Recensie

Recensie Boeken

‘Zon’ is het dikste en slechtste deel tot nu toe in de Zeven Zussen-reeks

Iedereen leest Wekelijks schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: Zon van Lucinda Riley, dat een vierde plek bemachtigde in de bestsellerslijst.

Wanneer een Brit die al langer in Kenia woont zijn pas aangekomen bruid het land wil laten zien, pakt hij zijn tweepersoons-vliegtuigje voor een tripje over de savanne: „De plotselinge duikvlucht naar beneden benam haar bijna de adem en de roze met blauwe streep die ze had gezien, veranderde vlak voor haar ogen in een gigantische zwerm flamingo’s, die dicht bij elkaar rustig in het water stonden. Toen de tweedekker over hen heen vloog, sloegen ze hun vleugels uit en ze stegen gelijktijdig op, hun kleurige verenpak reflecterend in het blauwe wateroppervlak, waardoor ze één groot beweeglijk en organisch geheel leken te vormen.”

Nee, dit is niet Robert Redford die in Out of Africa het Keniaanse landschap laat zien aan Meryl Streep, dit is Lucinda Riley’s Afrika-kitsch anno 2020, met giraffen die aan blaadjes knabbelen en kuddes olifanten rondom hun jongen. Zon heet het zesde deel in haar Zeven Zussen-reeks, en het staat deze week op plek vier van de bestsellerslijst (het werd ingehaald door de bekentenissen van Patty Brard).

In Zon draait het om Electra, een „bloedmooi, schatrijk en wereldberoemd” model in New York. Ook zij is net als de andere zusjes niet van de straat: Electra is van koninklijk Keniaans bloed en heeft een burgerrechtenactivistische oma die dik is met Obama. Voordat ze dat ontdekt, moet ze haar ellende overwinnen: drugs, drank en egoïsme. De beloning komt in de vorm van liefde en het vaak herhaalde ‘Ik ben trots op je, lieverd’.

Zon is zowel het dikste als slechtste deel tot nu toe (er komt nog een slot). En er is een oorzakelijk verband tussen die twee kwalificaties. Riley herhaalt, en herhaalt. Dialogen bestaan voor een significant deel uit het bevestigen van wat de ander net heeft gezegd en veel woorden worden vergezeld door een bijvoeglijk naamwoord. Van dik hout dus: „Er hing een luisterrijke kroonluchter aan het hoge plafond, die een flonkerend licht wierp over de hele zaal met balkons aan alle kanten. Het geroezemoes en gelach werden gedempt door het rode pluche tapijt, musici stemden hun instrumenten op een podium in de hoek van de zaal, waar een glanzende dansvloer zich uitstrekte. De dinertafels aan de andere kant waren onberispelijk gedekt met het fijnste damast, porseleinen servies, schitterend kristal en prachtige bloemstukken.”

Een gedetailleerde beschrijving verdient een vergrootglas, maar dan komen de problemen aan het licht. Dat het plafond hoog is, hoef je niet meer te zeggen als er een kroonluchter hangt. Dansvloeren waar zo’n kroonluchter boven hangt zijn nooit vies, kristal schittert eigenlijk altijd, et cetera, enzovoorts. Wat staat hier nu eigenlijk? „Een kroonluchter verlichtte de zaal waar musici hun instrumenten stemden en de tafels gedekt waren”. Van de 73 woorden die Riley opschreef blijven er 15 over. Ruim een vijfde dus. En omdat dit voor de meeste zinnen geldt, kun je na het lezen van 730 bladzijden slechts constateren dat de geschiedenis in een kleine 200 pagina’s verteld had kunnen worden. Goed, we hebben tijd, dus laten we het houden op 250 pagina’s.

Reacties: boeken@nrc.nl