Een Marokkaans ontbijt

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 5

‘Hoe gaan je schoonouders het doen?” vroeg mijn moeder me. Ik had haar gebeld voor haar recept van amandelspijs, omdat er in haar spijs een frisje zit dat ik niet helemaal thuis kan brengen. Zij maakt er de allerlekkerste kab ghazal mee, maanvormige koekjes. „Nu de kerken dicht zijn kunnen ze Pasen niet in de kerk vieren”, zegt ze bezorgd.

„Pasen is meer een ontbijtding”, leg ik uit. „Met een paasbrood, eitjes, yoghurtjes, vers fruit. Misschien ook pannenkoeken. Naar de kerk gaat men vooral op Goede Vrijdag, maar mijn schoonouders gaan al jaren niet meer.” Ze schudt grinnikend haar hoofd. „Met Pasen eten ze dus een Marokkaans ontbijt.”

Pasen vieren was bij ons thuis geen gewoonte. Om in dat weekend toch iets te doen te hebben, gingen we naar de kinderboerderij om verstopte eieren te zoeken. Voor vijftig cent mochten we deze samen met andere kinderen aan een lange en mooi gedekte tafel beschilderen en bij de lunch oppeuzelen. Ik kan me nog goed herinneren dat het eigeel altijd een grijsblauw randje had. Met de grootste weerstand stopte ik het in mijn mond – mijn ouders hadden me al vroeg geleerd dat je voedsel niet mag verspillen, zelfs niet als het grijs is in plaats van geel. Na afloop kreeg iedereen chocolade-eitjes mee en voor de maker van het mooist beschilderde ei was er een heuse chocoladehaas.

Dit jaar vier ik het thuis wel. Compleet met speurtocht op het dakterras, eitjes, verse jus en zelfgemaakt paasbrood met mijn moeders Marokkaanse amandelspijs. Het frisje komt van oranjebloesemwater, dat net als rozenwater in de Marokkaanse patisserie veel wordt gebruikt. De geur ervan roept vroege herinneringen op: tijdens de vele bruiloften in Marokko in de zomermaanden van mijn jeugd werd het water gebruikt om elkaar mee te besprenkelen en zo te zegenen. Of het zal smaken in het paasbrood, zal nog moeten blijken.

Dat ik haar recept nodig had voor paasbrood durfde ik mijn moeder eerst niet te vertellen. Noch dat wij thuis nu ook Pasen vieren. Toen jaren geleden de eerste kerstboom in mijn huis zijn intrede deed, vroeg ze me sceptisch of ik me bekeerd had. Maar voor ik het weet heeft mijn dochter in al haar enthousiasme al verteld over onze weekendplannen. De vertwijfeling spat van haar gezicht op mijn telefoonscherm. Mijn ma klakt nog net niet afkeurend met haar tong. Instinctief denk ik dat het komt omdat ze de viering afwijst, maar dan zegt ze tot mijn verbazing: „Ik geef je ook het recept van Marokkaanse zoete broodjes. Dat Nederlandse brood is echt te droog.”