is een van de meest traumatische ervaringen die we meemaken. Het is een epische gebeurtenis.” De duizenden ouderen die in eenzaamheid zijn doodgegaan. De begrafenisstoeten van militaire vrachtwagens. De onzekerheid wanneer er een einde komt aan de gestolde tijd van binnenzitten – iedere week schuift de datum weer een beetje verder richting de zomer. „Mensen realiseren zich: het wordt, in ieder geval voorlopig, niet meer als vroeger. Het heden doet pijn en de toekomst is een duister gat.”

Europees onbegrip

Los van alle details draait het debat in Italiaanse ogen om twee zaken: vertrouwen en soevereiniteit. Coronabonds: Italië vraagt geen geld, het wil alleen kunnen lenen tegen een lage rente doordat andere landen zich mede garant stellen – alsof je je voor je kind garant stelt als die een hypotheek wil afsluiten bij de bank, erop vertrouwend dat je niet zelf hoeft bij te springen. En leningen van het Europees Stabiliteitsmechanisme: begrijpt dan niemand het schrikbeeld van een trojka van internationale toezichthouders die komt vertellen wat je moet doen, zoals een paar jaar geleden in Griekenland? Dan geef je toch de soevereiniteit uit handen? Griekenland kon geen geld meer lenen, Italië wel, en het heeft altijd zijn leningen terugbetaald.

Italië voelt zich nauwelijks gehoord in Brussel, en zeker niet in Den Haag. Bij een opiniepeiling begin deze maand zei nog maar 30 procent van de ondervraagden vertrouwen te hebben in de EU. Het schrikbeeld van een anti-Europese regering die Italië uit de euro haalt, is geen fantasie, waarschuwen eurofiele Italianen. Willen andere landen dat riskeren?

„We luisteren in Europa niet goed naar elkaar’’, zegt Giampaolo Galli, een gerenommeerde centrum-linkse econoom. „We moeten de problemen van de ander proberen te begrijpen en emotionele botsingen zien te vermijden. Wij Italianen moeten goed begrijpen dat als de Noord-Europese landen ons te veel tegemoetkomen, ze een populistische terugslag riskeren. Tegelijkertijd moeten we duidelijk maken dat wij hier een anti-Europese en populistische reactie riskeren. Er moet in deze noodsituatie toch gemeenschappelijke grond te vinden zijn? Jazeker, we hebben een aantal structurele problemen op te lossen. Maar dat staat los daarvan.”

Dolgedraaide bijen

Een van die problemen is dat ‘de overheid’ niet met één stem spreekt. Het lijkt een zwerm dolgedraaide bijen, schreef de krant La Repubblica. Ze zeggen allemaal wat anders. Regering, regiobestuurders, burgemeesters en lokale gezondheidsorganisaties hebben de afgelopen zeven weken zo veel decreten, verordeningen en noodmaatregelen uitgevaardigd dat de burger daar bijna geen wijs meer uit kan.

Neem de mondkapjes. Bij een grote supermarkt op het platteland buiten Rome staat een bewaker. Die zorgt dat mensen om beurten naar binnen gaan én dat ze allemaal een mondkapje op hebben. In Rome en elders in de regio hoeft dat niet, hier wel. Speciale gemeenteverordening? De man haalt zijn schouders op. Hij weet het ook niet.

Binnen liggen schappen vol met pennen, potloden, blocnote’s en gekleurd papier. Mag dat? Andere supermarkten hebben een regeringsdecreet uitgelegd als een verbod op de verkoop van schrijfwaren, omdat het geen eerste levensbehoeftes zijn.

Een medewerker van hulporganisatie INTERSOS helpt een vrouw een mondkapje op te zetten voor een medische controle door het mobiele team van de ngo bij het Termini station in Rome op 25 maart. FOTO Alessandra Tarantino/AP

Die kakofonie van besluiten komt doordat het Italiaanse staatsbestel geen goede regels kent voor een noodsituatie. De herinnering aan de macht die dictator Mussolini naar zich toe trok, was te sterk toen na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe grondwet werd opgesteld. Daarom moet je nu in Lombardije een mondkapje op als je de straat op wil, in Veneto alleen als je naar de supermarkt gaat. Elders wordt het aan particulier initiatief overgelaten.

