Opinie

Het avondrood van de coronaduiders vraagt ook om journalistieke toetsing

De ombudsman

Op de Afghaanse staatstelevisie schijnt een geestelijke het antwoord op corona te hebben gevonden: sla alle muziekinstrumenten in het land aan splinters. Een beproefde fundamentalistische panacee: haal de muziek uit de samenleving en dan loopt iedereen vanzelf in de maat.

Dat is ver weg. Maar ook onze eigen predikers kunnen er wat van, nu duidelijk wordt dat dit geen voorbijgaande zaak is. Filosofen, psychiaters en min of meer invloedrijke influencers trekken in krakende huifkarren door de media om hun waren aan te prijzen.

Dus horen we onder meer dat het virus „perfect is voor de planeet”, aldus trendkijker Lidewij Edelkoort op tv. Je kunt namelijk weer „ademhalen”. Niet leuk van die sterfte, nee, maar die kun je „uitwisselen” tegen de doden die anders zouden zijn gevallen door luchtverontreiniging of andere ellende. Ook de Vlaamse psychiater Damiaan Denys vindt dat we het virus kunnen „omarmen” (in NRC), namelijk als een „correctie op onze megalomane manier van leven” (in Trouw). Arts-filosoof Marli Huijer, ex-Denker des Vaderlands, ziet in de strijd tegen het virus verzet „tegen onze sterfelijkheid” (in de Volkskrant). In sommige commentaren klinkt een sublieme huivering door: we maken tenminste Iets Groots mee.

In het avondrood van deze coronaduiders ontwaren we nu al een nieuwe wereld. Rustiger, socialistischer of sterfelijker, maar altijd: gelukkiger. Natuurlijk gaat het dan niet om voorspellingen, eerder om wensdenken. Daar is een markt voor. Geen wonder, er is de laatste weken een hoop ruis verdwenen uit het dagelijks leven van gezonde mensen. Maar om dat nu al uit te vergroten tot het virus als zegen – of straf – voor de mensheid, nou nee.

Wat deed NRC tot nu toe met zulke duiding?

Van oudsher bepleit deze krant een sceptisch wereldbeeld, ook tegenover zichzelf. Beleid is nu dus ook om vooral bij de feiten te blijven en niet te speculeren of trends te extrapoleren. Je moet ook je eigen duiding nooit helemaal vertrouwen, merkte Bas Heijne op in een (niet-NRC-)podcast. En inderdaad, nog voor de huifkarren optrokken, waarschuwde Karel Smouter al tegen „geestelijk hamsteren”: het hunkeren naar diepe betekenis. Dat was ook de strekking van een essay van Marente de Moor. Tv-recensent Arjen Fortuin betreurde intussen de snelle terugkeer van vertrouwde vaste gasten in de praatprogramma’s: snedigheid boven kennis van zaken.

Tegelijk omarmde NRC dat opiniestuk van Denys, die van repliek werd gediend door briefschrijvers. En ik las een diagnose van een cardioloog en een fiscalist, die ongezond leven nogal eendimensionaal een „(veelal) eigen vrije keuze” vonden, waarvan de kosten op de samenleving worden „afgewenteld”. Ook daar kwamen reacties op, gelukkig ook kritische.

Maar is er buiten de opiniestrijd op den duur niet ook een meer feitelijke toets mogelijk van alle enthousiaste duiding die inmiddels te vinden is op tv en sociale media? Neem het cliché dat het virus een grote gelijkmaker is die „niet discrimineert”, zoals een columnist elders opmerkte. Een misvatting, blijkt uit de berichtgeving, want dit virus treft helemaal niet iedereen gelijkelijk, maar allereerst zieken en sociaal zwakkere of achtergestelde groepen.

Jort Kelder, die vanaf een Waddeneiland opriep de economie niet op te offeren aan rokende of te dikke bejaarden, werd in NRC gekapitteld in het Commentaar, columns en een opiniestuk. Maar in de Volkskrant las ik ook een empirisch stuk van een redacteur Wetenschap waarin de Kelder-remedie met degelijk rekenwerk naar de kelder werd gejaagd.

Zulke toetsing zal ook in deze krant meer komen en is relevant, want Kelders utilisme is – in subtielere vorm – bij meer duiders te vinden dan op twee bretels te tellen is. Zo relativeert Huijer de fixatie op corona-sterftecijfers met een verwijzing naar verkeersdoden, die we volgens haar hebben geaccepteerd als prijs voor onze mobiliteit. Een vreemde vergelijking, want waarom zou de maximumsnelheid er dan zijn gekomen of de verplichte veiligheidsgordel? Ook die doden accepteren we niet stoïcijns. Ze werden aan de stamtafel overigens ook al eens gebruikt om het aantal doden bij aanslagen in Europa te bagatelliseren.

Pogingen om een verwoestende pandemie te beheersen zijn nog lang geen ontkenning van de dood of van onze ‘sterfelijkheid’. Zeker niet in een land dat nu juist al jaren niet moe wordt om te praten over de dood, van euthanasiewetgeving tot ‘voltooid leven’.

Journalistieke scepsis lijkt me ook gepast bij de pastorale bezwering dat het virus een „correctie” is op onze manier van leven. Feitelijk onderzoek naar de relatie met bijvoorbeeld ontbossing (die virusdragers naar de mens jaagt) lijkt me nuttiger dan een geseculariseerde update van de wrake Gods. Overigens, het lijkt me ook beter dat ‘ons’ niet te beperken tot ‘westers’. Het is niet zo dat Aziatische landen het virus over zich heen laten komen, heel zen, omdat men daar nog wél weet dat we ‘nu eenmaal overlijden’.

Elke noodtoestand schreeuwt om duiding – en schept zijn eigen moralisten en boetepredikers. En ja, behalve over oorzaken en gevolgen wil je ook geïnformeerd worden over ‘lessen’ die uit de pandemie te trekken zijn. Maar dan wel graag met context en op basis van de feiten, die al moeilijk genoeg te verzamelen zijn.

In De Groene schreef (oud-NRC-redacteur) Raymond van den Boogaard een lezenswaardig stuk over de controverse rond de Italiaanse denker Giorgio Agamben, die een ‘bio-politieke’ machtsgreep ziet van de staat. Zo’n stuk geeft diepgang aan het gekrakeel uit de huifkarren – voordat we definitief moeten leven en denken op anderhalve meter.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.