Recensie

Recensie Boeken

Op de eerste oorlogsdag komt haar zus thuis met een blauw oog

Jeugdboek Lucy Strange schreef een kinderboek over de Tweede Wereldoorlog van het ouderwetse soort. In die zin dat het een ongemeen spannend spionage-avontuur is.

Illustratie Gottmer Uitgevers

Ons kasteel aan zee van de Britse Lucy Strange is een jeugdroman over de Tweede Wereldoorlog van de ouderwetse soort. Niet dat Strange terugvalt op het klassieke goed-foutdenken. Integendeel: hoofdpersoon en verteller Petra (12) heeft een Duitse moeder. En wie dat in Groot-Brittannië mensen met de Duitse nationaliteit als ‘vijandelijke vreemdelingen’ werden opgepakt en in interneringskampen gestopt, kan verzinnen dat dit boek niet kiest voor gemakkelijk oorlogsmoralisme: om Petra’s ‘mutti’ – ooit voor werk naar Engeland verhuisd en uit liefde getrouwd met een vuurtorenwachter in Kent – de rol van spion toe te dichten, zou te voor de hand liggend zijn. Nee, Ons kasteel aan zee is ouderwets in de zin dat het een ongemeen spannend spionage-avontuur is, een pageturner die vakkundig toewerkt naar een daverende apotheose die het witte doek niet zou misstaan, met nachtelijke achtervolgingsscènes langs steile kliffen en bombardementen van Duitse gevechtsvliegtuigen.

Maar Stranges jeugdroman is meer dan alleen een meeslepend, volwassen geschiedverhaal over Engeland aan het begin van de oorlog. Bovenal is het een boek over angst. Angst voor het onbekende en de ander, angst je geliefden te verliezen en angst voor de dood, actueler dan ooit. ‘We hebben geen idee wat angst met ons kan doen, tot hij ons in zijn greep krijgt’, erkent Petra’s vader voordat hij sterft in de zee tussen Engeland en Frankrijk tijdens de waargebeurde Britse vrijwilligerspoging ruim 300.000 geallieerden vanaf de Franse stranden te evacueren. Dat klinkt als een heldendaad. Maar ook helden blijken verstrikt te kunnen raken in morele dilemma’s. Het menselijke tekort is groot en nooit ver weg, zo ontdekt Petra, wier wereld in een onheilspellend oord verandert op het moment dat haar onstuimige zus Mag(da) op de allereerste oorlogsdag met een blauw oog thuiskomt.

Lees ook de recensie van het vorige boek van Lucy Strange, ook over oorlogsverdriet

Ontwrichtende oorlogsgeheimen

Net als in haar debuut Het geheim van het Nachtegaalbos (over de nasleep van de Eerste Wereldoorlog) zet Strange haar protagonist treffend neer op de drempel van kindertijd en adolescentie. Ze heeft het zelfbewustzijn en het rebelse verlangen van een twaalfjarige die de ontwrichtende (oorlogs)geheimen wil ontrafelen door onverschrokken grootse dingen te doen. Tegelijkertijd is ze nog voldoende kind om te geloven in de oeroude legende van de Wyrm, het zeemonster dat ooit de ziel van vier zeemansdochters nam in ruil voor de verloren boot van hun vaders, waarna ze versteenden. De menhirs bij het vuurtorenhuis herinneren Petra iedere dag aan deze ‘Dochters van Steen’. De nachtelijke geluiden, de donkere schimmen in de vroege ochtend, haar angstige dromen: legende en oorlog lopen in haar verbeelding vloeiend in elkaar over. Haar lot is verstrengeld met de Wyrm en de stenen, denk ze: ‘Ik wist dat de magie echt was.’

Drenzende fluisterregens

Dat geeft het verhaal een geloofwaardig magisch-realistisch tintje, waarbij Strange met haar beeldrijke stijl het Engelse kustweer met zijn voortkruipende slierten zeemist, drenzende fluisterregens en donderstormen effectief inzet. Dat resulteert in kleurrijke landschapsbeschrijvingen en trefzekere, suggestieve beelden. Zo voelt Petra zich , ‘een scheepje in een fles dat alle kanten op kiepte’ als ze – kijkend vanuit het lichthuis naar de deinende zee – over de nieuwe wet tegen landverraad hoort en haar moeders leven vreest.

De historische context wordt overigens vrijwel ongemerkt toegelicht. De enkele keer dat Strange toch wat te veel tussen de regels uitlegt, laat je bovendien snel achter je. De levendige dialogen, levensechte personages en voortrazende gebeurtenissen geven je simpelweg geen tijd om stil te staan bij deze kleine oneffenheden. Het is oorlogstijd. En ‘een van de vreselijke dingen aan een oorlog is dat je geen pauze krijgt om op adem te komen.’