Gezondheidszorg valt officieel onder de regio’s. Dat heeft al tot veel ruzie geleid. Ook burgemeesters kunnen zich laten gelden, bijvoorbeeld door te besluiten hun dorp af te sluiten – een stadje in het zuiden dat geen dranghekken meer had, deed dat maar met balen stro. In deze bestuurlijke spaghetti blijft ook onduidelijk of het echt overal verboden is om, als je gaat joggen, verder dan tweehonderd meter van je huis te gaan.

Digitale achterstand

Bij Computer Galaxy, een buurtwinkel voor elektronica in Rome, is het opvallend druk. Aanbellen en dan één tegelijk naar binnen, want zo veel ruimte is er niet. „De zaken gaan uitstekend’’, zegt de eigenaar (liever geen naam in de krant). „Heel veel mensen werken thuis en blijken dan van alles nodig te hebben. Vooral de webcams, die veel scholieren moeten gebruiken, zijn niet aan te slepen.’’

Lees ook: In Italië rotten de aardbeien op het veld

De coronacrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe groot de digitale achterstand op veel plaatsen is. Docenten van een lagere school vertellen dat een meerderheid van hun collega’s tot voor kort weigerde iets te doen met een computer en nu op enorme achterstand staan. Middelbare scholieren zeggen dat ze vaak hun leraren moeten uitleggen hoe een en ander werkt. Bedrijven moeten met lapwerk hun medewerkers mogelijk maken om thuis te werken. Op alle lijstjes van wat er de komende tijd snel moet gebeuren, staat verbetering van de digitale geletterdheid en infrastructuur. Misschien wordt dan ook de rij bejaarden bij het postkantoor, die hun pensioen komen afhalen omdat ze geen rekening hebben, wat korter – donderdag stonden er 27 mensen buiten.

De crisis legt ook de zwakke plekken bloot in het economisch bestel. Het statistisch bureau Istat schat dat er 3,7 miljoen mensen zwartwerken in Italië. Dat levert nu praktische problemen op. Hoe bereik je mensen die honger hebben, die geen inkomen meer hebben, als die volledig buiten het zicht van de overheid werken? Hoe controleer je hun inkomensachteruitgang?

Virus is sneller dan bureaucratie

Wie als zelfstandige geregistreerd staat, kan aanspraak maken op 600 euro – dat is de noodhulp van maart, waarschijnlijk verlengd in april, die komende week uitgekeerd moet worden. Maar hier wordt misschien wel het grootste probleem van Italië zichtbaar: de bureaucratie. Bijna alles gaat langzaam en omslachtig. De naar schatting twee miljoen mensen die begin deze maand digitaal een aanvraag konden indienen, moesten zich door een voortdurend vastlopend systeem heen worstelen.

Het virus gaat veel sneller dan de bureaucratie

Angelo Borrelli hoofd Bescherming Burgerbevolking

„Het virus gaat veel sneller dan de bureaucratie’’, waarschuwde Angelo Borrelli, als hoofd Bescherming Burgerbevolking de logistieke coördinator van de schaarse medische artikelen. Bedrijven merken dat bij de omschakeling van een deel van hun productie om ontsmettingsmiddelen, mondkapjes, beademingsapparatuur te maken. Er is haast bij, en toch moeten ze tijdrovende procedures door. Particulieren en kleine winkeliers merken het bij het zoeken naar financiële steun. Politici merken het in hun poging om snel actie te ondernemen. Mediamagnaat Berlusconi, die ook altijd als een ondernemer is blijven denken, zegt vanuit zijn dochters villa bij Nice dat versimpeling en uniformering van de regelgeving een van de beste manieren is om Italië te helpen bij een herstart.

Door al die problemen realiseren de Italianen zich dat het moeilijk wordt, erg moeilijk. Bedrijven komen in de problemen, inkomens gaan achteruit, de overheid moet zich nog dieper in de schulden steken. Na de medische noodsituatie komt voor ‘het Italië dat volhoudt’ een nieuwe, loodzware beproeving.