College: ‘Pas bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker aan voor transman’

Gelijke behandeling Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat een verboden onderscheid naar geslacht is gemaakt door transmannen niet automatisch op te roepen voor een uitstrijkje.

Robert Witte, transman, klopte aan bij het College voor de Rechten van de Mens dat zaken toetst aan de Wet gelijke behandeling. Foto Merlijn Doomernik
Robert Witte, transman, klopte aan bij het College voor de Rechten van de Mens dat zaken toetst aan de Wet gelijke behandeling. Foto Merlijn Doomernik

Het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de Stichting Bevolkingsonderzoek Midden-West verboden onderscheid naar geslacht heeft gemaakt in de zaak die Robert Witte, transman met een baarmoeder, aanspande over het beleid van de stichting. Tegelijkertijd acht het College zich niet ontvankelijk om over het hele beleid te oordelen omdat de Stichting slechts RIVM-beleid uitvoert. Dat blijkt uit de uitspraak die Witte opgestuurd heeft gekregen.

Lees hier het interview met Robert Witte: Naar de rechter om een uitstrijkje

Transmannen hoeven sinds 2014 hun baarmoeder niet meer te laten verwijderen om zich te laten registreren als man. Transmannen met een baarmoeder hebben het recht mee te doen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, maar worden niet automatisch opgeroepen, zoals vrouwen elke vijf jaar vanaf hun dertigste. De vergoeding van de kosten gaat ook niet automatisch. Witte stapte naar het College voor de Rechten van de Mens om een laagdrempeliger beleid af te dwingen.

Niet ontvankelijk

Omdat Stichting Bevolkingsonderzoek Midden-West slechts RIVM-beleid uitvoert, acht het College zich niet ontvankelijk. Desalniettemin vindt ze dat er wat betreft de regeling voor de vergoeding sprake is van ongeoorloofd onderscheid op basis van geslacht. Het College beveelt het Ministerie van VWS en het RIVM, die verantwoordelijk zijn voor het beleid, aan „om te bezien of aanpassing van de regelgeving en werkwijze realiseerbaar is, waardoor het nu bestaande verschil in behandeling tussen vrouwen en transmannen met een baarmoeder zoveel mogelijk wordt weggenomen”.

Witte laat weten zich te beraden op eventuele vervolgstappen: „Ik heb begrepen dat het uitzonderlijk is dat het College een aanbeveling doet terwijl het zichzelf niet-ontvankelijk verklaart. Volgens een advocaat met wie ik heb overlegd, is dat gunstig als ik besluit naar de rechter te stappen. Ik hoop dat het RIVM eieren voor zijn geld kiest en uit zichzelf het beleid gaat aanpassen. Daar zouden ze betere sier mee maken dan verliezen in de rechtbank.”

Het volledige oordeel komt binnenkort beschikbaar op de site van het College voor de Rechten van de Mens.