Opinie

Compromis over steun bij corona-aanpak toont kracht van Europese project

Europese redding

Commentaar

Wat begin van de week na een videoconferentie-marathon van zestien uur niet lukte, was donderdagavond in een uurtje tijd gepiept. De ministers van Financiën van de negentien landen die samen in de eurozone zitten, presenteerden even voor elf uur in de avond een reddingspakket van 540 miljard euro voor de acute coronaproblemen die Europa teisteren.

Het pakket bestaat uit drie onderdelen. Eén: kredietlijnen uit het Europees Stabiliteitsmechanisme ter bestrijding van de pandemie. Twee: een versterking van de kredietverleningscapaciteit met 200 miljard van de Europese Investeringsbank (daarvoor storten de lidstaten gezamenlijk 25 miljard euro in de EIB). En drie: op voordracht van de Europese Commissie komt er een nieuwe werkloosheidsverzekering van 100 miljard euro.

Over de condities waaronder deze steun geleverd mag worden, ging het de hele tijd. Het noorden van Europa wilde voorkomen dat er zonder voorwaarden geput zou kunnen worden uit Europese steunfondsen. En het zuiden eiste juist onvoorwaardelijke onderlinge solidariteit. Een debat langs de scheidslijnen die al vanaf het begin van de muntunie bekend zijn, en die pas in volle omvang aan het licht komen in tijden van nood.

KIassieke pendeldiplomatie maar dan per videoverbinding legde de basis voor het akkoord. Met name de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra gebruikte een goed deel van de middag en de avond om met zijn collega’s de plooien glad te strijken die hij met zijn onhandige diplomatieke optreden de week ervoor zelf had veroorzaakt. Ook de Fransman Bruno Le Maire en de Duitser Olaf Scholtz deden belangrijk werk: zij bemiddelden tussen noord en zuid.

Alle eurogroep-ministers toonden zich na afloop van het beraad tevreden. Het zuiden kreeg zijn bijdrage zonder extra voorwaarden voor de kosten van de coronabestrijding, het noorden hoefde niet al te zeer in te leveren op de standaardvoorwaarden voor steun uit de eurofondsen.

Na de euforie komt de analyse. En zoals zo vaak bij Brusselse akkoorden, blijft er dan verrassend weinig concreets op de zeef liggen. De noodhulp uit het ESM is inderdaad zonder extra voorwaarden, maar beperkt zich tot de directe en indirecte kosten van de Covid-19 bestrijding (en strekt zich dus niet uit tot algemene economische maatregelen). Over eurobonds, waar vooraf veel debat over was, staat niets op papier, behoudens een algemene opmerking over nieuwe financiële instrumenten die later ingezet zullen worden.

Het uitblijven van eurobonds (of coronabonds) is een terechte keuze. Het is al langer de wens van enkele lidstaten om (een deel) van de staatsschuld te delen met alle negentien eurolanden. De noordelijke landen, die nu zeer goedkoop geld lenen op de geldmarkten vanwege hun solide begrotingsbeleid, voelen daar niets voor. De zuidelijke landen, die wat meer rente betalen en er begrotingstechnisch ook wat zwakker voorstaan, willen het juist wel. Dat debat moet gevoerd worden, maar bij voorkeur niet onder druk van een enorme gezondheidscrisis.

Eurogroepvoorzitter Mário Centeno benadrukte dat Europa anders dan in de eurocrisis van acht jaar geleden deze keer niet “te laat met te weinig” is gekomen. Dat is van belang, omdat als Europa er niet in geslaagd zou zijn een pakket voor de zuidelijke landen neer te leggen, het risico groot was dat beleggers de euro uiteen zouden gaan spelen. Dat gebeurde toen met Griekenland, Italië, Spanje, Portugal en Ierland.

Te hopen valt dat het politieke signaal dat nu afgegeven is, voldoende is om de aasgieren van de financiële markten op afstand te houden. Veel zuidelijke Europese landen staan er nu aanmerkelijk slechter voor dan aan het begin van de eurocrisis. De Italiaanse staatsschuld springt er met 130 procent van het bbp wat dat betreft uit. Een nieuwe schuldencrisis is zo geboren.

Het is Europa ten voeten uit. De bewust vage passages in de verklaring laten broodnodige ruimte voor nadere poltieke invulling op een later moment. In de overeengekomen tekst zitten dus veel losse eindjes, waarover regeringsleiders zich later deze maand nog moeten buigen. Blijkbaar was dit op dit moment het maximaal haalbare.

De grote winst van het pakket is dan ook niet zozeer de winst voor Nederland of Italië, hoewel beide landen de mogelijkheid hebben die te claimen. Nee, de winst is dat Europa bij elkaar is gebleven in deze crisis en gezamenlijk in staat is gebleken om een oplossing voor allen te forceren. Dat die oplossing niet fraai is, vaag is en eindeloos veel ruimte voor eigen interpretatie laat, is inherent aan de structuur van het samenwerkingsverband en moet eerder als een kracht dan als een zwakte van Europa worden gezien.