De bushalte van het azc in Ter Apel. Het verdwijnen van minderjarigen uit azc’s komt al jaren voor.

Foto Eric Brinkhorst

Interview

‘Nog steeds lopen er veel kinderen weg’

Warner ten Kate | Officier van Justitie Al zeker vijftien jaar verdwijnen er kinderen uit asielzoekerscentra. Nu zijn het Vietnamezen. Tijd voor actie, vindt Warner ten Kate.

Warner ten Kate, landelijk officier van justitie belast met mensenhandel, had een flashback toen hij eind vorig maand het onderzoek naar de verdwijning van Vietnamese kinderen uit asielzoekerscentra las. Wacht even, zegt Ten Kate aan de telefoon, en hij doorzoekt zijn digitale archief. „Zal ik het even voorlezen?”

Hij citeert uit een onderzoek van vijftien jaar geleden: „De resultaten zijn ontluisterend. Duidelijk wordt dat in 2005 en 2006 een grote instroom van minderjarige asielzoeksters uit Nigeria, voor wie Nederland de verantwoordelijkheid heeft, uiteindelijk in de prostitutie terechtkomen.” De Nederlandse asielzoekerscentra waren een tussenstop, zegt Ten Kate. Meisjes werden er opgepikt en eindigden langs de weg in Italië en Spanje.

Lees ook: Vrijwel alle jonge Vietnamezen verdwijnen uit de beschermde opvang

Eind maart stuurde staatssecretaris Ankie Broekers Knol (Asiel en Migratie, VVD) het onderzoek over jonge Vietnamezen, dat maanden op de planken lag, abrupt naar de Kamer. In vijf jaar liepen 93 Vietnamese kinderen weg uit de beschermde opvang, volgens het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM). De beschermde opvang is voor kinderen slachtoffer zijn of dreigen te worden van uitbuiting. De afgelopen tien jaar liepen 2.500 kinderen weg uit Nederlandse asielzoekerscentra (azc’s).

Amper grip

Het EMM-rapport is niet mals: opsporingsinstanties hebben amper grip op de verdwijningen van de jonge Vietnamezen – 97 procent loopt weg en er zijn meerdere aanwijzingen voor mensenhandel en of -smokkel. En, extra pijnlijk: politie, marechaussee, de Inspectie SZW en de Immigratie- en Naturalisatiedienst werken op eilandjes. Ze delen amper informatie met elkaar. „De geschiedenis herhaalt zich”, zegt Ten Kate. „Er is niks veranderd: er lopen nog steeds veel kinderen weg.”

Eind maart schreef Broekers-Knol aan de Tweede Kamer dat aanvullende maatregelen in de opvang niet nodig zijn. Dinsdag herhaalde ze die boodschap: „De beschermde opvang is geen gesloten opvang”, schreef ze, „waarmee de kans blijft bestaan dat jongeren uit deze opvang vertrekken.”

Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar vindt dat onzin: „Ik vind het onbegrijpelijk dat nieuwe maatregelen uitblijven.” Ten Kate is het daar mee eens. Mensenhandelaren beschouwen azc’s als een „jeugdherberg”, zegt Ten Kate, waar ze kinderen „lekker goedkoop” onderbrengen. Als je voorkomt dat kinderen weglopen, zegt Ten Kate, maak je het verdienmodel van de handelaar kapot.

Band opbouwen

Hoe voorkom je dat kinderen weglopen? Door een band op te bouwen, zegt Ten Kate, houd je ze eerder binnen. Hiervoor geldt: hoe kleiner de opvang, hoe beter. Als het aan hem ligt, gaan kinderen alleen onder begeleiding naar buiten. Nu kunnen ze zelfstandig de deur uit.

In de beschermde opvang lopen jonge Vietnamezen „op klaarlichte dag” weg, terwijl medewerkers in de buurt zijn, volgens het rapport. De medewerkers hebben niet de bevoegdheid om het kind tegen te houden. „Dit geeft opvangmedewerkers een machteloos gevoel”, aldus het EMM.

Een kind uit Vietnam of Eritrea besluit niet zelf om naar Ter Apel te gaan

Volgens Ten Kate moeten medewerkers het mandaat krijgen om kinderen tegen te houden. En in het uiterste geval moeten ze – een „onorthodoxe maatregel” – kinderen kort kunnen opsluiten. Ja, zegt Ten Kate, „dat komt er op neer dat de deur op slot gaat.” Je voorkomt daarmee, dat een kind in een „systeem van uitbuiting en misbruik” belandt.

De politie registreerde bij de Vietnamezen verschillende incidenten die op mogelijke uitbuiting wijzen. Maar opsporingsonderzoeken bleven vaak uit. Volgens het EMM „wordt er niet verder in geïnvesteerd of gekeken naar mogelijke grotere (samenwerkings-)verbanden”.

„Dat is inherent aan het Nederlandse systeem”, stelt Ten Kate. Bij de marechaussee [die mensensmokkel opspoort] is het aantal deskundigen „dun gezaaid”, zegt hij. En de politie richt zich op de „korte klap”. Na drie maanden onderzoek stoppen ze er vaak mee, volgens hem.

Onderzoek naar mensenhandel moet diepgravend en langdurig zijn, zegt Ten Kate. Was Nederland jaren geleden een voorloper qua mensenhandelaanpak, grote onderzoeken zijn volgens hem inmiddels een unicum. De laatste „grote zaak” dateert van 2006 – de Nigeriaanse meisjes.

Mensenhandel pak je aan door de organisatie erachter bloot te leggen, zegt hij. „Een kind dat in Vietnam of Eritrea de deur uitloopt, besluit niet zelf om naar Ter Apel te gaan. De reis is volledig georganiseerd.”

De samenwerking tussen betrokken instanties liep bij het onderzoek naar de Nigeriaanse meisjes aanvankelijk stroef. Een overleg plannen met de verschillende politieteams was veel gedoe, zegt Ten Kate. „Agenten uit Limburg wilden niet naar het noorden komen en omgekeerd.” De samenwerking met Italië begon ook moeizaam.

Ten Kate hamert op internationale samenwerking bij Vietnamese kinderen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken moet contact leggen met Vietnam, vindt hij. In Duitsland en België verdwijnen ook jonge Vietnamezen uit de opvang. Dit is een internationaal vraagstuk, dat internationale samenwerking vereist. „Het kan niet zo zijn dat in het beschaafde Nederland kinderen verdwijnen uit de opvang.”